Door alle deuren de filmzaal in

In zijn woonplaats Alkmaar is gisteren filmjournalist en -producent Jan Heijs overleden aan de gevolgen van longkanker. Heijs is 53 jaar geworden.

Het leven van de in Groningen geboren en in Bennebroek, Noord-Holland, getogen Heijs is van meet af aan aan film gewijd geweest. Hij begon na de middelbare school als kaartjesscheurder bij het Filmmuseum - na de laatste bezoeker zelf de zaal in - en is sindsdien bij vrijwel alle belangrijke Nederlandse (en verschillende internationale) filminstellingen en -organisaties betrokken geweest.

Na studies politicologie en geschiedenis liep Heijs stage bij de vooraanstaande filmclub van de Freunde der Deutsche Kinemathek in Berlijn. Daar ontmoette hij in 1974 Huub Bals, directeur van wat toen nog Film International heette en later bekend zou worden als het International Film Festival Rotterdam. Bals vroeg de student om langs te komen in Rotterdam en zo belandde Heijs een jaar later bij het filmfestival dat toen nog door drie mensen werd georganiseerd in één bioscoop. Hij ging met posters van het festival langs de Rotterdamse middenstanders, deed wat publiciteit en andere 'kutklussen' zoals hij ze zelf noemde.

Tot 1998 zou Heijs af en aan bij het festival betrokken blijven, altijd als freelancer. Verder was hij korte tijd als programmeur verbonden aan het filmfestival van Mannheim.

Heijs was vooral bekend als criticus, die recensies, beschouwingen en interviews voor onder meer filmblad Skrien (waar hij enige tijd redacteur was), weekblad De Groene Amsterdammer en de dagbladen de Volkskrant en Trouw schreef. Buiten zijn werk voor de media publiceerde Heijs boeken over de geschiedenis van de Filmliga (1927-1931) en, samen met Frans Westra, de biografie van de in 1988 overleden Bals.

Vanuit zijn werk voor het Rotterdams filmfestival richtte hij in 1980 de Filmkrant op, een gratis maandelijks filmblad dat nog altijd verschijnt. In 1991 kon hij voor die prestatie een Gouden Kalf in ontvangst nemen.

Tegen die tijd was de vriendelijke, ernstig en bedachtzaam formulerende Heijs een bijna onvermijdelijke figuur in de Nederlandse filmwereld geworden. Hij heeft nooit een leidende functie bekleed, maar fungeerde steeds als motor of bijmotor van verschillende initiatieven. Het heeft hem - gezien de heetgebakerde humeuren in de Nederlandse filmwereld - verbazingwekkend weinig vijanden opgeleverd.

In de jaren negentig stapte Heijs over naar het produceren van films. Hij was als coproducent betrokken bij het grote documentaireproject City Life (1990), waarbij twaalf regisseurs, variërend van Krysztof Kieslowski tot Béla Tarr en Alejandro Agresti, een episode filmden over hun geboortestad. Vanaf 1991 werkte Heijs als producent bij Jura Filmprodukties. Daar hielp hij films tot stand te brengen als Johnny Meijer van John Appel, I Soeni en Dal der Zuchten van Carin Goeijers en Chickies, babies & wannabees van Karin Junger.