Restaurateurs gezocht

Er is een toenemend gebrek aan restaurateurs voor kerken, molens, kastelen, boerderijen en monumentale woonpanden. Opleidingsproject ROP springt in een gat in de markt.

Priegelwerk is het. Maar juist dat maakt het restaureren van het middeleeuwse Agneskerkje in het Friese dorp Goutum zo aantrekkelijk, zegt scholier Haaije Feenstra (19). Hij wordt binnen twee jaar klaargestoomd als restauratietimmerman, in het kader van het Restauratie Opleidingsproject (ROP) Noord.

Doel daarvan is om jongeren te interesseren voor de restauratiebouw en hen in de praktijk op te leiden tot bekwame vaklieden. Het oude ambachtelijke en vaak handmatige werk dreigt te verdwijnen als er geen jonggeschoolden bij komen. Feenstra werkt nu ruim vijf maanden, vier dagen per week, met collega's van restauratiebouwbedrijf Bouw '75 aan het interieur van de dorpskerk. Een dag per week zit hij op school. 'Dit is wat anders dan werken met beton in de nieuwbouw', vertelt hij als hij met een beitel uitkepingen maakt in een moerbalk. 'Erg leerzaam en leuk.' Feenstra herstelde met inboetwerk scheuren in de kerkmuren en plaatste kinderbalkjes in een houten tussenvloer in de voorkerk van het godshuis. 'Vrij pittig werk, waar je soms best lang mee bezig bent. Maar leuker dan zo'n kant-en-klaar bouwpakket in de nieuwbouw.'

Nederland telt te weinig restauratieambachtslieden voor herstel en restauratie van monumenten. Een van de belangrijkste oorzaken is de vergrijzing in de sector. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) becijferde dat er jaarlijks behoefte is aan ongeveer 500 nieuw opgeleide vaklieden. De instroom ligt nu nog niet eens op de helft. Volgens Hans Schellevis van het EIB is het aantal in restauratie gespecialiseerde vakmensen bepalend voor de kwaliteit van de restauratie van monumenten.

'Er wordt tenslotte veel geld in gestopt. Als een restauratie naderhand niet goed is uitgevoerd, span je het paard achter de wagen. Dan heb je nieuwbouw met een oude schil.' Nederland telt 35 gecertificeerde grote restauratiebouwbedrijven en 250 kleinere bedrijven die restauraties uitvoeren. Om nieuwe aanwas te genereren is een landelijk Restauratie Opleidingsproject (ROP) opgezet.

Dit landelijke netwerk bestaat uit vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de vereniging voor bouw en infrabedrijven Bouwend Nederland, FNV Bouw, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) en Fundeon, kenniscentrum voor het beroepsonderwijs bouw en infra. Vanuit een ROP worden praktijkplaatsen gezocht waar jongeren het vak kunnen leren. Landelijk volgen momenteel 75 leerlingen in alle provincies (behalve Flevoland, dat een gering aantal erkende monumenten heeft, en Gelderland dat een eigen opleidingstraject heeft) een ROP.

De ROP-structuur werd twintig jaar geleden bedacht door de huidige landelijke coördinator, Herman Deupmann. Toen al was duidelijk dat een tekort aan restauratieambachtsmensen dreigde. Deupmann zette in 1987 de Stichting Scholing Restauratie en Innovatie in de Bouw (RIBO) in Overijssel op, waar inmiddels in totaal 120 nieuwe restauratievakmensen werden opgeleid. Gezamenlijk restaureerden zij ongeveer honderd kerken, molens, kastelen, boerderijen, kalkovens en monumentale woonpanden met een totale omzet van 34 miljoen euro. In de ROP-constructie kiezen bouwbedrijven samen met opdrachtgevers en architecten restauratieprojecten uit.

Volgens Deupmann neemt de vraag naar kwalitatief goed uitgevoerde restauraties toe. 'Veel gemeentes en provincies nemen die kwaliteitseis op in het bestek en laten een restauratie uitvoeren door het ROP.'

Momenteel worden vooral timmerlieden en metselaars opgeleid, maar in Hengelo worden ook installateurs en stratenmakers vanuit het ROP opgeleid die een boerderij uit 1876 gaan restaureren. Voorwaarde is dat leerlingen al wel een mbo-diploma op zak hebben.

Drie jaar geleden gingen er ook opleidingsprojecten van start in Limburg en Drenthe en eind vorig jaar in Friesland en Groningen. Dit jaar is de landelijke dekking van het ROP rond. Het grote voordeel van deze aanpak is volgens landelijk coördinator Deupmann dat de restauratieopleiding niet afhankelijk is van toevallige projecten. Een coördinator fungeert als makelaar tussen de opleiding en de bouwbedrijven, werft leerlingen en maakt hen enthousiast voor het vak van restaurateur.

In Friesland moeten jaarlijks twintig leerlingen tot restaurateur worden klaargestoomd. Vier dagen werkt een leerling op een restauratieproject, een dag in de week gaat hij naar een Regionaal Opleidingencentrum (ROC). De leerling heeft een leermeester en moet aan het eind van de tweejarige opleiding een proeve van bekwaamheid afleggen.

Bouwbedrijf Bouw '75 uit Workum, waar Haaije Feenstra stage loopt, is een van de 35 landelijk gecertificeerde restauratiebouwbedrijven. Directeur Joost Nederhorst noemt het ROP 'heel belangrijk'. Als oudere werknemers, die vaak al jarenlang in dienst zijn, met de VUT gaan, moeten jongeren het werk overnemen.

Jongens die via een ROP bij zijn bedrijf de opleiding volgen, kan hij weliswaar geen baangarantie bieden, 'maar we spannen ons er wel voor in dat zo iemand bij ons kan blijven. En natuurlijk hopen we dat hij het werk zo leuk vindt, dat hij ook wil blijven.'

Ellen ten Boom is coördinator voor het ROP Noord (Groningen en Friesland) en probeert jongelui enthousiast te maken voor een loopbaan in de restauratiebouw. Dat lukt, zegt ze. 'Als ik een praatje houd, hoef ik ze nauwelijks te motiveren. Het spreekt de meesten aan als ik een foto van Haaije laat zien die bezig is met de houten vloer in de Agneskerk.' Een soort productiemedewerker zijn vinden veel mensen niet aantrekkelijk, stelt ze. 'Een metselaar laat op een dag 1.000 stenen door zijn handen gaan. Veel jongeren willen dat niet.'

Een nadeel is volgens Hans Schellevis van het EIB echter dat restauratievakmensen minder verdienen dan in de reguliere nieuwbouw, omdat van stukloon geen sprake is. 'Je moet wel een ideële instelling hebben om dit vak te leren.' Ten Boom beaamt dat. 'Maar het salaris in de restauratievakbouw is op den duur niet lager dan in de gewone bouw. Als je het vak in de vingers hebt, ben je op den duur een gewilde vakman.'

Architect Gerben Brouwer van het gelijknamige architectenbureau in Drachten is gespecialiseerd in restauratie van monumenten. Hij vindt dat het ROP jongeren vooral enthousiasme voor het gewone handwerk moet bijbrengen. 'Jongens die vroeger van de ambachtsschool kwamen, waren trots op het vak dat ze hadden geleerd. Dat zie je nu niet meer bij vmbo'ers.'

Er is een tekort aan vakmensen, constateert ook Brouwer. 'Vooral in het noorden doet zich dat voor. Rietdekkers en leidekkers zijn hier nauwelijks te krijgen. Die haal ik nu uit Oekraïne en Luxemburg.'

Haaije Feenstra rolde bij toeval in het timmermansvak. 'Ik wilde het leger in, maar dat zagen mijn ouders niet zitten.' Hij besloot de mbo-opleiding tot timmerman te volgen. Tijdens de acht weken durende stage bij restauratieaannemer Bouw '75 raakte hij zo enthousiast dat hij voor de restauratieopleiding koos. 'Dit is het echte timmerwerk. Met die houten tussenvloer in de kerk ben je heel lang bezig. Eerst moet je moer- en kinderbalken plaatsen, dan alles dichttimmeren en vervolgens moet er gips en isolatie op gedaan worden. Oude technieken spreken me aan.'

George Willemsen (20) wist al direct dat hij het oude ambacht van restauratietimmerman wilde leren. 'Ik heb het altijd al leuk gevonden om met mijn handen te werken. Knutselen en timmeren zijn mijn hobby.'

Na de mbo-opleiding tot timmerman liep hij stage bij Bouw '75. Daarna raakte hij in de ban van het restauratievak. Tijdens de opleiding restaureerde hij met zijn leermeester de zestiende-eeuwse rogmolen Het Lam in het Friese watersportdorp Woudsend.

Binnen enkele weken rondt hij zijn opleiding af. 'Zo'n oude molen terugbrengen in de oude staat is haast een passie. Nieuwbouw en beton vind ik niks', zegt hij beslist. 'In het restauratievak moet je improviseren. Je hebt veel kennis nodig van oude technieken. Zo maakte ik een veertien meter lange schoor aan de staart van de molen.'

Hij vindt het jammer dat er weinig geld is voor de restauratie van molens. 'De onderhoudsstaat van eenderde van de molens in Kinderdijk holt achteruit. Over vijftig jaar zijn die hartstikke rot.'

Na het behalen van hun diploma kunnen Willemsen en Feenstra ook doorstromen als calculator, medewerker restauratie of assistent uitvoerder. Hoe ze hun toekomst zien? Willemsen: 'Ik zie me bij een klein bedrijf werken. Maar op den duur wil ik bouwkundeleraar worden. Ik wil met mensen omgaan, maar ook het vakmanschap uitdragen.'

Feenstra heeft veel plezier in zijn werk, maar heeft 'geen flauw idee' of hij altijd restauratietimmerman wil blijven. Maar timmeren is in elk geval wel zijn hobby geworden. 'In de kerstvakantie heb ik zelf een groot houten hondenhok getimmerd. Met dakpannen erop. Dat beest zit nu in een hotel.'