Sporen van goulash-communisme

Vroeg in de ochtend belt hij met zijn assistent. Of alles op de brouwerij in orde is? 'Rendben. Köszönöm!' - in vloeiend Hongaars. 'Thuis in Nederland spraken we als kinderen met onze ouders Hongaars, dat komt me nu goed van pas', zegt András Csengö, directeur van Pécsi Sörfözde, Hongarijes oudste bierbrouwerij in de zuidelijke stad Pécs.

András Csengö (42) is in Nederland geboren uit Hongaarse ouders, die na de Hongaarse opstand in 1956 naar Nederland vluchtten. Csengö werkte voor Heineken en is nu directeur van een bierbrouwerij in Zuid-Hongarije. Foto Tijn Sadée Sadée, Tijn

Hij is in Nederland geboren uit Hongaarse ouders, die na de opstand in 1956 naar Nederland vluchtten. 'Pa en ma hebben Hongarije nooit meer met vrolijke ogen kunnen bekijken. Voor mij ligt het anders: het land fascineert me, er is hier nog zó veel te doen.'

Ruim een jaar geleden vestigde hij zich met vrouw en drie kinderen in Pécs, een universiteitsstad met allure. Brouwerij Pécsi Sörfözde, opgericht in 1848 toen Hongarije nog deel uitmaakte van de dubbelmonarchie, werd door de communisten genationaliseerd. Na de omwentelingen kwam het bedrijf in 1993 in handen van de Oostenrijkse familie Wenckheim. Toen de bierverkoop drastisch terugliep, werd Csengö, die eerder bij Heineken werkte, aangesteld. 'Ik ben een kind van twee culturen. De Hongaren zijn cultureel gezien een duidelijk Europees volk. Maar tóch: alles is hier anders. Het is een land met een diep litteken.'

Dagelijks verbaast hij zich over de mentaliteit van Hongaarse bestuurders. 'Corruptie zit nog altijd tot in de haarvaten van deze samenleving. Het is minder spectaculair dan in Polen of op de Balkan. In Hongarije is het een sluipend, stil proces.' Oorzaak is volgens Csengö het zogeheten goulash-communisme uit de jaren zestig, toen het in Hongarije - anders dan in Polen, Tsjechië of Slowakije - was toegestaan om zelfstandig te ondernemen. 'In West-Europa werd het goulash-communisme ten onrechte bejubeld. Maar slechts lokale partijbaronnen profiteerden ervan en zetten winkels en bedrijfjes op. Politiek en zaken doen zijn daardoor volledig met elkaar verstrengeld geraakt. Na de val van het communisme is er nooit een politieke afrekening geweest. De oude garde heeft, in nieuwe jasjes gestoken, zijn posities weer ingenomen.'

Csengö merkt het dagelijks. Er is amper een vrije pers. 'De tragiek is dat de jonge generatie zich voegt in de oude traditie.'

Wel heeft Hongarije's toetreding tot de Europese Unie in mei 2004 het land volgens hem een gevoel van trots gegeven. Maar zonder eerst aan 'zelfreiniging' te doen, meent Csengö, blijft versnelling van de economische groei uit.

Zelf trekt Csengö zich er weinig van aan. 'Ik zweep de mensen op keihard te werken. We hebben geïnvesteerd om te voldoen aan EU-regels op het gebied van hygiëne en veiligheid. Aan de sociale omstandigheden van werknemers is weinig veranderd. Het gemiddelde salaris is 400 euro per maand. Vóór mijn komst werd er veel bijgeklust. Sommige werknemers komen vijftien van de veertig uur in een werkweek eenvoudigweg niet opdagen. Daar heb ik een einde aan gemaakt.'

Zijn ergernis over die praktijken valt in het niet vergeleken bij zijn afkeer van het 'geklaag' in Nederland. 'Er wordt gezeurd over levensloopregeling en zorgstelsel, niet beseffend dat men woont in een sociaal paradijs. De Hongaar weet beter te genieten van wat hij wél heeft. Een prachtige muziekcultuur, een heerlijke keuken. Ik maak inmiddels de állerbeste vissoep. Ik leef hier intens.'