Verknoedelde coalitievorming in Irak

De shi'itische grootayatollah Ali Sistani en de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad hebben de Iraakse politieke leiders gemaand eens op te schieten met de regeringsvorming. Maar die zit voorlopig muurvast.

Aanhangers van de shi'itische geestelijke Muqtada Sadr protesteren in Sadr City in Bagdad tegen de aanslag op de Gouden Moskee in Samarra, vanochtend vroeg. Foto AFP Angry Iraqi Shiites demonstrate in Baghdad's poor neighborhood of Sadr City to protest against the bombing of the holy shrine of al-Hadi in the Iraqi northern city of Samarra, 22 February 2006. Bombers struck a celebrated Shiite mausoleum in Samarra, north of Baghdad, bringing down part of its celebrated golden dome, police said. The attack was seen as likely to further raise tension between the majority Shiite and minority Sunni communities in the country at a time when political factions bicker over the formation of a 'national unity' government. AFP PHOTO/DIA HAMID AFP

Van diverse kanten zijn de Iraakse politieke leiders de laatste dagen gemaand op te schieten met de regeringsvorming. Zoals het er nu voorstaat zou het niemand verbazen als de formatie zich tot in lengte der dagen blijft voortslepen. De coalitievorming is immers verstrikt geraakt in een voor het oog onontwarbare knoedel eisen en tegeneisen van potentiële coalitiepartners, lees religieuze en etnische groepen.

De shi'itische kandidaat-premier Ibrahim Jaafari kreeg maandag in Najaf van grootayatollah Ali Sistani te horen dat de nieuwe regering nu zo snel mogelijk moet worden gevormd. Als herder van de shi'itische meerderheid reageert Sistani op de dagelijkse problemen van de burgers. Die hebben onder andere met chronische onveiligheid (gisteren weer 22 doden bij een zelfmoordaanslag in Bagdad), om zich heen grijpende corruptie en een structureel falende stroomvoorziening te kampen en zitten met een ineffectieve, demissionaire regering. 'Laten alle betrokkenen weten dat ons lijden onder het gebrek aan elektriciteit groter is dan hún belangen bij het vullen van hun zakken en het bereiken van politieke doelen', verwoordde de Koerdische krant Al-Taakhi vorige week de gevoelens van de bevolking.

De Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, Zalmay Khalilzad, heeft een ander belang: hoe langer een effectieve regering uitblijft die eindelijk eens orde op zaken stelt, des te minder kans er is op terugtrekking van Amerikaanse troepen. Daarom wil hij de Iraakse politici dwingen tot een 'nationale regering', in de overtuiging dat die de groeiende kloof tussen de verschillende gemeenschappen overbrugt en zo de sunnitische opstand indamt.

Dat betekent voor Khalilzad dat de sunnitische politieke partijen in de regering moeten en dat de fundamentalistische shi'itische Verenigde Iraakse Alliantie, die 128 van de 275 parlementszetels bezet, behoorlijk moet inbinden. Met name moeten de shi'ieten hun claim op de veiligheidsministeries, Defensie en Binnenlandse Zaken, opgeven. De Amerikanen willen meteen de shi'itische partijmilities oprollen die inmiddels politiecommando-eenheden hebben overgenomen en worden beschuldigd van folterpraktijken en standrechtelijke executies. Khalilzad zei maandag dat Irak anders in een soort Afghaans krijgsherensysteem dreigt te verzanden. De ambassadeur zette zijn eisen kracht bij door publiekelijk te dreigen met opzegging van de Amerikaanse steun - die Irak nu min of meer overeind houdt - als hij niet snel zijn zin krijgt.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, wierp eveneens zijn gewicht in de strijd - want, zei hij gisteren in Bagdad eerlijk, 'de internationale gemeenschap, in het bijzonder zij die een rol hebben gespeeld bij de bevrijding van Irak, heeft belang bij een welvarend, stabiel en democratisch Irak'. De Irakezen willen een brede eenheidsregering die door geen enkele groep wordt gedomineerd, zei Straw. Dat had hij opgemaakt uit de verkiezingsresultaten - die de shi'itische Alliantie dus 128 zetels opleverden, de Koerdische coalitie 53, twee sunnitische partijen samen 55 en de seculiere partij van ex-premier Allawi 25.

Maar leidt die druk ook ergens toe? Voorlopig lijkt het eerder op het tegendeel. De Koerden bijvoorbeeld, die in de huidige regering-Jaafari samen met de shi'ieten een coalitie vormen, zien hun kans schoon om hun zin te krijgen. Zij willen een regeling voor Kirkuk, dat wil zeggen een referendum in deze noordelijke oliestad dat resulteert in aansluiting bij de autonome Koerdische regio. Verder stellen zij voor in het nieuwe kabinet alle besluiten bij consensus te nemen en om een soort raad van toezicht te vormen met uitvoerende bevoegdheden om op het handelen van de regering toe te zien.

De shi'itische Alliantie wil niets weten van aansluiting van Kirkuk bij Koerdistan, en ziet evenmin iets in de andere Koerdische ideeën. De consensusgedachte beschouwt de Alliantie als fatale ondermijning van haar meerderheidspositie, en in de raad van toezicht vermoedt ze een voertuig om ex-premier Allawi een uitvoerende rol te geven voor het geval zij hem uit de nieuwe regering weet te houden. Veel shi'ieten verafschuwen Allawi, niet zozeer omdat hij seculier en pro-Amerikaans is als wel omdat hij ooit lid van Saddams Ba'athpartij is geweest en als premier veel Ba'athisten in de veiligheidsdiensten heeft teruggebracht.

De sunnitische partijen op hun beurt hebben al duidelijk gemaakt de grondwet diepgaand geamendeerd te willen hebben wegens zijn federale karakter. Dat wijzen (de meeste) shi'ieten én Koerden weer af.

De meeste shi'ieten. Met uitzondering van de jonge, radicale geestelijke Muqtada Sadr. Hij verwees zaterdag de hele grondwet naar de prullenbak omdat hij geen federatie wil.

Sadrs wederopstanding biedt uitzicht op grote problemen binnen, en buiten, de Alliantie. In 2004 was hij een outlaw aan het hoofd van een legertje vechters uit de sloppenwijken, dat verantwoordelijk was voor een zich snel uitbreidende opstand die de Amerikaanse troepen met de grootste moeite konden onderdrukken. Dat legertje heeft hij nog steeds achter de hand - zijn aanhangers waren verantwoordelijk voor veel van de Iraakse protesten tegen de spotprenten van de profeet Mohammed, inclusief vlagverbrandingen. Maar daarnaast beschikt hij nu ook over een politiek leger van 30 parlementsleden binnen de Alliantie. Zij gaven uiteindelijk de doorslag bij de verkiezing van Jaafari als kandidaat-premier. Die steun zal te zijner tijd moeten worden terugbetaald.

Waar grootayatollah Sistani zich in principe buiten de politiek wil houden, behalve voor advies, is Sadr een volksmenner die een directe politieke rol voor de geestelijkheid opeist. Als een staatsman reist hij rond door naburige landen; onder anderen sprak hij deze week de Jordaanse koning Abdallah II en beloofde hij Iran en Syrië steun in het geval van een Amerikaanse aanval. Ja, Sadr gaat nog veel van zich laten horen.