Delfzijlse gedupeerden

Wanneer mag het rijk of de provincie in een gemeente interveniëren? Minister Zalm had er aanvankelijk geen moeite mee om inwoners van zestig gemeentes op te roepen hun ozb-aanslag te verscheuren wanneer deze te hoog uitvalt. Maar we mogen ervan uit gaan dat het nog geen rijksbeleid is inwoners aan te sporen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Of zou een nieuwe trend zijn ingezet? Roept minister Van der Hoeven volgende week leerlingen op om tegenvallende examens blanco in te leveren? En minister Dekker om huizen die gebrekkig worden opgeleverd in brand te steken? Stel dat minister Peijs vindt dat reizigers geen kaartjes hoeven te kopen voor vertraagde treinen - dat zou pas echt geld schelen.

Ik heb echter meer vertrouwen in het beginsel dat een hogere overheid de bevoegdheid geeft in te grijpen wanneer een lagere overheid er een potje van maakt.

Dat beginsel vind ik bij Amitai Etzioni, inspirator van Balkenende. Hij wijdde recentelijk een artikel aan de vraag wanneer de Verenigde Naties (die je als een overheid kunt zien die boven alle landen staat) een land mogen binnenvallen (de Volkskrant, 2 februari). Elke staat is soeverein maar Etzioni meent, met Kofi Annan, dat een staat zijn soevereiniteit op het spel zet wanneer hij zijn verantwoordelijkheid niet neemt.

Die verantwoordelijkheid gaat in elk geval om het garanderen van de mensenrechten en de vrede. Sommigen gaan een stap verder en stellen dat een staat, die het algemene welzijn van de inwoners niet waarborgt, zijn soevereiniteit verliest. De opvatting van Etzioni komt erop neer dat de soevereiniteit van een staat voorwaardelijk is. Ik heb daar moeite mee. Eigen aan de soevereiniteit is dat een staat zelf mag vaststellen wat zijn verantwoordelijkheid is ten opzichte van zijn inwoners.

Een staat die verantwoordelijkheden voor te schrijven, op straffe van verlies van zelfstandigheid, gaat mij te ver. Maar voor binnenlandse aangelegenheden heeft de opvatting van Etzioni wel veel te bieden. Binnen één land worden verschillende overheden verondersteld het eens te zijn over hun plichten. Als een lagere overheid vervolgens haar belangrijkste verantwoordelijkheid (het dienen van het algemeen belang) niet nakomt, verliest ze haar zelfstandigheid en is een hogere overheid gerechtigd tot ingrijpen.

Dit uitgangspunt biedt kansen voor Delfzijl. De 28.418 inwoners van die gemeente (van wie er 12 in Weiwerd wonen) lijden al jaren onder een falend bestuur. Vorige week moest burgemeester Appel aftreden nadat haar de portefeuille personeelszaken was ontnomen door de wethouders. Ze was de tweede burgemeester in drie jaar. Volgens de wethouders had zij, zonder hen in te lichten, een vertrekregeling afgesproken met de gemeentesecretaris en de adjunct-gemeentesecretaris.

Appel ontkent dat zij een fout heeft gemaakt (zie voor haar lezing van de gebeurtenissen www.delfzijl.nl). In 2004 werd ze middels een referendum door de bevolking gekozen na een verkiezingsstrijd waarin de twee kandidaten er ordinair op los ruzieden. Maar liever dan na haar aftreden uit te weiden over de voor en tegens van een gekozen burgemeester, sprak Commissaris van de Koningin Alders van een moeilijk te besturen stad. Dat lijkt me een eufemisme. De Delfzijlse politiek is een wespennest. Vorig jaar eiste raadslid De Kruijff een schadevergoeding van 15.000 euro van raadslid De Weerd omdat zij de aangifte van raadslid Beulakkers tegen hem in de publiciteit had gebracht (hij kreeg er 5.000 euro van toegewezen). Deze krant berichtte op 25 februari vorig jaar over de affaire onder de kop 'Dorpsrel Delfzijl emmert verder'. In 1998 moest wethouder Menninga opstappen nadat hij het toekennen van een half miljoen gulden grondsubsidie zou hebben verzwegen.

Menninga is nu weer volop aanwezig in de lokale politiek maar de bevolking trekt haar handen ervan af. In oktober 2005 namen ongeveer 30 inwoners de moeite om een raadsvergadering te bezoeken, in januari was dit aantal geslonken tot 20. Het inwoneraantal nam in één jaar af met 442 personen.

Een slecht functionerend bestuur waarvan de raadsleden en het college zich met name bezighouden met het uitvechten van persoonlijke vetes vraagt om bestuurlijk ingrijpen. En dat gaat verder dan het overleg dat Alders met de verschillende partijen heeft gevoerd (Alders heeft zich de afgelopen jaren suf bemiddeld). Als een lokale overheid het algemeen belang niet dient, moet een hogere overheid kunnen interveniëren. Ook wanneer die toestand dreigt te ontstaan zou dat soms moeten kunnen (ik noem dat een pre-emptive strike).

We hoeven de landmacht niet naar Delfzijl te sturen maar waarom zouden de Commissaris van de Koningin en Gedeputeerde Staten het bestuur van de stad niet kunnen overnemen? De provincie zou de stad besturen tot het moment waarop zij weer volop functioneert, de juiste personen zijn ontslagen en alle vetes zijn bijgelegd. Dan kunnen we voorzichtig weer eens aan vrije verkiezingen gaan denken.

Nederland telt 458 zelfstandige gemeentes, die allemaal een zekere mate van autonomie genieten. Voor de vier grote steden zijn dat er te veel. Het leidt voor hen tot onwerkbare situaties, en ze hebben daarover onlangs in Den Haag aan de bel getrokken. Een gedecentraliseerd land waarin ook de kleinere gemeentes veel verantwoordelijkheid dragen heeft controlemechanismen nodig die verder gaan dan de mogelijkheid om de gemeente onder financiële curatele te plaatsen of een bestemmingsplan namens haar vast stellen. Het is naïef om te veronderstellen dat een gemeenteraad in een kleine gemeente altijd capabel is om een falend college te corrigeren. Hij zal net zo vaak zelf deel uitmaken van het probleem.

Als de trend om gemeentes meer bevoegdheden te geven aanhoudt, moeten hogere organen sneller kunnen ingrijpen. Meer bevoegdheden brengen meer verantwoordelijkheden met zich mee. Als een gemeente daar niet mee weet om te gaan, verliest zij tijdelijk haar autonomie.

Van toestanden als die in Delfzijl zijn de inwoners uiteindelijk de dupe. Op de omgeving rust dan de plicht om niet toe te blijven kijken maar over te gaan tot een humanitaire interventie.

Menno van der Veen is jurist, filosoof en programmamaker bij de Balie in Amsterdam.