Dataverkeer op afstand bewaard

Het Nederlandse orgaan dat gaat bijhouden met wie burgers hebben gebeld of geë-maild, of welke websites ze hebben bezocht, komt op afstand van de overheid.

Minister Donner (Justitie, CDA) zei gisteren na afloop van beraad met zijn ambtgenoten in Brussel dat daarover wordt onderhandeld in een werkgroep waarin ook het bedrijfsleven is vertegenwoordigd.

Volgens Donner hoeft centrale opslag van de databestanden niet in handen van de overheid zijn. 'Het kan ook gaan om bijvoorbeeld een stichting, als in de reglementen duidelijke beheersvoorwaarden zijn vastgesteld.'

De instelling van een dergelijk centraal bestuursorgaan vloeit voort uit de bewaarplicht van persoonsgegevens in het kader van de bestrijding van georganiseerde misdaad en terreurorganisaties. De nieuwe instelling moet onder meer garant staan voor privacybescherming.

De Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bereikten gisteren na anderhalf jaar discussie overeenstemming over de verplichte opslag van dergelijk dataverkeer voor een periode van minimaal zes maanden en maximaal twee jaar. Door de opslag moet het achteraf mogelijk zijn te zien wie met wie in een bepaalde periode gebeld heeft. Op die manier kunnen opsporingsinstanties netwerken blootleggen nadat een misdrijf of een aanslag is gepleegd. Daarbij gaat het overigens alleen over contactinformatie, niet over de inhoud van de uitgewisselde gesprekken.

Telecombedrijven hebben zich verzet tegen de voorstellen, vanwege de daarmee gemoeide kosten, maar ook vanwege de risico's van aantastingen van de privacy. Tot nu toe werden dergelijke databestanden alleen bewaard voor het maken van de rekening.

De kosten van de bewaarplicht moeten nog in kaart worden gebracht, inclusief de vraag of het bedrijfsleven daarvoor opdraait of ook de overheid. Volgens Donner krijgen opsporingsinstanties niet ongelimiteerd toegang tot die databestanden.