Onorthodox spel in zaak-Holleeder

In de zaak tegen de Amsterdamse crimineel Holleeder is diens advocaat Moszkowicz in diskrediet gebracht. 'Het dossier is van een misselijkmakend niveau.'

Het openbaar ministerie bedient zich in de strafzaak tegen de Amsterdamse crimineel Willem Holleeder van een techniek die nog nooit eerder is vertoond. Heineken-ontvoerder Holleeder werd eind januari met dertien andere verdachten gearresteerd. Het dossier dat de officieren van justitie Fred Teeven en Koos Plooy over hoofdverdachte Holleeder samenstelden, is van een 'misselijkmakend niveau'. Julius von Bóné is raadsman van een van de dertien verdachten in de zaak, zijn cliënt is inmiddels vrijgelaten. Hij kan, zegt hij, het dossier dromen en is geschrokken van de inhoud ervan. Karaktermoord, noemt hij de aanval van justitie op de raadsman van Holleeder, Abraham Moszkowicz.

In het strafdossier tegen Holleeder blijken stukken te zitten over Moszkowicz. Stukken over zijn moeizame relatie met cliënt Holleeder, maar ook over zijn privé-leven, over een verhouding die zijn vrouw zou hebben met een bekende misdaadjournalist. Intimiteiten, zegt advocaat Von Bóné die niets te maken hebben met de zaak Holleeder. Roddel en achterklap, zegt Moszkowicz zelf. De Amsterdamse deken van de Orde van Advocaten zal de kwestie bespreken met de hoofdofficier van jusititie.

De strafzaak tegen Willem Holleeder is voor een belangrijk deel gebaseerd op de verklaringen van de in mei 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra. Na Endstra's dood werd zijn dagboek gevonden, waarin hij onder meer beschreef hoe mannen van Holleeder na gedane zaken zijn administratie kwamen controleren, om zo te bepalen hoeveel hij aan Holleeder moest afdragen. Ook noemt hij in zijn dagboek namen van fiscalisten, notarissen en vastgoedcollega's die betrokken waren bij transacties die bedoeld waren om betalingen aan Holleeder te verrichten.

Maar justitie heeft meer dan de dagboeken van Endstra. Zo zitten er pagina's lange uitwerkingen in het dossier van gesprekken die Endstra in zijn gepantserde auto voerde met de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van de Amsterdamse politie. In een van die gesprekken vertelde Endstra hoe hij op een gegeven moment op het kantoor van Moszkowicz werd geroepen. Daar zat Holleeder, in het gezelschap van enkele Joegoslaven. Endstra kreeg naar eigen zeggen een pistool tegen zijn hoofd en de opdracht om te betalen.

Enkele maanden geleden lekte dit verhaal uit, en de naam van Moszkowicz werd in diskrediet gebracht. Of het voorval werkelijk had plaatsgevonden, was niet meer te achterhalen. Endstra was dood, en bewijzen voor zijn verhaal waren er niet. Gelukkig voor Moszkowicz had Endstra wel gezegd dat de advocaat niet bij het incident aanwezig was geweest.

Vorige week verscheen in de Volkskrant het bericht dat Moszkowicz bij de CIE had verklaard dat de relatie met zijn cliënt 'niet altijd goed voelde' . Daarnaast waren er ook nog observaties van de CIE in het dossier, dat Holleeder wel heel vaak bij zijn advocaat op het kantoor verscheen. Ook zou Holleeder camera's in het kantoor van zijn advocaat hebben laten plaatsen, om hem in de gaten te kunnen houden. Kortom, zo is de suggestie in het dossier: kijk eens wat een crimineel, hij heeft zelfs zijn advocaat 'in de tang'.

Misselijkmakende suggesties, reageerde Moszkowicz vorige week. En advocaat Von Bóné is er ook van geschrokken. 'Deze tactiek kan maar één doel hebben: de verdediging kreupel slaan. Een wig drijven tussen de cliënt en zijn advocaat, om zo de niet al te sterke zaak toch te winnen.'

Veel meer dan ontkennen kon Moszkowicz niet. Ten eerste omdat zijn cliënt nog steeds 'in beperkingen' zit en hij niet inhoudelijk op het dossier in mag gaan, en ten tweede omdat de suggesties over de relatie tussen hem en Holleeder afkomstig zijn van een dode en van CIE-informatie waarvan - zo schrijft justitie zelf - de betrouwbaarheid niet vast is komen te staan. 'Een oordeel over de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie kan niet worden gegeven', staat bij de toegevoegde verklaringen. Von Bóné: 'Ontraceerbare informatie van anonieme bronnen, maar het zit wél in het dossier. Waarom?' Het openbaar ministerie wil hier niet op ingaan.

De advocaten Nico Meijering en Leon van Kleef betichtten justitie vorig jaar ook al van onorthodoxe methoden in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Verdeel en heers, noemden ze dat. Informatie lekken, onrust zaaien en dan kijken wat dat aan informatie oplevert. De advocaten noemden twee methoden. De eerste was dat de politie in het criminele circuit zogeheten dodenlijsten verspreidde. De politie benadert criminelen met de mededeling dat er informatie is dat ze op korte termijn geliquideerd zullen worden. Daardoor ontstaat volgens de advocaten onrust in het criminele milieu wat de politie weer nieuwe informatie kan opleveren. In het meest gunstige geval loopt de 'bedreigde' crimineel zelfs naar justitie over in ruil voor bescherming. Een tweede manier om deze effecten te bereiken is volgens de advocaten het bewust lekken van stukken door justitie aan de media. Die publiceren en justitie kan rustig afwachten wat de gevolgen zijn.

Vermoed wordt dat de tweede tactiek ook in het dossier Holleeder is toegepast. Holleeder zou plannen hebben gehad de media-ondernemers Van de Ende en De Mol in 2003 te ontvoeren. Dat had Endstra in een van gesprekken met de politie gezegd. De bedreiging werd serieus genomen door de Amsterdamse politie. Van den Ende en De Mol werden extra beveiligd. Ook die informatie zit in het dossier. Von Bóné: 'De vraag is: is Endstra een betrouwbare bron voor dit soort informatie?' Endstra zou de politie niet op eigen initiatief hebben ingelicht. 'Hij heeft alleen antwoord gegeven op de vragen van de rechercheurs.' Maar het effect is bereikt. Holleeder ontvoerde Heineken. Dat hij dezelfde plannen had met Van den Ende en De Mol zou waar kúnnen zijn.