Polderkaars of bollepies

Nederland is rijker aan plantennamen dan aan planten. Het Meertens Instituut opent een website met duizenden plantennamen uit de regionale dialecten.

In Friesland kennen ze hem als de hengstenbloem, in Zeeland en West-Vlaanderen als de bedpisser of bedzeiker. We hebben het hier over de paardebloem, Taraxacum officinale. Niet alleen de paardebloem, maar heel veel planten hebben dialectnamen die afwijken van de officiële Nederlandse naam. Sinds vorige week is de omvangrijkste verzameling van volksnamen voor planten voor iedereen toegankelijk op internet (zie www.meertens.knaw.nl/pland).

De database PLAND, van 'PLAntennamen in de Nederlandse Dialecten', is het werk van neerlandicus Har Brok van het Meertens Instituut in Amsterdam. Hij schreef er ook een boekje over: Stinkend Juffertje en Duivelskruid (uitgever AUP, 14,50). In totaal omvat PLAND de volkse synoniemen van 324 planten en vruchten. Uit heel Nederland en Vlaanderen zijn door taalonderzoekers sinds 1885 voor die paar honderd soorten ruim 168.000 plantennamen verzameld. De database is daarnaast aangevuld met plantennamen uit oude handschriften en dialectwoordenboeken.

Wie een plantennaam intikt op de PLAND-site ziet een kaartje met de verschillende namen voor die plant. Boven de grote rivieren zijn de namen vaak anders dan daaronder.

'Volksnamen hebben een eigen dynamiek', vertelt Brok. Vaak verwijzen volksnamen naar het gebruik of het effect van een plant, zoals bij de paardebloemnamen bedpisser en bedzeiker. De plant heeft een vochtafdrijvend effect en dat leidt bij kinderen snel tot nachtelijke ongelukjes.

De namen verbasterden makkelijk en lijken soms het product van geestige invallen of vrije associatie. Zo heet de lisdodde vanwege de kenmerkende aarvorm rietsigaar, maar ook polderkaars, bollepies, duivelsknuppel of kattenstaart.

Kattenstaart is een naam die in de volkstaal aan bijna dertig soorten is gegeven. Daaruit blijkt wel dat volksnamen niet zo precies zijn als officiële soortnamen. Kattenstaart een algemene naam voor planten met een verticale bloem of pluim. Dat zie je vaker, zegt Brok. 'Veel verschillende soorten klimplanten kent men eenvoudig als 'klimop' of 'klimmer'.'

Hetzelfde geldt voor onkruid, zegt Brok. 'Alle planten die de boer niet op zijn land wenst, kregen van hem een naam als vuiligheid, drek of bocht.'

Ook namen die verwijzen naar de herkomst van de plant zijn niet altijd even precies. Zo komt het Afrikaantje oorspronkelijk uit Mexico en de Oost-Indische kers uit Peru. Hun namen moeten niet letterlijk worden opgevat, denkt Brok, ze willen meer aangeven dat de plant uit een exotisch oord komt. 'De volksnaamgeving is redelijk rommelig', geeft Brok toe. 'Maar als je het per plaats bekijkt valt het wel mee.'

Bij de officiële opening van de website, vorige week in Amsterdam, sprak ook de Leidse botanicus Ruud van der Meijden, auteur van Heukels' Flora. Hij vertelde dat de Nederlandse namen van planten die daarin zijn opgenomen zonder dat het de bedoeling is een steeds officiëler karakter krijgen. 'De Nederlandse namen liggen zelfs vast in wetteksten, en ik kan ze dus niet zo maar weer veranderen.'

De streekeigen namen zullen op den duur verdwijnen, realiseert ook Brok zich.