Leerplicht totdat je kunt werken

Er moet een leerplicht komen die niet afhankelijk is van iemands leeftijd, maar ophoudt wanneer iemand een diploma op zak heeft dat uitzicht biedt op werk, vinden Lans Bovenberg en Ab Klink.

Per dag verlaten zo'n 175 leerlingen de schoolbanken zonder afgeronde opleiding. Hun positie op de arbeidsmarkt is kwetsbaar. Een meerderheid in het parlement heeft het kabinet daarom gevraagd een leer-werk-plicht voor jongeren onder de 23 jaar in te voeren. Deze jongeren moeten óf werkervaring opdoen óf zich scholen.

Wij bepleiten een leerplicht voor iedere Nederlander die geen startkwalificatie heeft en niet via betaald werk ervaring opdoet. De leerplicht moet niet langer afhankelijk zijn van leeftijd (de volledige leerplicht duurt tot en met het schooljaar waarin de jongere 16 jaar wordt; daarna volgt nog een zogeheten partiële leerplicht), maar van de te behalen startkwalificatie. Over het niveau daarvan wordt momenteel gediscussieerd door het kabinet en de sociale partners. Wat ons betreft is dat minimaal een qua curriculum op volwassenen afgestemd vmbo-diploma. Natuurlijk moet er ruimte zijn voor uitzonderingen als mensen dat echt niet kunnen halen.

Deze leerplicht dient te gelden voor autochtonen, maar ook voor nieuwkomers. Dat betekent dat ook voor migranten die nu naar Nederland komen een eventueel tekort aan onderwijs wordt vastgesteld, zodat duidelijk is welke kwalificaties zij nog moeten behalen.

Wie betaald werk verricht, doet op die manier ervaring en kennis op. Wie geen beroep heeft en eenl tekort aan onderwijs, volgt onderwijs of verwerft op andere manieren de benodigde kwalificaties om als burger, kiezer, eventuele ouder en werknemer te kunnen participeren in de samenleving.

De koppeling van de leerplicht aan kwalificaties betekent een uitbreiding van de eisen die gesteld worden aan de inburgering. Tegenover de dertienjarige leerplicht voor degenen die in Nederland zijn geboren, staan nu slechts 600 uur aan inburgering voor volwassenen die in het kader van de gezinsvorming naar Nederland komen.

Tegenover de leerplicht dient een op volwassenen toegesneden onderwijsaanbod te staan. Het huidige onderwijsbestel en de leerplicht zijn afgestemd op de idee dat iedereen op jonge leeftijd voldoende onderwijs ontvangt om goed te kunnen meedraaien in de samenleving.

Een complexe samenleving waarin migratie geen uitzondering meer is, vraagt om onderwijs dat beter is afgestemd op de levensloop van autochtone en vooral ook allochtone Nederlanders. Nieuwe curricula moeten worden ontwikkeld, want volwassenen leren op een andere manier dan jongeren en zij hebben vaak baat bij praktijkgerichte stages en leer-werk-plaatsen. Een uitgebreide leerplicht en de daarmee verbonden leerrechten krijgt Nederland overigens niet op een koopje. De kosten kunnen oplopen tot enige honderden miljoenen, maar de baten zijn aanzienlijk.

Nieuwkomers krijgen betere kansen op de arbeidsmarkt met als gevolg een uitgebreider sociaal netwerk en een minder grote mentale afstand tot de Nederlandse samenleving. Een leerplicht geeft gemeenten eerder zicht op mensen die met psychische of sociale problemen kampen. Door middel van vroegtijdige hulp kunnen ontsporingen worden voorkomen. Allochtonen raken minder snel verstrikt in een eenzijdig sociaal netwerk. De betere kansen voorkomen dat sociale problemen als een groepskenmerk van allochtonen worden gezien met als gevolgen stigmatisering, sociale uitsluiting, en culturele vervreemding.

Door scholing worden ouders toegerust om hun minderjarige kinderen op te voeden. Bij een gebrek aan kennis van onze samenleving, cultuur en taal, zijn veel allochtone ouders vaak niet goed in staat om hun kinderen te helpen een weg te vinden in de Nederlandse samenleving met al haar verlokkingen. Onzichtbare, onmachtige ouders zijn het resultaat, met alle risico's van ontsporingen en schooluitval van dien.

Het recht op gezinsvorming kan niet zonder de plicht om voldoende vaardigheden op te doen om kinderen voor te bereiden op een veeleisend leven in onze complexe samenleving. Zo wordt veel leed bespaard. Voorkomen wordt dat tekorten van generatie op generatie worden doorgegeven, de tweede generatie een achterstand oploopt en een valse start maakt.

Een beleid gericht op het beter opleiden en onderhouden van talent moet zowel veeleisend als genereus zijn. Veeleisend omdat iedereen zich moet scholen tot een bepaald niveau om als verantwoordelijke burger te kunnen functioneren. Genereus omdat de samenleving de middelen vrijmaakt om mensen in staat te stellen hun talent te ontplooien.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en Ab Klink is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.