De zeperd van Zalm

Meer nog dan voor zijn ambtgenoten geldt voor de minister van Financiën de eis van degelijkheid. Dit is immers de bewindspersoon aan wie de burger zijn belastinggeld afstaat in het vertrouwen dat hij erop zal letten dat het correct zal worden besteed. Met zijn verkiezingsstunt inzake de onroerendezaakbelasting (ozb) heeft minister Zalm (VVD) dat vertrouwen beschadigd.

Van alle belastingen is de ozb de meest ergerniswekkende. Dat was een leus van Zalm in de gemeenteraadscampagne van 2002 waar velen mee zullen instemmen. De irritatie wordt veroorzaakt door het per definitie volatiele karakter van de waarde van het huis waarop de heffing is gebaseerd. Dit werkt een vorm van ongelijke behandeling in de hand, die slecht is gemotiveerd en zo de belastingmoraal aantast.

De VVD is er in het huidige kabinet in geslaagd de ozb met ongeveer de helft te reduceren. Dat is een niet gering succes voor de liberalen. Het rijk compenseert gemeenten voor het verlies van inkomsten. Maar die compensatie geeft gemeenten niet de vrijheid terug die ze voorheen hadden bij het heffen en besteden van lokale belastingopbrengsten. Veel burgers hebben de indruk dat hun gemeente met de vaststelling van de waarde van hun huis nu de grenzen opzoekt van wat mogelijk is, en daar soms zelfs overheen gaat. En dat maakt het draagvlak voor deze belasting nog smaller.

De nu ontbrande rel over de kritiek van Zalm op gemeenten die er een potje van zouden maken bij het heffen van de ozb, raakt aan het veel complexere vraagstuk van de gemeentelijke autonomie en het daaraan gekoppelde eigen belastinggebied. Nederland is van oudsher een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De toenemende Europese integratie heeft een proces van transformatie in gang gezet waarbij lagere bestuurlijke niveaus in toenemende mate slechts belast zijn met de uitvoering van regels die elders zijn bedacht. Die overgang zorgt voor spanning tussen bestuurslagen, maar ook tussen burger en overheid. Lokale bestuurders dienen zich daarvan goed rekenschap te geven. Voorzover de verwijten van Zalm aan het adres van sommige gemeenten terecht waren, doen colleges van B en W er goed aan geen onnodig voedsel te geven aan het wantrouwen van de burger.

Dit alles levert nog geen verklaring op voor de uitglijder van Zalm. Hij is in het kabinet de veteraan, op zijn portefeuille de specialist en in cijfers de kampioen. Hoe komt een minister van Financiën, wiens handelsmerk tot nu toe voorzichtigheid was, ertoe om op een zondagmiddag met ongedekte flanken de frontale aanval te openen op de windmolens van de ozb? Is tunnelvisie toegeslagen in het campagneteam van de VVD? Een minister van Financiën die de belastingmoraal van de burgers ondergraaft, heeft geen oppositie nodig: hij zaagt aan zijn eigen stoelpoten. Positief bekeken geeft Zalm een waarschuwing af aan de belastingbetaler. Namelijk dat deze er niet klakkeloos vanuit moet gaan dat welke overheid dan ook per definitie gelijk heeft, of gelijk zal krijgen van een rechter. Maar dat maakt niet de schade goed die Zalm toebrengt aan zijn eigen geloofwaardigheid, aan die van zijn partij en, erger, aan die van het openbaar bestuur. Dat het verkiezingstijd is, kan geen excuus zijn.