Een doekje voor het bloeden in verarmd Ózd

Een masterclass van General Electric geeft jongeren in het stadje Ózd weer zelfvertrouwen. Maar voor hoe lang? 'Straks vertrekken onze kinderen toch naar de grote stad.'

In de lichtblauw gelakte Wartburg van zijn moeder tuft Loránd Bakos (20) door zijn geboortestad Ózd, gelegen aan de voet van het Bükk-gebergte in noordoost-Hongarije. Op een kruispunt zet hij de wagen plots stil. 'Verder gaan we niet, hier begint Dakota-stad. Daar waag ik me niet in mijn moeders auto.'

'De Dakota's', verwijzend naar de Amerikaanse Dakota-indianen, is in Ózd de bijnaam voor Roma (zigeuners). In theorie is er van segregatie door reservaten geen sprake; in de praktijk komt het daar wel op neer. De Roma vormen naar schatting een vijfde van het totaal aantal inwoners (50.000) van Ózd.

Dakota-stad ligt aan de rand van Ózd, langs de spoorlijn waarover vroeger kolen uit de mijnen in de bergen werden vervoerd naar de staalfabriek. Onder het communisme waren alle gezinnen in Ózd economisch afhankelijk van de staalindustrie.

Ook het sociale leven van de stad werd beheerst door de fabriek, die er het cultuurhuis en de sportarena mogelijk maakte. Maar na de omwenteling, in 1989, viel de staatssteun weg en moest de fabriek het al snel afleggen tegen de concurrenten op de Europese staalmarkt.

'Sindsdien kent iedere Hongaar Ózd als de stad van de werkeloze staalarbeiders en van de Dakota's, die veel problemen veroorzaken', zegt Loránd. 'En van rapper Majka, die hier vandaan komt, maar dat is wegens zijn grove teksten ook al weinig om trots op te zijn.'

De sociale spanningen begin jaren negentig eisten hun tol onder de leerlingen van het József Attila-gymnasium, zegt schooldirecteur Ottó Tuza. 'Binnen gezinnen waar pa en ma hun baan verloren, was alcoholisme troef, en dat was te merken aan het gedrag van onze gymnasiasten. Ze vertoonden concentratieverlies. Wie wèl op tijd zijn diploma haalde, had slechts één drijfveer: zo snel mogelijk wegwezen uit Ózd.'

De opwinding was dan ook groot toen in 1995 General Electic in de provinciestad een vestiging opende. De Amerikaanse elektronicagigant is al sinds 1989 actief in Hongarije, na de overname van lampenfabriek Tungsram. De reorganisatie die GE bij Tungsram doorvoerde, zette kwaad bloed. Duizenden werknemers belandden op straat - het postcommunistische Hongarije leerde hardhandig kennis maken met het fenomeen werkloosheid.

GE is inmiddels, met ruim 15.000 werknemers en meerdere vestigingen, uitgegroeid tot de grootste private werkgever in Hongarije. De aanvankelijke weerstand tegen het bedrijf is grotendeels overwonnen. Zeker in Ózd. GE zocht en vond er goedkope arbeid: het gemiddelde maandinkomen in de provincie is 240 euro, beduidend lager dan de 400 euro in hoofdstad Boedapest.

'De opening van de GE-fabriek heeft de stad hoop gegeven', zegt schoolhoofd Tuza. Er zijn ruim duizend banen gecreëerd. Afgezet de 13.000 verloren banen bij de staalfabriek 'een doekje voor het bloeden', erkent Tuza. 'Maar het zelfvertrouwen keerde terug.'

Het keren van de leegloop van de provincie is de grootste uitdaging waar Hongarije voor staat, meent Tuza. 'De welvaartskloof tussen stad en platteland groeit.'

Om het voor jonge talenten aantrekkelijk te maken om een naschoolse toekomst in Ózd te overwegen, bedacht Tuza in samenspraak met General Electric in 2002 het plan voor een GE-masterclass. Na een competitie werden zestien leerlingen geselecteerd die onder de hoede van GE gedurende anderhalf jaar een speciale naschoolse managementcursus volgden. Het zogeheten Open Doors-programma is inmiddels uitgegroeid tot een begrip in de regio rond Ózd. Onlangs kondigde GE aan in 2006 en 2007 weer 200.000 euro in het project te steken.

Loránd Bakos is van de eerste Open Doors-lichting, in 2002. Behalve managementtraining volgde hij ook een intensieve cursus Engels. 'Lange tijd was mijn perspectief: soldaat worden, of leraar op een basisschool. Maar na het GE-programma heb ik mijn leven compleet omgegooid. Ik wil nu gaan ondernemen. Na mijn marketingstudie in Tatabánya ga ik hier iets opzetten.'

'Wát dan?', vraagt zijn moeder. 'Met mijn hart zeg ik: kom terug! Maar er is hier niets te halen. In de toekomst vertrekken al onze kinderen naar de stad. De buitenlandse investeerders in de Hongaarse provincie trekken ook verder, oostwaarts, naar Bulgarije of Oekraïne waar arbeid goedkoper is.'