Riskante wonderpil

Een pil die botontkalking tegen gaat en misschien wel kanker veroorzaakt. Een artsentijdschrift publiceert er al over. Voorbarig?

Een medicijn dat het bot hard houdt, dat ouderen voor levensbedreigende heupbreuken behoedt en maar tweemaal per jaar hoeft te worden ingenomen?

Je zou het een wonderpil kunnen noemen. Vooral nu in korte tijd de hormoontherapie en de calcium- en vitamine-D-pillen zijn gesneuveld als therapie tegen botontkalking. Die zijn gevaarlijk respectievelijk onwerkzaam. De Nederlandse farmaceut Organon stopte net deze maand een onderzoek naar de hormoonpil Livial in de strijd tegen botontkalking, omdat Livial de kans op ene beroerte 2,5 keer verhoogt.

Bij de nieuwe wonderpil zit er ook een domper op de feestvreugde: denosumab is nog niet te koop. The New England Journal of Medicine publiceert vandaag de resultaten van het tweede fase onderzoek naar denosumab. Dat is opzienbarend. Over beloftevolle medicijnen verschijnt in dat hoogaangeschreven medisch-wetenschappelijke tijdschrift hoogstens het laatste onderzoek voordat de marktintroductie volgt (het derde fase onderzoek) .

Waarom dan toch? Hoogbejaarde vrouwen hebben een grote kans om binnen enkele maanden na een heupfractuur te overlijden. Bij de deelneemsters aan het onderzoek verbeterde de botdichtheid weliswaar heel mooi als ze denosumab kregen, maar dit tweede fase experiment was nog niet ontworpen om botbreuken te meten. Het ging voorlopig om de dosering te vinden die een optimale botdichtheid geeft.

Denosumab is geen gewoon synthetisch medicijn. Het is een menselijk antilichaam dat de botafbraak stil legt. Denosumab hoort tot de biotechnologische medicijnen.

Bot wordt voortdurend opgebouwd en afgebroken door in het bot rondtrekkende lichaamscellen: osteoblasten bouwen bot op; osteoclasten breken af. Wie regelmatig beweegt, houdt opbouw en afbraak in evenwicht. Vrouwen na de overgang hebben de neiging wat extra bot te verliezen.

De osteoclasten ontwikkelen zich pas tot echt botafbrekers als ze worden geactiveerd door een eiwit dat RANKL heet. Denosumab maakt RANKL onwerkzaam en remt daardoor de botafbraak.

Dat lijkt mooi, maar de hele botvernieuwing vertraagt erdoor. Een commentator in The New England vraagt zich af wat er gebeurt met bot waarvan de vernieuwing is stopgezet. Vervalt het langzaam zonder onderhoud?

En dan de grootste onzekerheid: in de groep die denosumab gebruikte, kreeg 1,9 procent kanker. De controlegroep die een neppil kreeg was maar 46 mensen groot en daar kreeg niemand kanker. Vergelijken kan niet, want 1,9 procent van 46 is nog net geen één. Maar het kan betekenen dat het door denosumab stilgelegde eiwit RANKL een rol speelt in het afweersysteem dat kanker onder de duim houdt. Als dat zo is, sneuvelt denosumab in het fase-3-onderzoek dat sinds 2004 bezig is en waarin ook de botbreuken worden geteld. De vraag blijft waarom het doorgaans zo op de praktijk gerichte medische wetenschapsblad als The New England dat onderzoeksverslag niet aan een blad met lagere status over liet.

Wim Köhler