'Vlaggenschip' moet Europa redden

De VS lopen uit op Europa als het om technologie en innovatie gaat. India en China komen opzetten. Daarom wil voorzitter Barroso van de Europese Commissie een nieuw technologisch instituut opzetten. 'De zoveelste top down-aanpak.'

Vroeg of laat komen ze ter sprake. Er kan dezer dagen bijna geen bijeenkomst plaatsvinden in Brussel of het gaat over de Indiërs en Chinezen. Ze werken harder, ze zijn goedkoper. En ze worden ook steeds slimmer.

Gisteren presenteerde voorzitter Barroso van de Europese Commissie het antwoord van Europa op dat gevaar uit het oosten, of in ieder geval, een deel van het antwoord: een Europees Instituut voor Technologie (EIT). De afkorting lijkt, niet geheel toevallig, op die van het gerenommeerde Massachusetts Institute of Technology (MIT). Wat het MIT is voor Amerika, moet het EIT worden voor Europa. 'Een vlaggenschip', zo noemde Barroso het, van innovatie en ondernemerschap. Alleen daarmee kan Europa het straks redden op de wereldmarkt.

Het MIT, of beter, een laboratorium dat aan het MIT verbonden is, sloot onlangs een contract af met het Amerikaanse ministerie van Defensie ter waarde van 3,17 miljard dollar. 'Mil-jard', zei Barroso met nadruk, en hij herhaalde: 'Eén laboratorium!' Om zulke bedragen gaat het buiten Europa. Samenwerking is daarom geboden ín Europa, vindt hij.

Maar samenwerken gaat in Europa vaak gepaard met discussie. Bij nieuwe instituten is de eerste vraag doorgaans: wáár komt het te staan? In welk land? Die discussie wil de Europese Commissie vermijden. Ze stelt voor dat het EIT géén groot gebouw krijgt. Het instituut zal bestaan uit een raad van bestuur, met een kleine ondersteunende staf, die het werk verdeelt onder 'kennisgemeenschappen' in heel Europa. Dat zijn wetenschappers van bestaande universiteiten of bedrijven. Het EIT wordt dus een bestuur met een zak geld.

Hoeveel geld en waar komt dat vandaan? Dat is vaak de tweede vraag als Brussel iets nieuws begint. Maar Barroso noemde gisteren geen bedragen. Hij zei alleen dat het geld moet komen van Europa, nationale overheden, 'en vooral van bedrijven'. 'Als het concept goed is dan zullen we de fondsen vinden.'

Universiteiten hebben tot nu toe niet bijster enthousiast gereageerd op de plannen van de Europese Commissie, die in grove lijnen al enige tijd circuleerden. De League of European Research Universities, een organisatie van achttien Europese universiteiten die veel onderzoek doen, waaronder die van Oxford, Cambridge, Leiden en Amsterdam, waarschuwden onlangs al dat een Europees Instituut voor Technologie competitie vermindert. En dat is slecht, vinden zij.

'Europa heeft al één of twee instituten die net zo goed zijn als het MIT en nog veel meer die zo goed zouden kunnen zijn als ze beter gefinancierd werden', zei Lord Patten, bestuurder van de universiteit van Oxford, vorige week in de Financial Times.

Ook prof. dr. L. Soete, directeur van het Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology, is kritisch. Een netwerk betekent toch weer fragmentatie, en 'dat is juist een fundamenteel probleem van Europa', zegt hij. In Amerika wordt 90 procent van het federale onderzoeksgeld verdeeld door een handvol instanties, aan pakweg 200 universiteiten. 'Alleen al in Duitsland geeft de federale overheid geld aan 300 universiteiten', zegt Soete. Daarmee krijgt Europa geen uitblinkers. Die krijg je door veel geld naar een beperkt aantal instituten te loodsen. 'Massa en focus. Dat creëert excellentie', zegt Soete. Prof.dr. R. Bernards, moleculair bioloog aan het Nederlands Kanker Instituut, is het met Soete eens. 'Dit is de zoveelste top down-aanpak. Maar ambtenaren in Brussel hebben geen flauw benul van onderzoek, en de gebieden waar de competitieve research zit.'

Barroso hoopt in 2009 een begin te maken met het benoemen van de raad van bestuur van het EIT. Voor die tijd zullen de regeringsleiders erover moeten oordelen. En er moet duidelijkheid zijn over het geld. Maar daar wilde Barroso gisteren niet op ingaan. Het EIT is een groot idee, zei hij, net als Airbus dat eens was. 'Als we in Europa steeds beginnen met praten over budgetten dan hebben we nooit meer nieuwe ideeën.'