De gezichten in Riga ontdooiden

Riga. Niet mijn idee, maar dat was het risico. Omdat mijn vader na 23 jaar besloot zijn vriendin dan eindelijk ten huwelijk te vragen, gaven mijn broer en ik hun een trip naar een Europese hoofdstad naar keuze, ons incluis. Ik zag mezelf al paraderen door het nu al warme Lissabon. Maar het werd Riga. Min 12 graden.

De eerste aanblik op het Letse land, vanuit het vliegtuigraampje, bestond uit louter zwartwittinten. Koud, en ook nog een land zonder kleuren, schoot door mijn hoofd. Maar het bleek sneeuw. Werkelijk alles was wit. Op streepjes zwart, bestrooid asfalt, na.

Hoe fijn bleek het, om eens een echte winter mee te maken. Om onvervalste kou te voelen en vooral de helende warmte erna, in een café, je vingers om een kop thee gewikkeld. Kou is koel! Weg met onze poldertemperaturen en die overschatte Portugese zon.

Ingepakt in vele lagen kleding, stoomwolkjes blazend, trokken wij te voet door de prachtige Letse hoofdstad. Los van de sneeuw had de stad een sprookjesachtige uitstraling die tot in de architectuur werd doorgevoerd. Draken, gezichten, lezende mannetjes en katten keken ons vanaf kleurrijke gebouwen aan.

De Letten zelf waren met hun stugge blikken minder feeëriek. Maar een bezoek aan het Occupatiemuseum leerde ons dat de Letten de bezetting van de Duitsers na de Russen als opluchting beschouwden, waarna ze na de oorlog nog eens bijna vijftig jaar onder de Russen vielen. Respect voor de Letten vulde ons met warmte. Riga omarmde ons als een deken. Wij moedigden de Letten aan die wij op de kleine televisie in de lobby van ons hotel in Turijn zagen ploeteren.

Wij spraken slechts één woord Lets. Het was genoeg. Bedankt zeggen in hun eigen taal bleek de gezichten in Riga te ontdooien. Paldies, zeiden wij, paldies. Bij het aanreiken van de koffie, bij het scheuren van de kaartjes in het museum, bij het brengen van de rekening, bij het openhouden van een deur. Paldies! Op de stugge, verkleumde gezichten verscheen iedere keer weer een glimlach.