Geef gemeenten meer armslag op belastinggebied

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel: landelijke politici die zich op hoge toon beklagen over de stijging van de lokale heffingen - zoals deze week minister Zalm over de onroerendezaakbelasting. De toon is echter niet in overeenstemming met de feiten.

In mei 2004 verscheen van het Centrum voor de Ontwikkeling van de Economie van Lagere Overheden (COELO) een onderzoek naar de achtergronden van de lokale lastenstijging. Er werd een tariefstijging geconstateerd, maar gecorrigeerd voor inflatie bedroeg die ongeveer 15 procent in 7 jaar. Een boventrendmatige stijging van ongeveer 2 procent per jaar dus. Deze is in grote mate toe te schrijven aan strengere rijksregelgeving voor afvalverwerking en riolering. Deze regels leiden tot extra kosten, die worden doorberekend aan de inwoners van de gemeenten. Is dit de schuld van de gemeenten of van het rijk?

De gemeenten gaan ook niet geheel 'vrijuit'. Ze zorgen voor een klein tariefsopdrijvend effect door steeds ruimer kwijtschelding toe te passen. Mensen met een laag inkomen worden zo vrijgesteld van gemeentelijke heffingen. Dit is echter geen lastenverzwaring, maar een lastenverschuiving.

De exorbitante stijgingen komen vrijwel uitsluitend voor bij gemeenten die minder geld kregen van het rijk, omdat het rijk vond dat ze geacht werden meer belastinggeld binnen te halen. Hoe dat kan zonder de tarieven te verhogen, is een raadsel.

Maar is die stijging wel een probleem? De druk van de lokale lasten is slechts zo'n 3,5 procent van de totale belasting- en premiedruk in Nederland. Ter illustratie: van de overdrachtsbelasting op een huis kan men in een gemiddelde gemeente vijftig jaar ozb betalen. De lokale heffingen zijn in ons hele fiscale huis marginale belastingen, en de verhogingen, hoe indrukwekkend ook als percentages, betreffen over het algemeen relatief kleine bedragen.

Overigens is de ozb een onhandige, met veel bureaucratie gepaard gaande belasting. Een lokaal belastinggebied is echter belangrijk. Gemeenten krijgen slechts zo'n 10 procent van hun inkomsten uit lokale heffingen, maar krijgen steeds meer taken, verantwoordelijkheden én risico's van het rijk doorgeschoven, vaak zonder voldoende financiële compensatie. Als het de rijksoverheid menens is met een toenemende autonomie van gemeenten, ligt een verschuiving van landelijke naar meer, maar andere vormen van lokale belastingheffing, zoals opcenten voor de hand. Zo krijgen inwoners meer te zeggen over de gewenste hoeveelheid en kwaliteit van voorzieningen, loont goed bestuur en kan de lokale democratie versterkt worden. Immers: 'no representation without taxation'.

Christiaan Mooiweer is wethouder Financiën van de Gemeente Delft namens de partij STIP (Studenten Techniek In Politiek).