Pers

Het komt niet vaak meer voor dat de pers in bescherming wordt genomen. Daarom was het gisteren vooral voor persmensen een prettige avond in de Rode Hoed in Amsterdam, waar Ed van Thijn afscheid nam als bestuurder van de Stichting Het Nieuwe Parool. De gastsprekers Femke Halsema, Lodewijk Asscher, H.J.A. Hofland en Eric van Gruijthuijsen behandelden het thema 'De moeizame relatie tussen pers en politiek'.

Van Thijn kwam zelf maar kort aan het woord, maar hij liet daarbij duidelijk merken dat hij verontrust is 'over het toenemende slagveld tussen de media en de politiek'. 'Dat gaat op het scherp van de snede, er zijn weinig politici die een goed woord overhebben voor de media. De heer Donner spant hierbij niet alleen de kroon, hij vertegenwoordigt die ook.'

Femke Halsema was het felst in haar verdediging van de pers: 'De stelling dat de waakhond weer aan banden moet worden gelegd, is potsierlijk.' Ze verwierp de aanvallen op de pers door politici als Donner, De Graaf en Van Hulten. 'De meeste hypes worden veroorzaakt door politici', zei ze. En: 'De politici kunnen zich beter om zichzelf bekommeren dan om de journalistiek.'

Ja, dat was voor het in groten getale aanwezige journaille manna uit de grauwe hemel van Haagse minachting en wantrouwen. Daarom was het grappig, en ook wel goed, dat uitgerekend Van Gruijthuijsen, hoofdredacteur van Het Parool, toch met pittige kritiek op de pers kwam. 'Journalisten moeten meer uitleggen en duiden', zei hij, 'en niet alleen maar op dat ene quootje jagen.'

Driehonderd parlementaire journalisten voor honderdvijftig Kamerleden, Van Gruijthuijsen vond het buiten alle proporties, het werkt op het Binnenhof een incestueuze cultuur in de hand. Hij heeft nog maar twee parlementaire redacteuren in dienst, de rest heeft hij teruggehaald naar de centrale redactie en de straat op gestuurd. Toen burgemeester Cohen riep dat er 'Franse toestanden' in Amsterdam dreigden, gingen vijf Parool-verslaggevers op pad - om tot de ontdekking te komen dat het een weinig waarschijnlijk scenario was. Zo kun je óók de macht controleren.

Er was ook veel kritiek op 'de tussenlaag', die dikke koek van spin doctors, voorlichters en communicatieadviseurs tussen schijn en werkelijkheid. Elk zichzelf respecterend overheidsorgaan heeft tegenwoordig tientallen van zulke mensen in dienst; een deel van hen heeft weliswaar ook voor de pers een nuttige functie, maar ze worden maar al te vaak ingezet om de media te manipuleren.

Daar heeft de pers over het algemeen te weinig verweer tegen. Meer journalisten op straat - de methode-Gruijthuijsen - helpt in dit opzicht niet voldoende. De journalist moet ook in de gangen van de macht kunnen komen. Dat kan alleen als de media voldoende middelen hebben - willen hebben ook - voor onderzoeksjournalistiek.

Tot slot nog een gratis tip van Hofland. Wat moet iemand doen die het centrum is van een publiek schandaal, zoals hemzelf lang geleden is overkomen? Hofland: 'Low profile. Verroer geen vin. Als je je verweert, wordt het tienmaal zo erg tegen je gebruikt, en je komt van de wal in de sloot.'