Impulsief verzamelaar

Het eerste kunstwerk dat Frits Becht kocht, was het schilderij Touwtjesspringers van zijn vriend Co Westerik. Bechts collectie, een van de grootste particuliere verzamelingen van hedendaagse kunst in Nederland, werd later uitgebreid met nog eens 150 werken van Westerik Maar ook coryfeeën als Carl Andre, Gilbert & George en Richard Long waren in zijn collectie vertegenwoordigd. Zondag is de kunstverzamelaar, die al langer last had van hartproblemen, op 76-jarige leeftijd overleden.

Becht, de oudste van zeven kinderen van een bankbediende, verdiende zijn kapitaal met marktonderzoeksbureau Intomarkt, dat een exclusief contract had om kijk- en luisteronderzoek uit te voeren. In de jaren zestig begon hij op grote schaal te verzamelen. Becht kocht impulsief, soms zelfs ongezien, en vaak al in een vroeg stadium van de carrière van een kunstenaar. Voor een werk van Joseph Beuys legde hij begin jaren zestig slechts tweehonderd gulden neer. En hij bleef 'zijn' kunstenaars vaak hun hele leven trouw. 'Als je iets ontdekt hebt, zou je het willen rondbazuinen.' Pop Art, het Franse Nouveau Realisme, de Nulkunst en de Arte Povera waren goed in Bechts collectie vertegenwoordigd, maar er waren ook lacunes, zoals de Duitse neo-expressionisten.

Als bestuurslid was Becht verbonden aan onder meer het Van Abbemuseum, Ateliers '63, Museum Fodor, Openbaar Kunstbezit en het Holland Festival. Hij was betrokken bij de organisatie van het Van Goghjaar (1990) en het Mondriaanjaar (1994). En hij was in 1994 even directeur van het Nederlands Architectuurinstituut. Maar voor die functie bedankte de impulsieve Becht, die op dat moment de status van kunstpaus bereikt had, al na een maand.