On-liberaal foutenfestival

Aspirant-huizenbezitters leggen voor een doorsneewoning al een kwart miljoen euro op tafel. Bij een bestaande woning komen de kosten doorgaans voor rekening van de koper. Makelaar en notaris brengen een vergoeding voor hun diensten in rekening. Veruit de grootste kostenpost bestaat uit overdrachtsbelasting: 6 procent van de koopsom. Dat geld gaat naar de schatkist van het Rijk.

De kersverse eigenaarbewoner krijgt daarnaast met een gemeentelijke heffing te maken: de onroerendezaakbelasting (OZB). Voor een woning die op een kwart miljoen euro is getaxeerd, bedraagt de aanslag dit jaar gemiddeld 256 euro. Van de overdrachtsbelasting voor minister Zalm (15.000 euro) kan iemand op basis van het huidige tarief 58,6 jaar lang de OZB-aanslag voldoen. Hoe is het mogelijk dat zo'n betrekkelijk onbelangrijke belasting zoveel weerstanden oproept?

Het ligt voor een deel aan de aard van de belasting. Heffingen op zaken waar burgers veel om geven - hun huis, hun auto - lijken meer belastingpijn te doen dan afdrachten met een andere heffingsgrondslag , zoals de BTW op bestedingen in de winkel.

Verder irriteert de OZB, omdat de mogelijkheden om de hoogte van de aanslag te beïnvloeden beperkt zijn. Nadat de woning is getaxeerd, volgt het bedrag op het aanslagbiljet rechtstreeks uit het door de gemeenteraad bepaalde tarief. Het is niet mogelijk de aanslag te verminderen door creatief gebruik te maken van aftrekposten, want die kent de OZB niet. Frauderen biedt evenmin een uitweg, want alle onroerende zaken staan geregistreerd en hun eigenaren zijn bekend. Dit verklaart waarom honderdduizenden woningeigenaren na iedere taxatieronde een bezwaarschrift indienen tegen de door de overheid gefixeerde waarde van hun pand. Het is de enige manier waarop contribuabelen nog invloed kunnen uitoefenen op het bedrag dat zij aan de gemeenteontvanger moeten afdragen.

Hoofdoorzaak van alle verzet dat zij oproept is hoogstwaarschijnlijk de transparante manier waarop de OZB wordt geheven, via een aanslag die jaarlijks in februari in de bus valt. Gemeenten heffen al hun belastingen via aanslagen (ook hondenbelasting, toeristenbelasting en zo meer) of via meters (parkeerbelasting). Zo worden burgers scherp geconfronteerd met de eigen belastingen van de 458 gemeenten - totale opbrengst amper 5 miljard euro. Dan heeft de rijksoverheid haar zaakjes 'beter voor elkaar'. Dit jaar brengen de rijksbelastingen en de premies voor de sociale verzekeringen 190 miljard euro op, oftewel 38 cent van elke in Nederland verdiende euro. Het overgrote deel wordt bij de burgers evenwel op een nauwelijks merkbare manier afgetapt: door inhoudingen op het loon (loonheffing, sociale premies) en belastingen die in de winkelprijzen zijn verstopt (BTW, accijnzen). Door zulke versluierde heffingen bezweert Zalm een anders dreigende opstand van de belastingbetalers.

In vergelijking met andere landen mogen gemeenten in ons land slechts in beperkte mate eigen belastingen heffen. Verruiming, en niet insnoering van het gemeentelijke belastinggebied ligt daarom in de rede. Over veel zaken kan de gemeenteraad immers beter oordelen dan bureaucraten in Den Haag. Door politieke besluitvorming zoveel mogelijk te decentraliseren, krijgen burgers meer te kiezen. Geven zij in meerderheid de voorkeur aan sobere voorzieningen, dan vallen de lokale lasten lager uit. Kiezen zij voor ruimere voorzieningen, dan loopt de gemeentelijke belastingdruk op. Onderzoek bevestigt dat linkse gemeenteraden kiezen voor hogere belastingen en extra voorzieningen. Daar is niets mis mee. Toch voert minister Zalm al jaren en kruistocht tegen de OZB. Hij wil burgers 'beschermen' tegen als inhalig afgeschilderde gemeenten. Dat is quatsch. Een rechts kabinet dwarsboomt op deze manier het democratisch gelegitimeerde beleid van linkse gemeenteraden. Dat is alles behalve liberaal.

Afgelopen zondag overspeelde de VVD'er zijn hand door 62 gemeenten er van te beschuldigen dat zij de OZB-tarieven voor dit jaar hoger hebben vastgesteld dan de wet toelaat. Nu al staat vast dat vrijwel al die gemeenten ten onrechte op de zwarte lijst zijn geplaatst; zie: www.coelo.nl. In een aantal gevallen hebben ambtenaren van Binnenlandse Zaken ergerlijke rekenfouten gemaakt. Soms hadden gemeenten toestemming hun tarief extra te verhogen. Mogelijk hebben sommige gemeenten zich bij de afronding van het tarief vergist. Zeker is dat (nog) allesbehalve.

In het ergste geval pakt de OZB-aanslag dan 1 of 2 euro te hoog uit. Burgers die twijfelen of hun gemeente het juiste tarief toepast, dienen tijdig bezwaar tegen de aanslag te maken. Geeft de belastingrechter hen gelijk, dan krijgen ze die 1 of 2 euro terug. De rest van de aanslag moeten zij gewoon betalen, blijkt uit een in 2002 gewezen arrest van de Hoge Raad (nummer 37.201).

Volg in geen geval Zalms raad op om de aanslag te negeren. Van wie geen bezwaar maken, komt de aanslag definitief vast te staan. Gemeenten mogen die vervolgens met dwang invorderen. Dat brengt hoge incassokosten mee. Getroffen burgers kunnen dan hooguit nog proberen Zalm in een civiele procedure persoonlijk aansprakelijk te stellen voor geleden financiële schade. Dat kan hem zuur opbreken. Het valt daarom voor de geplaagde bewindsman te hopen dat de schade van de OZB-affaire beperkt blijft tot een onherstelbare deuk in zijn reputatie.