Irving biedt excuus aan voor de rechter

Drie jaar celstraf kreeg gisteren de Britse schrijver David Irving in Wenen wegens het ontkennen van de holocaust, op grond van een wet die in Oostenrijk niet onomstreden is.

British historian David Irving, facing charges of Holocaust denial in an Austrian court, is handcuffed as he talks to reporters in the courtroom February 20, 2006. Irving, who was arrested when he visited Austria in November to give a speech at a meeting of a right-wing student fraternity, said he had changed his views and he did not question anymore that millions of Jews died in World War Two. REUTERS/Heinz-Peter Bader REUTERS

Gezondigd, gepakt, bestraft - soms is alles heel eenvoudig. De Weense rechtbank heeft gisteren de in extreem-rechtse kring gevierde Britse schrijver David Irving na een proces van slechts één dag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. De amateur-historicus heeft jarenlang beweerd dat er in de Tweede Wereldoorlog nooit gaskamers zijn geweest. Hij heeft dat ook hardop gezegd tijdens twee voordrachten in Oostenrijk, waar de ontkenning van de holocaust strafbaar is. Bij een bezoek aan Oostenrijk werd hij in november vorig jaar, zestien jaar na die voordrachten, opgepakt en gisteren stond hij in Wenen voor de rechter. Nee, zei Irving gisteren, wat hij vroeger heeft gezegd wilde hij nu niet herhalen, want intussen heeft hij uit de aantekeningen van Adolf Eichmann en een plaatsvervangende commandant van vernietigingskamp Auschwitz begrepen dat het toch allemaal wat anders lag.

Een ramp werd het proces van gisteren vooral voor extreem-rechtse groepen die graag een martelaar hadden willen hebben, maar die zich uiteindelijk tevreden moesten stellen met een goedkope provocateur, die zich na drie maanden in de gevangenis ook nog eens had laten overtuigen van het tegendeel van wat hij steeds heeft beweerd. 'Blijf sterk, David', riepen een paar bezoekers hem in de drukte voor de rechtbank toe. Vergeefs. Wie aan de gaskamers gelooft is 'een geval voor de psychiater', heeft Irving eens gezegd. Hij had het over 'het gaskamersprookje' en over 'de gaskamerleugen'. In zijn slotpleidooi bood hij daar gisteren echter excuses voor aan.

Slechts af en toe was gisteren voor de rechtbank nog even de frivole toon van vroeger te horen. Zo hield Irving een half uur lang hof voor de verzamelde camera's en merkte hij tijdens het verhoor spits op dat hij 'een systematische vormfout' maakte toen hij het bestaan van de gaskamers ontkende. Waarnemers bij het proces verbaasden zich er verder over waarom Irving uitgerekend Eichmann en en een kampcommandant als getuigen nodig had om tot inkeer te komen, hoewel toch bij de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945 nog vijfduizend overlevenden zijn aangetroffen van wie velen later hebben gesproken of geschreven over wat ze hebben meegemaakt. Voor de openbare aanklager was Irvings herroeping niet meer dan 'lippendienst uit procestactische motieven'. Toch resteert na zijn herroeping een duidelijke boodschap: zelfs wie het leuk vindt waarheden weg te redeneren (en daar goed geld mee verdient) moet toch ooit toegeven: het was toch waar.

In rechts-extremistische kring vermoedde men dat de zaak op een catastrofe zou uitlopen; slechts weinig aanhangers waren naar de rechtbank gekomen. Irving liet zich ook niet, zoals tot nu toe, verdedigen door de in zijn kringen welbekende advocaat Herbert Schaller, maar door de liberale jurist Elmar Kresbach, een man zonder sympathie voor extreem-rechts. Kresbach probeerde tijdens de zitting op geen enkel moment de stellingen van zijn cliënt te verdedigen; hij stelde Irving voor als een gelouterd man. Opvattingen, zei hij, kunnen 'absurd' en 'idioot' zijn, maar er staat geen gevangenisstraf op, behalve in een dictatuur.

Veroordeeld werd Irving op grond van de wet waarmee op 8 mei 1945 in het net bevrijde Oostenrijk de nazi-partij, de NSDAP, werd verboden. Een paragraaf in die wet maakt het 'ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedpraten of rechtvaardigen' van de volkerenmoord strafbaar. Deze paragraaf wordt nog steeds toegepast: sinds 1999 zijn 158 mensen op grond van die paragraaf veroordeeld.

De wet is rechts en sommige liberalen een doorn in het oog, maar niet alleen hun: hij is in tegenspraak met de heersende mening dat Oostenrijk met zijn brave, vrome burgers in de nazitijd altijd de onschuld zelve is geweest. Een voorbeeld daarvan gaf de praatgrage historicus zelf: in de gevangenisbibliotheek van Graz, zo zei hij, zijn zijn boeken te vinden, hij had ze voor zijn cipiers zelf gesigneerd.

Openbaar aanklager Michael Krackl stelde zich tijdens het proces frontaal tegen de critici van de wet van 8 mei 1945 op. Voor de liberale critici werd de unanieme uitspraak van de acht juryleden tegen de 67-jarige Irving uiteindelijk een nederlaag: de wet bracht Irving er immers duidelijk toe zijn stellingen in het openbaar af te zweren.

De eerste reacties bleven beperkt tot de rechtszaal. Irving zelf leek verrast en zwaar geschokt over de straf, advocaat Kresbach kondigde hoger beroep aan. De beklaagde blijft gevangen tot het Hooggerechtshof een beslissing neemt.