Tas, jas en ook het lijf

Beveiliging, ach ja beveiliging. Geen groot evenement kan tegenwoordig meer zonder, zeker de Olympische Spelen niet. Heel begrijpelijk, want zijn impact maakt de Spelen kwetsbaar voor terrorisme. De aanslag van Palestijnen op de Israëlische ploeg bij de Zomerspelen van 1972 in München is daar het historische bewijs van.

Maar beveiliging wekt ook ergernis. Het vergt geduld, soms héél veel geduld om telkens weer aan te sluiten in de rij voor een controle die bij elke accommodatie verplicht is. Of je nu naar het perscentrum wilt, of naar een wedstrijd of een bezoek brengt aan het hotel waar de IOC-leden verblijven, steeds weer worden je tas en je jas gescand en steeds opnieuw word je gefouilleerd, omdat de detectiepoort piept.

Hoezeer ik ook begrip heb voor de strenge maatregelen, de controles ook roepen irritaties op. In een onredelijke fase denk ik dan: waarom steeds die controles als je geen kwaad in de zin hebt? En op een redelijker moment: waarom moeten wij als geaccrediteerde volger steeds weer worden gescand? Met een accreditatie ben je toch al 'goedgekeurd' En dus gelegaliseerd om de Spelen te volgen? Onze persoonlijke gegevens zijn bij het IOC bekend en ik mag aannemen dat, uit veiligheidsoverwegingen, onze antecedenten zijn onderzocht. Dan kan de aandacht juist op de mensen zonder accreditatie gericht worden. Een redelijk standpunt, maar - toegegeven - het is voor een groot deel ingegeven door eigenbelang.

Henk Stouwdam