Fabris in voetsporen van volksheld Tomba

Niet de populaire slalomskiër Giorgio Rocca, maar de tot voor kort onbekende schaatser Enrico Fabris is de olympische sportheld van Italië. Hij behaalde gisteren op de 1.500 meter, vijf dagen na de ploegenachtervolging, zijn tweede gouden medaille in Turijn.

De professionele schaatser Fabris, ingeschreven maar niet werkzaam als politieagent, werd na afloop van de bijzonder spannende schaatsmijl in één adem genoemd met twee beroemde landgenoten. Oud-skiër Alberto Tomba (1988) en ex-bobsleeër Eugenio Monti (1968) waren tot nu toe de enige Italianen die tweemaal goud wonnen bij dezelfde Winterspelen.

'Het is een geweldige eer een soortelijke prestatie te hebben geleverd als deze grote kampioenen', sprak Fabris ten overstaan van tientallen Italiaanse journalisten. Hardrijden op de schaats (pattinaggio di velocità) was tot vorige week een onbekende sport in het land van 'Koning Voetbal'. Niemand die hem op straat herkende.

Na de ploegenachtervolging, die Fabris zo ongeveer in zijn eentje won, leek sprake van een mediahype. De populaire kranten stonden bol van de sensatieverhalen. Na de 1.500 meter lijkt het anonieme (schaats)leven van Fabris voorgoed verleden tijd.

In het olympische dorp, hermetisch afgesloten van de buitenwereld, werd de Europees kampioen allround de afgelopen week nog redelijk met rust gelaten. Maar in de kranten en op de televisie zag Fabris wat hij met zijn gouden races - hij won ook brons op de vijf kilometer - teweeg heeft gebracht. Hij kan zich opmaken voor een feestelijke ereronde door Noord-Italië. In het zuiden van 'de laars' leven de Spelen veel minder.

Fabris mag ook rekenen op lucratieve contracten. Hij mocht tot en met de Spelen niet met een eigen geldschieter in zee gaan, aangezien de Italiaanse schaatsbond salaris én sponsors van het Italiaans Olympisch Comité kreeg toebedeeld. Na drie afstanden heeft hij al 300.000 euro bij elkaar geschaatst. 'Geld is bijzaak, het gaat om de eer', zei de 24-jarige Italiaan, die in zijn kleutertijd heeft leren schaatsen; afwisselend als shorttracker en langebaanrijder.

Op een vraag van een landgenoot waarom Fabris zo graag rondjes rijdt op de voor Italianen zo vreemde 400-meterbaan, antwoordde de stilist met de kaarsrechte rug: 'Schaatsen is een eerlijke sport, waarbij geen geluk komt kijken. Je rijdt tegen de klok. De ware kwaliteit van de sportman komt naar boven, zowel fysiek als mentaal. Zo heb ik afgelopen week moeten leren omgaan met de druk van de media. Iedereen rekende op een goede race.'

De schaatser met de lange adem voldeed aan de verwachtingen in de uitverkochte en wederom oranje gekleurde Oval Lingotto. Zijn start was aan de trage kant, gaf hij na afloop toe. Hij moest bij de eerste kruising voorrang verlenen aan Simon Kuipers, die halverwege nog een seconde voorsprong had op zijn directe tegenstander. Aangemoedigd door het Italiaanse én Nederlandse publiek begon hij aan een niet voor mogelijk gehouden inhaalrace. 'Ik heb me geen moment zorgen gemaakt en wist waar ik tijdwinst ging boeken.'

Fabris reed als enige favoriet een slotronde onder de 28 seconden én alleen hij bleef met zijn eindtijd onder de 1.46 minuut. Hij had baat bij het vele trainen op een laaglandbaan. Zijn rivalen Chad Hedrick (Salt Lake City) en Shani Davis (Calgary) zijn thuis gewend aan hooglandbanen, waarop ze hun rappe aanvangstempo tot het einde kunnen volhouden. Zij reden in hun woonplaats beurtelings wereldrecords op 'de 1.500'.

Hedrick verspeelde in de slotronde een seconde, en Davis zelfs anderhalve seconde op de ontketende Fabris, die aan de finish zijn achterstand had goedgemaakt. Zijn voorsprong op de twee Amerikaanse kemphanen bedroeg respectievelijk 0,25 en 0,16 seconde.

De Italiaan had het voordeel van een thuiswedstrijd. Niet voor niets zijn de vier wereldbekerwedstrijden op de 1.500 meter dit seizoen gewonnen door rijders op voor hen bekend terrein. De Amerikanen wonnen ieder in hun eigen hal, Kuipers zegevierde in zijn woonplaats Heerenveen.

Fabris had begin december bij de wereldbekerwedstrijd in Turijn ook de 1.500 gewonnen. Hij maakte op deze afstand in januari nog meer indruk bij de EK in Hamar, waar hij op een soortgelijke ijsvloer zijn tegenstanders op seconden achterstand reed. Ook de Amerikanen waren gewaarschuwd voor de Italiaan, die onder leiding van zijn coach Maurizio Marchetto op uitgekiende wijze een Road to Torino uitstippelde.

'Ik ben vier jaar bezig geweest met deze ene race', sprak de specialist na het doorbreken van de Amerikaanse hegemonie bij de mannen. Vrijdag volgt de slotafstand: de tien kilometer. 'Dan maak ik veel minder kans op goud', zo temperde Fabris de verwachtingen bij zijn inmiddels schaatsminnende landgenoten.