Roofinsecten kunnen de oogst redden

Plagen die in ontwikkelingslanden de landbouw bedreigen zijn vaak door insecten goed te bestrijden. Dat stelt entomoloog Arnold van Huis.

Boeren houden van insecten, vooral als ze dood neervallen. Het liefst zien ze sprinkhanen of kevers van een plant tuimelen, direct na bespuiting met een penetrant geurend chemisch middel.

Dat insecten ook kunnen helpen bij de bestrijding van plagen is daarom aan boeren soms lastig uit te leggen, betoogt Arnold van Huis in de oratie die hij vanmiddag uitsprak ter gelegenheid van zijn aanstelling als hoogleraar entomologie aan Wageningen Universiteit.

Veel insecten parasiteren op andere insecten, of eten ze op, maar dat gebeurt vaak onopgemerkt. Oorwurmen jagen 's nachts en sluipwespen ontwikkelen zich binnen het lichaam van een rups zonder dat je het opmerkt, want de rups gaat er niet onmiddellijk aan dood. Op zogeheten Farmer Field Schools in Azië brengen boeren de insecten daarom tegenwoordig zelf bij elkaar in een jampotje om met eigen ogen te kunnen zien hoe de oorwurm een rups verorbert. Van Huis: 'Dat is vaak een gigantische eye-opener.'

De inzet van insecten tegen insecten is, stelt Van Huis, een zwaar onderschat bestrijdingsmiddel, vooral in de ontwikkelingslanden. Pesticiden worden er juist overschat, terwijl die vaak schadelijker zijn voor de natuurlijke vijanden van schadelijke insecten dan voor die insecten zelf. Een belangrijke vijand van insecten die gewassen eten zijn roofinsecten, die planten afstruinen om hun prooi te vinden. Daarbij stellen ze zich intensief bloot aan chemische bestrijdingsmiddelen die juist voor hun prooi bedoeld zijn.

Insecten als libellen, gaasvliegen en mierenleeuwen hebben zich als insectenjager gespecialiseerd. Onder de wantsen, kevers, vliegen en mieren zijn ook tal van predatoren. Ze vervullen een cruciale rol in het natuurlijk evenwicht, ook in gebieden waar landbouw bedreven wordt. 'Ze vormen de natuurlijke weerstand van een agro-ecosysteem, te vergelijken met het immuunsysteem van de mens', stelt Van Huis. 'Wanneer je dat verstoort, creëer je een plaag.'

Het schoolvoorbeeld hiervan is de dwergcicade Nilaparvata lugens ('Brown Planthopper') die medio jaren tachtig oogsten vernietigde in Zuid-Oost Azië. Dit diertje kreeg een kans nadat zijn vijanden waren uitgeroeid met synthetische pesticiden. 'Bij de rijstteelt is het duidelijk', zegt Van Huis. 'Als je een plaag wilt hebben dan moet je gaan spuiten. Als je niets doet dan zijn de natuurlijke vijanden zeer effectief en in staat deze plaag in bedwang te houden.'

Bestrijding van insecten met insecten is volgens Huis bijzonder effectief geweest tegen plaaginsecten die per ongeluk zijn ingevoerd uit andere werelddelen. Je gaat dan terug naar het werelddeel waar het plaaginsect vandaan komt om natuurlijke vijanden te zoeken. Door die in het geplaagde gebied te introduceren valt het natuurlijk evenwicht te herstellen.

Van Huis noemt als voorbeeld de stengelboorder Chilo partellus . Dit insect veroorzaakte vanaf 1930 een plaag in maïs in vele landen van zuidelijk en oostelijk Afrika nadat het per ongeluk was overgebracht vanuit India en Pakistan. Sinds het begin van de jaren negentig is de plaag onder controle dankzij de introductie van een sluipwesp (Cotesia flavipes), een uit Pakistan afkomstige natuurlijke vijand van de stengelboorder.

Dat natuurlijke vijanden nog te weinig tegen insecten worden ingezet, wijt Van Huis aan het feit dat evidente technologische verbeteringen in ontwikkelingslanden lang niet altijd worden toegepast. In cacao in West Afrika worden ziekten en plagen met chemische bestrijdingsmiddelen bestreden. Dat, terwijl wetenschappelijk allang is aangetoond dat het verwijderen van beschimmelde peulen of het inzetten van natuurlijke vijanden goedkoper en efficiënter is. Een gebrek aan technologie is niet altijd de bottleneck voor landbouwkundige verbeteringen in ontwikkelingslanden.

Van Huis meent dat biologen meer moeten samenwerken met wetenschappers uit andere disciplines om vast te stellen welke factoren toepassing van technologie frustreren: 'Een innovatie is pas echt een innovatie als boeren die ook accepteren.'