Zetelroof bedreigt de partijen

Grote partijen raken steeds meer zetels kwijt door afsplitsingen. 'De bestuurbaarheid van gemeenten is onder druk komen te staan.' Of is het een gezonde herschikking?

De nieuwe lokale partij Transparanz heeft sinds vorige maand een zetel in de gemeenteraad van Sittard/Geleen. Fractievoorzitter Wil Paes gaat zijn partij op 7 maart groter maken dan de PvdA, zegt hij. Hij gaat stemmen winnen met programmapunten als minder raadsvergaderingen en meer geld voor sport en de jeugd. Er is al een campagnefilmpje gemaakt, en een lied. 'En toch', zegt Paes, 'doet het een beetje pijn. Ik heb me jaren voor de PvdA ingezet.'

Begin januari stapte Paes, toen nog lokale fractievoorzitter van de PvdA, uit de partij waar hij al dertig jaar lid van was. Het kwam door een conflict over een nieuwe lijsttrekker. Paes had een populaire oud-wethouder van Stadspartij Nieuw Sittard gevraagd PvdA-lijsttrekker te worden. De afdeling, die een echte sociaal-democraat op de eerste plek wilde, stemde zijn kandidaat weg. Na een turbulente vergadering trok Paes zijn conclusies: 'Wat willen ze nou, vroeg ik me af. Een ouderwetse socialist of een stemmentrekker?'

De PvdA heeft de afgelopen raadsperiode in twaalf gemeenten zetels verloren door dit soort tussentijdse afsplitsingen. Tussen 1998 en 2002 kwam 'zetelroof' slechts een keer voor. 'Het is een nieuw verschijnsel voor de grote partijen', zegt politicoloog Jean Fransman. Voor de PvdA schreef hij een onderzoek naar versnippering van gemeenteraden.

Sinds 2002, zegt hij, is het aantal tussentijdse afsplitsingen in de lokale politiek vervijfvoudigd. In de vorige periode stapten 31 raadsleden uit hun fractie, in deze periode is dat gestegen tot 154 - en dat is nog een tussenstand.

Circa 60 procent van deze afsplitsingen komt volgens Fransman voor rekening van lokale partijen. Versnippering komt bij deze partijen altijd al veel voor. En de vorige raadsperiode is het aantal lokale en leefbare partijen sterk toegenomen. Volgens zijn gegevens heeft circa 25 procent van de gemeenten in 2002 méér partijen in de gemeenteraad gekregen. Het gevolg: langere vergaderingen, onzeker gedrag van de coalitiepartijen en een 'vertraging van het besluitvormingsproces'. 'De bestuurbaarheid van gemeenten is onder druk komen te staan.' Het lijkt een trend: er hebben zich, volgens een telling van dagblad Trouw, 35 procent meer lokale partijen ingeschreven voor de verkiezingen dan in 2002.

Nieuw is volgens Fransman de afnemende trouw van raadsleden van de grote partijen. De VVD verloor bijvoorbeeld 22 raadszetels, het CDA 17. 'Vroeger leverde een raadslid zijn zetel in, als het een keer zo ver kwam dat hij de gemeenteraad verliet. Nu blijven ze vaker als eenmansfractie in de raad zitten.' Fransman: 'Sommige raadsleden vertrekken om persoonlijke redenen uit een partij. Maar er is ook minder trouw aan de ideologie van de partijen.'

Op termijn kan deze trend gevaarlijker zijn voor de stabiliteit van de lokale democratie dan de opkomst van lokale partijen, denkt Fransman. Immers, de meeste lokale partijen belanden niet eens in de raad. Veel partijen met de naam 'leefbaar' zullen bovendien moeite hebben in de gemeenteraad te blijven. Kans van slagen maken volgens Fransman partijen die zich op allochtone kiezers richten en partijen die zich 'transparant' noemen. Maar verder, denkt hij, zullen de landelijke partijen meer te vrezen krijgen van afsplitsingen dan van een verdere opkomst van lokale partijen.

Voor de PvdA is het aantal afsplitsingen nu al zo zorgelijk, dat de partij in het vorig jaar verschenen handboek voor de lokale en regionale politiek, Nieuw Elan, er uitgebreid bij stilstaat. Het is geschreven door het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA. Raadsleden, staat er 'moeten zich vanzelfsprekend verbonden voelen met het gedachtegoed van de PvdA'. 'Wanneer die band zwak is, kiezen leden er snel voor op eigen houtje verder te gaan in de raad. Vooral allochtone raadsleden doen dit vaker dan gemiddeld.'

De PvdA weet ook hoe dit komt. Allochtone raadsleden dienen vaak vooral het belang van hun achterban. De PvdA is daar soms ondergeschikt aan. Maar er is ook een andere oorzaak. In verkiezingstijd benaderen partijen allemaal dezelfde interessante allochtonen. En 'de keus voor de PvdA [...] is niet altijd ingegeven door een sterke band met de PvdA, maar door de kans om in de gemeenteraad te komen.' Daarbij onderschatten afdelingen volgens de partij de kracht van de voorkeursstemmen. Zeker in kleinere gemeenten kan iemand die laag op de kandidatenlijst staat, vrij gemakkelijk toch in de gemeenteraad terechtkomen.

Kandidaten voor sommige partijen moeten een verklaring ondertekenen dat ze hun zetel opgeven als ze uit de partij stappen.

De partijen wapenen zich met ideologisch getinte cursussen tegen deze trend. Vrijwel alle partijen - de PvdA deze verkiezingen voor het eerst sinds dertig jaar - hebben bovendien standaard-verkiezingsprogramma's geschreven voor de afdelingen. Daarin staat wat een raadslid vindt van lokale thema's. Op die manier hopen de partijen meer ideologische basis te geven aan lokale politici.

Onnodig, vindt voorzitter Theo van Swol van de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen. De opkomst van afsplitsingen duidt volgens hem op een 'reorganisatie van de lokale democratie'. 'Mensen geloven steeds minder in grote ideologieën, zeker op lokaal niveau. Het is juist gezond dat raadsfracties veranderen. Vaak komt het voort uit een onvrede met de grote partijen, die soms politiek bedrijven met arrogantie en machtsspelletjes.'