Rust. Dat is wat Wielwijk wil

Vier ministers werden vorige week naar de Kamer geroepen om te praten over problemen met lastige jongeren. Maar wat vinden de wijkagent, de gemeente en ouders ervan? Deel twee van een serie.

Wijkagent Arno Jonkers in de Dordtse Wielwijk . 'Als je die knapen bij pa en ma op de bank ziet zitten. Keurig. Buiten gedragen ze zich anders.' Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold dordrecht wijkagent admiraalsplein foto rien zilvold politie Zilvold, Rien

Wijkagent Arno Jonkers (49) is nooit boos. In de dertig jaar dat hij bij de politie zit, is hij nog nooit uit zijn slof geschoten. Ook niet tegen de groep Marokkaanse hangjongeren in zijn wijk, Wielwijk in Dordrecht, zegt hij, terwijl hij op zijn donkerblauwe Gazelle dienstfiets door de wijk rijdt. Hij is tegen iedereen vriendelijk en voorkomend. Maar soms, zegt hij, is hij ambtelijk boos.

Ambtelijk boos was hij een paar weken geleden. Toen stond hij op een donderdagavond in het prefab wijkcentrum van Wielwijk, naast een flip-over. Naast hem, aan een lange tafel, zaten onder meer tien Marokkaanse jongens en een paar vaders. Op het papier van de flip-over schreef Jonkers met een dikke stift in grote letters onder elkaar de volgende woorden: Grote mond. Beledigen. Bedreigen. Vernielingen. Diefstal.

Jonkers had zijn stem dreigend laten klinken. 'Ik wil dat hier een einde aan komt.' Hij tikte tegen het papier. Hij wachtte een paar seconden. Toen hij dacht dat zijn woorden waren doorgedrongen had hij het papier omgeslagen. In grote rode letters stond daar RUST. 'Dát is wat ik wil in Wielwijk', zei Jonkers toen.

Jonkers was in de dagen voor de bijeenkomst persoonlijk bij de ouders van alle Marokkaanse hangjongens - een man of twintig - langsgegaan en had een brief overhandigd. Een brief met het verzoek om aanwezig te zijn op die donderdagavond. De directe aanleiding was de laptop die kort daarvoor uit het wijkcentrum was gestolen. Twee vrijwilligers hadden een Marokkaanse jongen zien lopen in de gang. En dezelfde dag, was er een computer gestolen uit het Meetingpoint, het honk van de Marokkaanse jongens, tegenover het wijkcentrum. Het gebeurde toen een groep Marokkaanse jongens er aan het schoonmaken was.

Maar er was meer. Er waren tal van klachten uit de buurt. Jonkers had die klachten in steekwoorden op de flip-over samengevat.

Max Suart van de gemeente Dordrecht sprak na Jonkers en zei: 'Wielwijk had tot voor kort een slecht imago. We investeren miljoenen in de wijk, en het imago verbetert stap voor stap. We laten dat niet door jullie verknallen. Jullie gaan je gedragen.'

Lahoussine Ait Chitt van CMO Stimulans, instituut voor multiculturele ontwikkeling zegt: 'Moslims willen graag in deze wijk een moskee. Dat is een gevoelige kwestie. En als jullie je niet gedragen, gaat de goodwill naar de verdommenis. Als jullie je niet gedragen, hebben alle Marokkanen in Wielwijk daar last van.'

Af en toe wat stevige taal is nodig, zegt wijkagent Jonkers later. Hij werd allerhartelijkst bij de Marokkaanse gezinnen ontvangen, met thee en schalen koekjes. 'Van die gastvrijheid kunnen Nederlanders nog wat leren.' Maar hij zag ook de afstand tussen buiten en binnen, tussen straat en thuis. 'Als je die knapen bij pa en ma op de bank ziet zitten. Keurig. Buiten gedragen ze zich anders.'

Zijn baas, teamchef Dordrecht-West Gert-Jan Tomassen: 'De ouders hebben vaak geen flauwe notie wat de jongens buiten doen. Terwijl deze jongens iemand nodig hebben die grenzen stelt en hen in de peiling houdt. Als de ouders dat niet doen, doen wij het. Maar het is second best.'

Even later fietst Jonkers van zijn thuisbasis, het politiebureau in de naastgelegen wijk Krispijn, naar Wielwijk. Hij wordt op straat begroet, vaak stapt hij af om naar problemen van buurtbewoners te luisteren. Die variëren van een niet betaalde boete tot een stalkende ex-echtgenoot. Jonkers luistert, knikt bemoedigend, lacht vriendelijk en zegt dat hij zal doen wat hij kan.

Hij fietst door de Zeehavenlaan, aan beide kanten kleine rijtjeshuizen met voortuintjes. 35 procent van de inwoners van Wielwijk is een niet-westerse allochtoon, maar in de Zeehavenbuurt woont geen enkele allochtoon. Een groepje jongens - trainingsbroeken, afgetrapte sportschoenen - hangt tegen een hek. Blikje bier in de hand. Ze kijken toe hoe Jonkers van zijn fiets stapt. 'Hoe gaat het jongens', vraagt hij. De jongens geinen. 'Goed hoor', zegt er een. 'We hebben geen klachten.'

Ik heb twee groepen hangjongeren in mijn wijk, zegt Jonkers later op de fiets. De jongens van de Zeehavenbuurt. Dat zijn Nederlanders. En de jongens van het Admiraalsplein. Dat zijn voornamelijk Marokkanen. Beide groepen vertonen pubergedrag. De Marokkanen hebben het een tikje lastiger, omdat ze Marokkaan zijn. Buurtbewoners vinden dat vaak bedreigender. Maar, zegt hij, als ze een grens overschrijden en ik zie het, dan pak ik ze. Of ze nou Marokkaan zijn of Nederlander.

De jongens hebben dat gevoel niet, zeggen ze tijdens de bijeenkomst over de gestolen computer. Ze hebben het gevoel dat ze gepakt worden omdat ze Marokkanen zijn. 'Jullie willen rust in Wielwijk, maar jullie wijzen alleen maar naar ons. Wij zijn niet de enigen die onrust veroorzaken', zeggen ze.

Een Marokkaanse vader staat op. Het is een oudere man met grijs haar en een bril. Hij is boos en roept in het Arabisch. Lahoussine Ait Chitt vertaalt: 'Marokkanen hebben een slechte reputatie in Nederland. Als je naar je auto loopt, kijkt de politie al naar je. Mijn zoon is net twee weken in Nederland en een politieman heeft een foto van hem gemaakt.' De Marokkaanse vader slaat met zijn vlakke hand op tafel. Dan zegt hij in het Nederlands, wijzend naar Arno Jonkers: 'Die man zei: even lekker fotootje gemaakt. Ik ben niet gek meneer. De politie is er voor iedereen en niet alleen voor de Marokkaanse jongens.' Hij staat op, pakt zijn jas en vertrekt.

Een andere vader zegt: 'Hij is een goeie mens, alleen nu een beetje boos.'

Max Suart van de gemeente Dordrecht, zelf van Antilliaanse afkomst, kan zich de boosheid van de vader wel voorstellen. Hij maakt zich zorgen over de afnemende tolerantie tussen autochtonen en allochtonen.

Maar ten aanzien van de Marokkaanse jongeren is hij voor een no-nonsensebeleid. De gemeente moet zorgen dat ze kansen krijgen, maar zij moeten de kansen wel grijpen.' Hij vindt de verlanglijstjeshouding van de jongeren te zot voor woorden. 'Zo van: als julie geen last van ons willen hebben, geef ons dan een Playstation, een televisie, een voetbalkooi, raplessen, een muziekinstallatie. Ik zeg dan: ga wat doen, man. Ga werken. Of ga een vak leren. En als je geen vak wilt leren, ook goed. Maar dan niet met een uitkering thuiszitten. Dan zul je je leven lang papier prikken. Het is niet mijn keuze, het is de jouwe.'

Dit is het tweede deel van een serie over Marokkaanse hangjongeren in het Dordtse Wielwijk. De vorige aflevering is na te lezen op www.nrc.nl