Onrust in olierijke provincie Ecuador

Het Ecuadoriaanse leger en de politie zijn gisteren met geweld opgetreden tegen protesten in de olierijke Amazone-provincie Napo. Drie betogers raakten gewond. De afgelopen dagen bezetten demonstranten enkele wegen en boorinstallaties. In Sardinas werden daarbij 24 werknemers van oliemaatschappij OCP gegijzeld. Ook werd een belangrijke pijpleiding beschadigd.

Dinsdag kondigde de regering de noodtoestand af in Napo en zette opstandige lokale leiders vast.

De soms gewelddadige betogers verzetten zich, onder aanvoering van plaatselijke autoriteiten, tegen de nationale regering. Ze klagen dat de, door de hoge olieprijzen, sterk gestegen olie-inkomsten onvoldoende aan de provincie zelf ten goede komen. Ze eisen onder andere meer investeringen in de infrastructuur. In naburige jungle-provincies, waar dezelfde ontevredenheid heerst, wordt de situatie in Napo op de voet gevolgd.

Volgens de regering zit de in 2004 afgezette oud-president Lucío Gutierrez achter de onrust. Gutierrez zit momenteel in de gevangenis in afwachting van een corruptieproces. Hij heeft een sterke achterban in de Amazone.

In het Amazone-gebied wordt het overgrote deel van de Ecuadoriaanse olie gewonnen. Door de recente onlusten is de olieproductie flink afgenomen. Normaal produceert het Zuid-Amerikaanse land 530.000 vaten olie per dag. Staatsbedrijf Petroecuador kon gisteren het werk hervatten. Bij het semi-particuliere, deels buitenlandse OCP ligt de productie nog stil.

Vorig jaar lag de olieproductie in Ecuador twee weken stil door soortgelijke protesten.