Shi'ieten Irak vinden milities nu zéker nodig

De aanslag op de Gouden Moskee in Samarra is voor shi'itische leiders een bewijs dat hun milities niet moeten worden ontbonden zoals de VS willen.

De eerste zorg van de Iraakse leiders is te voorkomen dat de aan sunnieten toegeschreven aanslag op de shi'itische Gouden Moskee in Samarra de smeulende burgeroorlog tot ontbranding brengt. De Koerdische president van Irak Jalal Talabani, de shi'itische demissionaire kandidaat-premier Ibrahim Jaafari, de zeer invloedrijke shi'itische geestelijk leider grootayatollah Ali Sistani en ook sunnitische leiders hebben allemaal dwingende oproepen tot zelfbeheersing gedaan. Verloven van leger en politie zijn ingetrokken.

Maar shi'itische politici hebben de aanslag tegelijk aangegrepen als krachtig wapen in hun strijd tegen de Amerikaanse ambassadeur Zalmay Khalilzad die wil dat hun milities worden ontbonden. De shi'ieten vormen wel een meerderheid van naar schatting 60 procent van de bevolking. Maar ze zijn er niet gerust op dat het leger en de politie terugkeer naar overheersing door de sunnieten (20 procent) zoals onder Saddam Hussein kunnen verhinderen. Ter illustratie: het Iraakse televisiestation Al-Iraqiya zond gisteren een muziekclip uit waarin de gevechten van negende-eeuwse shi'itische leiders tegen sunnitische overheersing werden toegejuicht.

Daarom hebben de shi'ieten het Koerdische idee van een federaal Irak overgenomen, zodat ze zich in hun olierijke zuiden achter federale grenzen kunnen verschansen. En daarom willen ze hun milities niet opgeven.

De machtige shi'itische politicus Abdul-Aziz al-Hakim gaf Khalilzad gisteren met zoveel woorden mede-schuld aan de aanslag in Samarra. Khalilzad oefent zeer zware druk op de Iraakse politici uit om een 'nationale' regering te vormen, volgens hem het enige middel om de angel uit de sunnitische opstand te halen. Om dat te bereiken eist hij zware concessies van de shi'itische Alliantie, die in de verkiezingen van 15 december veruit de grootste partij bleef met 128 van de 275 parlementszetels. De Alliantie moet van Khalilzad de veiligheidsministeries opgeven, Defensie (leger) en Binnenlandse Zaken (politie), die volgens hem in handen van niet-partijgebonden ministers moeten komen. En hij wil van de gelegenheid gebruik maken om van de zwaar bewapende partijmilities af te komen, die overigens officieel al in 2004 zijn verboden. Anders, zo heeft hij publiekelijk gedreigd, moeten de Verenigde Staten hun steun aan Irak heroverwegen.

Een en ander is noodzakelijk om de sunnieten binnenboord te krijgen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt nu geleid door een vroegere commandant van de in Iran getrainde Badrmilitie van Abdul-Aziz Hakims Opperste Raad van de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI), een van de belangrijkste partners van de shi'itische Alliantie. De politie-commando's van het ministerie, die zo goed als overgenomen zijn door de Badrmilitie, worden door sunnieten, Amerikanen en internationale mensenrechtenorganisaties beschuldigd van liquidaties en martelpraktijken. Ook in het zuiden, in Basra bijvoorbeeld, is de politie door shi'itische milities geïnfiltreerd. Behalve de Badrmilitie, die ongeveer 20.000 man sterk zou zijn, zijn ook andere shi'itische strijdgroepen daarin zeer actief, zoals het Leger van de Mahdi van de radicale jonge geestelijke Muqtada Sadr. Dat telt ook duizenden strijders.

Hakim zei gisteren dat de dreigementen van Khalilzad het groene licht gaven aan de terroristengroepen. En daarom deelt de Amerikaanse ambassadeur volgens hem 'in de verantwoordelijkheid' voor de aanslag in Samarra.

Hakim was bepaald niet de enige shi'itische leider die meteen de kwestie van de milities aan de orde stelde. 'Als de veiligheidsdiensten niet in staat zijn om de noodzakelijke veiligheid te waarborgen, dan zijn de gelovigen daartoe zelf in staat met de hulp van God', zei grootayatollah Ali Sistani. Vice-president Adil Abdul-Mahdi, eveneens een SCIRIleider, ondersteepte ook dat 'het volk een grotere rol' moet krijgen in veiligheidszaken.

Muqtada Sadr voegde de daad bij het woord en droeg zijn militie op om de shi'itische heilige plaatsen van Irak te verdedigen, speciaal dat in Samarra .

De plannen van Khalilzad gelden overigens niet voor de Koerden. De twee grote Koerdische partijen, de PUK van Talabani en Masoud Barzani's KDP, hebben eveneens eigen strijdgroepen, in totaal naar schatting 100.000 man sterk. Deze zijn echter vermomd als troepen van de autonome regering van Koerdistan.