Noord-Oeganda 'veracht' de regering

Noord-Oeganda leeft al bijna twintig jaar in doodsangst. Zolang president Museveni regeert. Daarom stemmen de meeste noorderlingen donderdag tegen de president.

Apathisch ligt Evaline Okello voor haar hutje. Ze wordt omringd door vliegen die ook houden van goedkoop bier. Evaline reageert nauwelijks als haar dochter Sara thuiskomt. Sara heeft vannacht geslapen in een school in Kitgum. In het kamp voor ontheemden is geen plaats meer.

Gaan deze twee vrouwen donderdag stemmen bij de verkiezingen in Oeganda? Beiden schrikken op uit hun misère. 'Natuurlijk', zeggen ze krachtig. 'Het is onze enige kans om ons uit te spreken tegen de regering van president Museveni.'

Bij de ochtendmis in de katholieke kerk van de Noord-Oegandese stad Kitgum krijgt het leven eventjes weer kleur. Op de muren dwarrelen de zwarte engeltjes rond de blanke paters. Klanken van het kerkkoor dalen neer op de sobere menigte van vrouwen, kinderen en wat mannen. Veel hebben de ontheemden niet te geven. Ze leggen een hoopje aardappelen, een bundel sprokkelhout en wat suikerriet aan de voeten van de in groene pij gestoken pater Pazzaglio Tarcisio. De koorknapen in rode gewaden gaan uit dankbaarheid door de knieën. 'Neem van alle kandidaten hun presentjes aan maar ga stemmen op de kandidaat van je keuze', predikt Tarcisio van de kansel.

Na de mis is Tarcisio minder plechtig. De Italiaanse pater woont al ruim veertig jaar te midden van de Acholi-stam in het geteisterde Noord Oeganda. Door zijn harde uitspraken tegen de overheid is hij de stem van het volk geworden. Tarcisio verwijt het regeringsleger van Museveni medeplichtigheid aan de ellende van de noorderlingen. 'Mijn congregatie veracht de regering.'

De twintig jaar oude opstand van de occulte rebellengroep Verzetsleger van de Heer is een vernietigingsslag tegen de Acholi's geworden. Sinds de machtsovername in 1986 door de zuiderling Museveni , leeft Noord-Oeganda in doodsangst. De toenmalige guerrillastrijder Museveni versloeg twintig jaar geleden een regeringsleger dat voor een groot deel bestond uit Acholi's. De traditionele Noord-Zuid tegenstelling in Oeganda, tussen de nilotische noorderlingen en de Bantu-bevolking in het zuiden, heeft Museveni sindsdien niet willen of kunnen overbruggen. Zijn militairen namen wraak in het noorden voor de misdaden van de Acholi-soldaten in het zuiden. Ze stalen vee en martelden burgers. Elders in het land werkte Museveni aan verzoening en herstelde hij de orde na jaren van gewapende chaos, maar niet in het noorden. Aanvankelijk gaven noorderlingen daarom steun aan het Verzetsleger van de Heer.

'Museveni haat mijn stam', zegt Okot Akello, een inwoner van Kitgum. 'Als je dreigt te verdrinken, zoek je overal houvast, zelfs bij water', verklaart hij de aanvankelijk steun voor Joseph Kony, een voormalige catechist en nu leider van het Verzetsleger van de Heer. Die rebellengroep ontwikkelde zich tot een van de meest brute bewegingen uit de recente Afrikaanse geschiedenis. Ze ontvoerde duizenden kinderen die werden gehersenspoeld en omgevormd tot moordenaars. De rebellen doden kinderen, verbranden dorpen en snijden vrouwen de lippen af.

Acen Opira vluchtte drie jaar geleden en woont nu in het overvolle kamp van ontheemden bij Kitgum. 'De echtgenote van één van de rebellencommandanten komt uit mijn dorp en slaagde erin te ontsnappen. Toen begonnen de wraakacties op mijn dorp. Daarom ben ik naar dit kamp gevlucht.'

Vanaf 1996 begon de regering de noorderlingen in 'beschermde dorpen' onder te brengen, waar inmiddels anderhalf miljoen Noord-Oegandezen verblijven. Dat is negentig procent van de plaatselijke bevolking. En hoewel Museveni afgelopen weekend voor de zoveelste keer de oorlog in het noorden voorbij verklaarde, mogen de ontheemden niet terug naar hun dorpen. 'Voor negen uur mogen we het kamp niet uit en voor vijf uur 's middags moeten we binnen zijn', vertelt Acen Opira.

'Buitenlandse hulpverleners geven de ontheemden voedsel en medicijnen maar ze kunnen hen hun waardigheid niet teruggeven', zegt pater Tarcisio. Hij gelooft dat het Verzetsleger door de militaire druk en door de amnestie van de regering uit elkaar is gevallen.

De beweging voert nog slechts sporadisch acties uit in Noord-Oeganda en week uit naar de buurlanden Soedan en Congo. 'Rebellenleider Joseph Kony heeft geen controle meer over zijn manschappen. Veel van zijn commandanten zijn overgelopen naar de regering. Rond Kitgum opereren mogelijk nog 400 rebellen, wanhopige criminelen die het land afstropen voor voedsel. De bevolking wil en kan terug naar huis als het regeringsleger zou meewerken.'

Het wijdverspreide wantrouwen in het noorden tegen Museveni leidt tot allerhande samenzweringstheorieën. Zeker is dat enkele hoge officieren aan de oorlog verdienen, door bijvoorbeeld het roven van vee en diefstal van soldij.

Tarcisio vraagt zich af waarom regeringssoldaten de rebellen altijd frontaal aanvallen en nooit proberen om ze te omsingelen. 'Museveni wil geen einde maken aan de oorlogstoestand.' De regering heeft dergelijke beschuldigingen altijd tegengesproken en gezegd dat het Verzetsleger moeilijk valt te verslaan door de steun die Soedan aan de rebellen geeft.

De Acholi's in Noord-Oeganda zijn een getraumatiseerd volk, met een jonge generatie die is opgegroeid in overvolle kampen aan het infuus van hulporganisaties. 'We hebben geen trots meer', klaagt Okot Akello. 'Onze jongeren weten niet wat werken is. Ze hangen maar wat rond en raken besmet met het aidsvirus. Ouderen zijn al 's morgens dronken. Met Museveni is geen oplossing mogelijk. Misschien kan onze proteststem ons redden.'