Olmi is de beste in treindrieluik

Tickets. Regie: Ermanno Olmi, Abba Kiarostami, Ken Loach. Met: Carlo della Piane, Valeria Bruni Tedeschi, Blerta Cahani, Martin Compston. In: Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.

Het onvermijdelijke gevolg van een drieluik is dat de toeschouwers na afloop niet discussiëren over de film, maar over welk van de drie delen het beste was. Tickets zal daar geen uitzondering op vormen. De drie korte treinfilms van Ermanno Olmi, Abbas Kiarostami en Ken Loach zijn zo verschillend van toon, aanpak en bedoeling - als je daarvan mag spreken - dat vergelijken even zinloos als onweerstaanbaar is.

Dan moet ik zeggen dat het deel van de 74-jarige Italiaan Olmi mij het beste beviel, terwijl anderen het even hartgrondig zullen verfoeien. Het is een mijmering van een oude man die op een zakenreis een prachtige secretaresse heeft ontmoet (Valeria Bruni Tedeschi) en op de reis terug al zijn gedachten aan haar wijdt.

De trein van Olmi is een capsule waarin passagiers van alle nationaliteiten in wonderlijk isolement door de wereld razen. De voertaal is Italiaans of handen-en-voeten-Engels. Er is een permanent gevoel van dreiging, dat mooi contrasteert met de kinderlijke gedachten van de oude man. De dreiging vertoont alle trekken van de moderne westerse angst voor de boze buitenwereld. Met soldaten, vuurwapens en honden proberen de westerlingen zich te beveiligen, maar het enige resultaat - in elk geval in dit filmpje - is een gemeenschappelijk gevoel van onbehagen.

Olmi wikkelt steeds dezelfde beelden af, met telkens andere accenten en nieuwe ontwikkelingen in de droom van de oude man. Instappen op het station wordt zo langzaam maar zeker een teder afscheid van twee geliefden, de man en de secretaresse, met een gefluisterde belofte en een onderdrukt wederzijds verlangen. Het is een subtiel spel dat de regisseur speelt. Het is nadrukkelijk onecht en gestileerd en dat boezemt sommigen grote afkeer in.

De episode die de Iraniër Kiarostami regisseerde biedt veel meer houvast. Hier gaat het om een wonderlijk reisduo, een oudere, gezette vrouw met een erg jonge jongen. Het is al snel duidelijk dat zij niet zijn moeder is en het blijft lang in het midden of hij dan misschien haar minnaar is. Zij is in elk geval een secreet dat de omstandigheden van haar wezen - dik, oud - gebruikt om anderen onder druk te zetten.

Kiarostami laat haar twee keer medepassagiers schofferen. De eerste keert blijkt zij in haar recht te staan, de tweede keer allerminst, maar beide momenten zijn zo gefilmd en gespeeld dat de agressie van het doek naar de kijker vliegt en van de kijker terug naar het doek. Ook hier speelt de mijmering een rol, als de jongen in de trein wordt geconfronteerd met een onschuldiger verleden, via een meisje uit zijn dorp. Het is een mooie ontmoeting, het meisje streelt met haar tong over haar beugel. Jammer dat Kiarostami zich een wel heel expliciete veroordeling van de moderne tijd laat ontvallen als de jongen vraagt: spelen jullie nog op het plein? Nooit, zegt het meisje, we sms'en en zitten achter onze Playstation.

Even expliciet is het deel dat Ken Loach voor zijn rekening nam. Kan het ook anders? Loach' (beeld)taal is altijd expliciet. Het gaat hem meer om wát hij vertelt dan hóé hij vertelt. Dat maakt zijn episode tot de lolligste, de vrolijkste en in mijn ogen minst interessante van de drie. Drie Celtic-fans op weg naar Rome voor de Champions League raken aan de praat met een Albanese familie (die ook een prominente rol speelt in Olmi's deel) en die stakkerds ontfutselen hun een treinkaartje. Nu staan de jongens voor een heus moreel vraagstuk. Verraden we deze aardige zielenpieten of draaien we er zelf voor op? Het beste wat je ervan kunt zeggen is dat het drieluik zo in majeur eindigt.