Wie leidt de bonnenfabriek?

'Het antwoord is ja, maar wat was de vraag ook weer?' De strijd om de nationale politie doet onweerstaanbaar denken aan dit grapje van filmmaker Woody Allen.

De politie is politiek en bestuurlijk een vreemde eend in de bijt: de enige aan een gebied gebonden overheidsdienst zonder democratische controle. Velen zijn vergeten dat de politieregio's oorspronkelijk waren bedoeld als voorloper van provincies-nieuwe-stijl, met name om het democratische gat te vullen. Maar daar is het niet van gekomen en zo raakte de politieorganisatie in een 'vacuüm'.

Wat is  er dan logischer om het politiebestel op landelijke leest te schoeien? De voor de politie verantwoordelijke ministers Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) vinden dat deze kogel nu maar eens door de kerk moet. Volgens de criminoloog Fijnaut adstrueert de aanhoudende golf van afrekeningen in de onderwereld weer eens de noodzaak van centralisatie. In het huidige bestel is de wijkgerichte aanpak te ver doorgeschoten ten koste van de meer centrale recherchefuncties.

De recente onlusten in de Franse voorsteden vormen echter een waarschuwing niet te laatdunkend te doen over de gebiedsgebonden politiezorg, zoals de vakterm luidt. Dat is nu net een van de dingen waar het aan schort in de Franse banlieues. Nu zullen de politieministers in een nationaal bestel heus de wijkagent niet direct wegbezuinigen (hoewel: dat is in Frankrijk wel gedaan).

Het risico ligt subtieler. Het gaat om het signaal aan de hogere echelons, de carrièremakers in spe, noteerde de succesvolle hoofdcommissaris van New York Patrick V. Murphy in zijn memoires Commissioner (1977). In een gecentraliseerd bestel is de boodschap: je toekomst ligt bij de Haagse prioriteiten, en niet bij die van de provincie.

De ogenschijnlijk heldere plannen van Donner en Remkes zijn alleen mogelijk door een ander knelpunt te versluieren: de verhouding tussen beheer en gezag. Dat onderscheid is zeker zo belangrijk als het verschil tussen nationaal en regionaal. Beheer is wat het zegt: de zorg voor het apparaat. Gezag is waar het om gaat: de bevelvoering. En die is gewoon gebleven bij de verantwoordelijke autoriteiten, de burgemeester voor ordehandhaving en de officier van justitie voor opsporing.

Beheer volgt het gezag, luidt de theorie. De werkelijkheid is, zoals het huidige hoofd van de AIVD Van Hulst als voorzitter van de Raad van hoofdcommissarissen opmerkte 'dat je beheer en politieel beleid niet van elkaar kunt loskoppelen. Beheer impliceert beleid op langere termijn'. Ook dit verhoogt het risico dat alle ogen worden gericht op Den Haag, met als gevolg: afwachtend gedrag ten koste van de flexibiliteit. En van de maatschappelijke integratie van de politie waarop Nederland van oudsher prat gaat.

'Het meest risicovol is dat we de kant van een justitiële politie opgaan', zegt de Amsterdamse burgemeester Cohen (zelf oud-staatssecretaris van Justitie). 'De justitiële taken zijn de taken die je vanuit Den Haag het best kan zien en het best kan sturen. Daar heeft men (misdaad)cijfers voor ogen en zie je de hele preventieve kant niet, ook omdat die zo moeilijk in cijfers is te vangen.'

Dat dit geen loze waarschuwing is, blijkt uit de prestatiecontracten over aantallen processen-verbaal, ook wel 'de bonnenfabriek' genaamd. 'Ik heb zelf meegemaakt dat een agent het verwijt kreeg dat hij het korps enkele processen-verbaal door de neus had geboord door een vechtpartij te voorko-men', vertelde de hoogleraar politiestudies Kees van de Vijver aan de Staatscourant.

De jongste ronde in het grote politiespel maakt de verwarring slechts groter. Het openbaar ministerie en de burgemeesters hebben een kongsi gesloten. Tegenover de nieuwe 'directieraad' van de Haagse ministers stellen zij een landelijke 'bestuursraad' van magistraten en burgemeesters uit eigen kring. Om het helemaal ingewikkeld te maken heeft Remkes daarmee ingestemd, al blijft hij ook vasthouden aan het kabinetsplan van een nationale politie.

Wat was de vraag ook al weer? De politie staat voor belangrijke kwaliteitsslagen. Een goed voorbeeld zijn de elektronische informatiesystemen, met name de communicatie tussen de korpsen. Deze staat of valt met een behoorlijke samenwerking. Dat vraagt wel enige bestuurlijke druk op de ketel. In het Tijdschrift voor de Politie van december zeggen deskundigen dat de succeskans bij samenwerkingsrelaties beneden de 40 procent ligt. Versterking van de 'sturingsrelatie', zoals Donner het noemt, is echter al in de maak. Waarom wordt toch altijd om méér bevoegdheden geroepen nog voordat de nieuwe zijn gebruikt?

Den Haag moet liever eens in de spiegel kijken. Werkt de steeds verder opgevoerde vraag-en-antwoordmachine over politiezaken niet zelf centralisatie in de hand? In een vraaggesprek in hetzelfde decembernummer van het tijdschrift maakt een van de nieuwe lichting vrouwen in leidinggeven-de posities bij de politie een opmerking die tot nadenken stemt. 'De veranderingen zijn gericht op politiek indekken. Het is een machtsdiscussie die niet op inhoud wordt gevoerd.'

kuitenbrouwer@nrc.nl

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.