P&O niet fantastisch

Heeft het bestuur van P&O geen fantastische prestatie geleverd voor de aandeelhouders? Het havenconcern heeft zichzelf zojuist van de hand gedaan aan Dubai's DP World voor het verbluffende bedrag van 3,9 miljard pond (5,7 miljard euro). En dat nadat een paar jaar geleden zijn andere kerndivisie, de cruiseschiprederij Princess, aan het Amerikaanse Carnival werd verkocht.

Het bestuur, dat tot vorig jaar onder leiding stond van Lord Sterling, verdient zeker enig krediet. Maar geen drie hoeraatjes, eerder twee. P&O mag het dan onlangs goed hebben gedaan, het heeft slechts de beroerde prestaties van voorgaande jaren goed gemaakt.

Ga in gedachten maar eens terug naar de jaren tachtig. Sterling breidde de activiteiten van het al behoorlijk uitdijende concern uit in de richting van vastgoed, huizenbouw, catering en vakantieparken. Toch sneed hij nooit de banden met de scheepvaartsector door: hij behield kleine vloten van containerschepen, tankers en veerboten.

Dat had weinig zin. Het enige dat deze activiteiten gemeen hadden was een gebrek aan schaalgrootte. Hun rendementen waren mager en de aandelenmarkt was daar niet blij mee. In het tijdvak tussen 1986 en 1996 bracht P&O aandeelhoudersrendementen op van 6 procent per jaar - veel minder dan de 15 procent die de FTSE100-index opleverde.

Sterling veranderde niet vrijwillig van koers. Beleggers die gefrustreerd waren door het onvermogen van P&O om in zijn kroonjuweel - het snelgroeiende Princess - te investeren, dwongen hem daartoe. Hij werd eerst aangezet tot het verkopen van de niet-kernactiviteiten om de schulden te verminderen en in 2000 tot het afstoten van Princess, waardoor P&O effectief werd opgesplitst.

Dat leidde tot de verkoop van Princess in 2004 aan Carnival Cruise Lines, en vervolgens tot de verdere afslanking van P&O tot het havenconcern dat DP World heeft gekocht.

Sterling mag P&O dan niet hebben willen splitsen, hij en zijn opvolgers hebben een hoop waarde losgemaakt door dat wel te doen. Tussen februari 1986 en nu bracht P&O (inclusief het afgestoten Princess) aandeelhoudersrendementen op van 17 procent per jaar, tegen 8 procent voor de FTSE100. Maar op de langere termijn is het beeld niet zo gunstig. Over een periode van twintig jaar hebben beleggers in P&O rendementen behaald van 11 procent per jaar, precies overeenkomstig de FTSE100.

En dat is waarschijnlijk ook zoals het zou moeten zijn. Hoewel de divisies van P&O goed genoeg werden gerund, torende er geen bovenuit - behalve misschien de cruiseschiprederij. Het opsplitsingsproces heeft slechts een enorme conglomeraatskorting aan het licht gebracht. Al met al was het dus een goede prestatie van het bestuur, en geen fantastische.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld