Kijk, een Dierivaat!

De grote ontlading is begonnen in Europa. Gas- en stroombedrijven storten zich in grensoverschrijdende overnamegevechten - alsof de kritiek van Brussel op machtsconcentratie en de kritiek van het volk op de hoogte van de energierekening een soort startschot is geweest.

Het Duitse energiebedrijf Eon, de grootste van Europa, biedt ruim 29 miljard euro voor Endesa, het grootste energiebedrijf van Spanje. De grootste energiebedrijven van Italië en België snuffelen ook aan elkaar.

Maar de Nederlandse energiebedrijven doen even niet mee. De bestuurders van bedrijven als Nuon en Essent verdienen wel marktconforme salarissen, maar nu de marktwerking in Europa losbarst kijken de managers werkloos toe. De Nederlandse sector staat op de sluimerstand.

De fel bediscussieerde splitsingswet van minister Brinkhorst (Economische Zaken) wordt als boosdoener gezien. Het heeft er weliswaar alle schijn van dat het voorstel van Brinkhorst om de netwerken van energiebedrijven af te splitsen van productie- en handelsactiviteiten, het politiek zal redden. Maar helemaal zeker is het nog niet. Daardoor zouden potentiële kopers van Nederlandse stroombedrijven niet weten waar ze aan toe zijn.

Daarnaast hebben veel bedrijven hun netwerken, die ooit met publieke middelen zijn opgebouwd, aan Amerikaanse investeerders verpand. Het leverde tien jaar geleden een snelle winst op. Nu volgt de naheffing: het juridische mijnenveld beperkt de bewegingsruimte van de energiebedrijven.

Toch doet de lijdelijkheid waarmee Nederlandse energiebedrijven hun gijzeling ondergaan vreemd aan. Voor bankiers - en die houden net als energiebedrijven van handel - moet dit vraagstuk toch een abc'tje zijn. Op iedere afdeling structured finance wemelt het van de deskundigen die zulke (voorwaardelijke) rechten kunnen omvormen tot een verhandelbaar derivaat. Ongesplitst zijn energiebedrijven meer waard dan gesplitst.

Niets houdt Nuon of Essent tegen om zichzelf nu al, als ware zij 'gesplitste' bedrijven, te verkopen met een derivaat erbij dat geld uitkeert op het moment dat er toch níet gesplitst hoeft te worden. De waarde van zo'n derivaat is dan afhankelijk van de kans op splitsing, de waarde van het netwerkbedrijf en de geschatte kosten die het ontvlechten van de verpandingsconstructies met Amerikaanse investeerders met zich meebrengt.

Beleggers genoeg die voor zulke exotische derivaten willen betalen. En zo exotisch is het ook weer niet. De energiebedrijven hebben al een beetje ervaring: zij zegden milieu-adviseur Wouter van Dieren geld toe als de splitsingswet niet door zou gaan. Zo'n recht kan prima op wat grotere schaal verhandeld worden.

Jeroen Wester