Tegenstanders PSV en Ajax zijn financieel flinke kop groter

PSV en Ajax behoren in de strijd om de Champions League tot de kleinste clubs in financieel opzicht. Bij de Europese top-20 horen ze niet: hun tegenstanders van vanavond en morgen wel.

Het is niet te hopen dat Guus Hiddink of Danny Blind de nieuwe editie van Football Money League heeft gelezen. De moed zou de trainers van PSV en Ajax wel eens in de schoenen kunnen zinken. Hun tegenstanders in de Champions League deze week, respectievelijk Olympique Lyonnais en Internazionale, hebben een prominente plaats gekregen. Voetbalclubs uit Eindhoven en Amsterdam ontbreken.

In de Money League worden door het advies- en accountantskantoor Deloitte de twintig clubs met de hoogste omzet belicht. Koploper is Real Madrid dat de inkomstenstroom met 40 miljoen euro zag toenemen tot 276 miljoen, bijna 70 miljoen meer dan de aartsrivaal uit Barcelona (plaats zes).

Als nieuwkomer in de financiële eredivisie van Europa wordt Olympique Lyonnais gepresenteerd, dat een omzet behaalde van 93 miljoen. Dat bedrag is goed voor een keurige vijftiende plaats. De omzet steeg in één jaar met maar liefst 21 miljoen euro, vooral dankzij een nieuw televisiecontract met Canal Plus: de zender betaalt de hoogste divisie in Frankrijk circa 600 miljoen euro per jaar.

De cijfers zullen PSV-voorzitter Rob Westerhof niet verbazen. Vorig jaar nog klaagde hij dat de opbrengsten uit tv-rechten in Nederland naar Europese maatstaven laag zijn. En laag blijven. PSV ontving in 2004/2005 slechts 4 miljoen euro uit tv-rechten, en dit seizoen zal dat, dankzij Talpa en Versatel, op zo'n 7 miljoen uitkomen. Olympique incasseerde vorig seizoen al 46 miljoen aan opbrengsten uit mediarechten.

Maar het zijn niet alleen de tv-rechten die de Nederlandse clubs op achterstand zetten: PSV kwam aan merchandising (verkoop van clubgerelateerde artikelen) vorig jaar niet verder dan 1 miljoen euro, wel een verdubbeling ten opzichte van een seizoen eerder.

PSV, dat vorig seizoen een omzet behaalde van 64 miljoen, wordt nog wel genoemd in de Money League, ook al komt de club niet in de buurt van de toptwintig. De Eindhovense club versperde Olympique vorig jaar de weg naar de halve finale in de Champions League en dat voorkwam - stelt Deloitte - dat de Fransen nog verder in de League waren gestegen. Dit jaar werd Schalke 04 door PSV in de Champions League de voet dwarsgezet en moest genoegen nemen met de strijd om de UEFA Cup: de Duitse club staat met een omzet van 97 miljoen op de veertiende stek in Europa.

Dat veel geld niet automatisch een zegereeks in de Champions League betekent, wordt geïllustreerd door Manchester United dat voor het eerst sinds de verschijning van de Money League (1996) van de eerste plaats is gestoten. De omzet mag met 246 miljoen euro gigantisch zijn - mede dankzij de 8.000 business seats - maar dat wil niet zeggen dat het sportief voor de wind gaat: de club, onlangs overgenomen door de Amerikaan Malcolm Glazer, staat momenteel als tweede in de Premier League twaalf punten achter op Chelsea (nummer vijf in de Money League) en is uitgeschakeld in de Champions League.

Dat feit sterkt wellicht ook Danny Blind. Van de zestien overgebleven clubs in de Champions League behoren er zes (Ajax, PSV, Rangers, Villarreal, Benfica en Werder Bremen) niet tot de 'grootste' twintig van Deloitte. Internazionale, morgen tegenstander van Ajax, hoort daar wel bij. De Italiaanse club, negende bij Deloitte, behaalde vorig jaar een omzet van 177 miljoen euro. Van de toeschouwers moet Internazionale het niet hebben, wel van de uitzendrechten die dankzij Sky Italia en de (centraal verkochte) Champions League-rechten maar liefst 103 miljoen euro bedroegen. Ter vergelijking: Ajax incasseerde in dezelfde periode slechts 8 miljoen euro aan televisierechten.

De tv-rechten van Inter zijn alleen al een derde hoger dan de totale omzet van Ajax (76,5 miljoen). Toch is er voor de grootste club van Nederland - in omzet - ook een positieve kant aan de duizelingwekkende getallen, die in de Football League worden genoemd: de club liep vorig jaar de 'reservelijst' van Deloitte maar net mis: op nummer 25 in Europa staat het Engelse Middlesbrough met een omzet van slechts één miljoen meer dan Ajax. Een overwinning op Internazionale, en dus een kwartfinaleplaats in Europa's belangrijkste clubcompetitie, brengt een notering in de League dichterbij. Dat zou de tweede keer in de clubgeschiedenis zijn.