Commerciële publieke omroep

De publieke omroep in Nieuw Zeeland ligt onder vuur. Omdat de twee netten te commercieel zijn en het aandeel Nieuw-Zeelandse programma's is gedaald van 45 tot 35 procent. Maar de VVD vindt het een prachtig model.

Zelfs de beroemdste Nieuw-Zeelander, Sir Edmund Hillary, de eerste man die de Mount Everest beklom, zette zijn handtekening onder een boze, open brief over de publieke omroep. 'Nieuw-Zeelandse televisiekijkers zijn met hun publieke televisie het slechtst af in de westerse wereld', schreef een groep bejaarde, maar prominente Nieuw-Zeelanders, onder wie Sir Edmund en een aantal oud-ministers en rechters. Ze schreven aan de huidige minister die verantwoordelijk is voor de staatsomroep Television New Zealand (TVNZ) dat het probleem niet bij het personeel of de directie ligt, maar bij de structuur van de omroep. 'Omdat onze publieke omroep geld moet opleveren is de hoeveelheid reclame groter dan in enig ander land in de westerse wereld of het Gemenebest', luidde het protest.

Nieuw Zeeland heeft vier miljoen inwoners en twee publieke tv-zenders: het breed geprogrammeerde TV One en TV2, dat zich richt op kijkers van 18 tot 40 jaar. De belangrijkste andere (via de ether) gratis te ontvangen zender is TV3 van het Canadese mediabedrijf Canwest. Om dat magere aanbod aan te vullen heeft 40 procent van de bevolking een abonnement van minimaal 40 euro per maand op Rupert Murdochs Sky Television, dat via de satelliet op een twintigtal netten de twee belangrijkste Nieuw-Zeelandse publiekssporten (rugby en cricket) en een wereldwijd menu van buitenlandse films, nieuws (CNN, BBC World) en lifestyle-programma's uitzendt.

De twee publieke tv-zenders hebben nog steeds een marktaandeel van 70 procent van de kijkers naar het gratis aanbod. Het TV3-journaal trekt nu echter meer kijkers dan dat van TVNZ in de belangrijkste advertentiemarkt: Aucklanders tussen 18 en 45 jaar oud. In de strijd om kijkers is onlangs de belangrijkste presentatrice van het journaal van TV One, een afgeschreven maar populaire vijftigplusser, bijgenaamd 'Moeder van de natie', vervangen door een jonger duo. TVNZ's troeven in het aanbod omvatten behalve het journaal een Nieuw-Zeelandse variant van Idols en eindeloze programma's over tuinieren, doe-het-zelven en de huizenmarkt. Ook het al veertig jaar bestaande Engelse Coronation Street scoort nog goed.

De regering erkende drie jaar geleden al dat er problemen waren. Tot 2003 opereerde TVNZ op volledig commerciële basis, een gevolg van de rechtse economische revolutie van de jaren tachtig. Maar in 2003 bepaalde de centrum-linkse regering van minister-president Helen Clark dat er op TVNZ's twee netten meer van de Nieuw-Zeelandse identiteit moest worden weerspiegeld.

De gerespecteerde oud-televisiejournalist Ian Fraser werd de nieuwe directeur en kreeg opdracht een nieuw 'Handvest' uit te voeren. Maar eind 2005 stapte Fraser gefrustreerd op. ,,De programmering van onze zenders is fundamenteel onverenigbaar met elk herkenbaar publiek omroepmodel', erkende hij.

Het belangrijkste probleem in Nieuw Zeeland is dat de publieke omroep niet veel mag kosten. In Nederland krijgt de publieke omroep zo'n 600 miljoen euro per jaar voor drie tv-zenders en vijf radiozenders. In Nieuw Zeeland haalt de publieke omroep zo'n 90 procent van zijn inkomsten uit reclame en merchandising. De rest komt voornamelijk van een fonds, New Zealand On Air, dat hoogwaardige Nieuw-Zeelandse programma's subsidieert. Het fonds bestaat sinds 1989 en heeft een jaarlijks budget van ongeveer 60 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar (34 miljoen euro). Maar niet alleen de twee publieke zenders, ook het private TV3 en commerciële productiebedrijven dingen naar die programmasubsidie. Weliswaar kwam er voor de in het 'Handvest' gewenste extra Nieuw-Zeelandse documentaires, kinderprogramma's, kunst- en dramaproductie in 2003 nog 11 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar extra voor TVNZ beschikbaar. Maar de publieke omroep betaalt ook een 'dividend' aan de overheid over zijn commerciële activiteiten van enige tientallen miljoenen dollars per jaar. Daardoor komt de totale netto overheidsbijdrage aan de publieke omroep uit op 50 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar (28 miljoen euro) per jaar. Dat is 7 euro per inwoner - tegen zo'n 36 euro per Nederlander per jaar.

Oud-directeur Fraser lijkt het eens te zijn met de schrijvers van de open brief. 'Publieke omroepen elders in de wereld zenden geen dertien tot veertien minuten reclame per uur uit. We zijn genoodzaakt onze commerciële prestaties te handhaven. Dat betekent dat veel kijkers ons meer zien als een omroep die dingen probeert te verkopen dan als een omroep die aan hun wensen als kijkers tegemoetkomt', schreef hij, voor zijn ontslag, in een intern memorandum dat door een Kamerlid openbaar werd gemaakt.

Onder Frasers bewind daalde het aandeel van Nieuw-Zeelandse programma's op TV One van 45 naar 35 procent. Nieuwe serieuze discussieprogramma's die hij introduceerde, verdwenen snel. Ze trokken te weinig kijkers en waren voor adverteerders niet interessant.

De lage kosten van het Nieuw-Zeelandse model werden onlangs geprezen door het Kamerlid Fadime -rgü van de VVD, die in de Tweede Kamer herhaaldelijk heeft gepleit voor het afschaffen van het derde publieke net in Nederland. Zij prees het model van 'New Zealand on Air', omdat daardoor ook commerciële partijen in aanmerking komen voor subsidie voor het maken van 'publieke programma's' als documentaires.

Helen Clarks regering oordeelde anders. Het model moest worden aangepast omdat de prachtige programma's die met geld van 'New Zealand on Air' waren gefinancierd in de praktijk vaak pas laat op de avond te zien waren, omdat ze te weinig kijkers trekken.

TVNZ's toekomst is nu onduidelijk. Ian Fraser stelde een aantal radicale aanpassingen voor, waarbij het eerste net een veel nadrukkelijker of zelfs uitsluitend publieke omroepfunctie zou krijgen, eventueel geheel zonder reclame. Zo'n nieuw TV One zou de overheid jaarlijks 100 tot 200 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar gaan kosten. Maar het wegjagen van kijkers is volgens Fraser een grote vernietiging van overheidskapitaal.

Omroepminister Steve Maharey reageerde vorige week onmiddellijk op de open brief. De overheid zal volgens hem zeker geen publiek televisienet volledig gaan financieren. Zijn Labourregering mag dan wel klagen over het programma-aanbod van TVNZ, maar na een periode van bijna vijftien jaar volledig commercieel opereren, lijkt de politieke wil gering om meer dan 7 euro belastinggeld per Nieuw-Zeelander aan de publieke omroep uit te geven.