Haat

Als je een dolk zo diep mogelijk in de borst van een Amerikaanse militair steekt, en je draait hem even rond, dan hoor je 'krak'.

Dat is een van de belangrijkste lessen die ik van de Turkse speelfilm Kurtlar Vadisi ('De vallei van de wolven') heb geleerd. Deze anti-Amerikaanse film oogst een stormachtig succes in Turkije en bij de Turkse gemeenschap in Duitsland. Elke keer als een Amerikaan iets vreselijks moet ondergaan, stijgt een dankbaar gejoel uit het publiek op. De 'cartoonoorlog' wordt dan even een 'filmoorlog'.

In Amsterdam, waar ik de film gisteren in de City-bioscoop zag, viel dat mee. Er zaten zo'n vijftig mensen, merendeels Turks, die alleen af en toe gniffelden om een grapje dat ik niet begreep.

Toen die Amerikaan aan het einde door een Turk werd doodgestoken, hoorde ik het gehoofddoekte meisje achter me zelfs van akeligheid een zuchtje slaken. En dat terwijl die Amerikaan, Sam Marshall geheten, toch duidelijk de personificatie van het perfide Amerika was. Daar werd George Bush himself aan het mes geregen, en niemand anders.

Wat je de Amerikaanse militairen in die film moet nageven, is dat ze zonder uitzondering Turks spreken - ook tegen elkaar. Je kunt het vergelijken met SS'ers die in een oorlogsfilm van Paul Verhoeven steeds tegen elkaar zouden roepen: 'Laat het heil zegevieren!' Het veroorzaakte bij mij in het begin de nodige verwarring, want wie was nou Turk en wie Amerikaan?

Je zou ook mogen verwachten dat het linguïstische aanpassingsvermogen van de Amerikanen door de Turken gewaardeerd werd, maar dat was allerminst het geval. Van meet af aan is de Amerikaan in deze film een bloeddorstige schoft, die liefst mohammedaanse vrouwen en kinderen afslacht, zonder met zijn ogen te knipperen. Een hypocriete christenhond is hij ook nog, want hij bidt wel even tot zijn Heer, voordat hij zijn wandaden begaat.

Toen ik de bioscoopzaal verliet, klampte een Nederlandse man me aan. Wij waren leden van een autochtone minderheid en dat schept kennelijk al snel een band.

'Wat vond u ervan?' vroeg hij.

'Dit was diepe haat', zei ik.

Hij knikte en begon te vertellen dat hij veel Rambo- en James Bond-films had gezien. 'Daar zie je het omgekeerde. Russen, Noord-Koreanen, Cubanen, ze worden als duivels afgeschilderd. We krijgen nu een koekje van eigen deeg.' Hij zei het met een ondertoon van waar-gaat-dat-heen ongerustheid, die ik zo kort na die film ook wel bij mezelf bespeurde, al ben ik niet zo'n ondergangsfilosoof.

Sebastian Haffner, de grote Duitse essayist, heeft over de nazipropaganda gezegd: 'Niemand gelooft haar, maar ze werkt.' Die propaganda was er niet op uit om geloofd te worden, aldus Haffner, maar om in de Duitse hoofden 'hardnekkige ideeën en fantasieën te laten ontstaan'.

Dat is Joseph Goebbels, onder Hitler minister van Volksvoorlichting en Propaganda, uiteindelijk goed gelukt. 'Wij mogen zeggen wat we denken, we hoeven de tegenstander niet te sparen, met tolerantie bereik je niets', hoorde ik Goebbels laatst op oude filmopnamen zeggen. Hij zou in deze tijd weer aardig aan zijn trekken komen.