De macht van energiebedrijven

Overal in Europa stijgt de energierekening. De Britten wijten het aan de slecht werkende markt op het vasteland. Eurocommissaris Kroes wil die markt concurrerender maken, desnoods met harde hand. Maar het probleem is complexer.

Niet alleen in Nederland stijgt de energierekening snel. In Frankrijk, Duitsland, Spanje, overal in Europa gebeurt hetzelfde. In Groot-Brittannië werd vorige week bekend dat de gemiddelde energierekening dit jaar naar verwachting voor het eerst boven de 1.000 pond (1.460 euro) uitkomt. Wat is er aan de hand?

De Britten wijzen naar de energiemarkt op het Europese vasteland. Die zou niet werken. Ze worden gesteund door de rapporten die eurocommissaris Kroes de afgelopen maanden heeft uitgebracht - het laatste verscheen vorige week. Daaruit blijkt dat de gevestigde bedrijven de markt domineren. Dat beperkt de concurrentie, en houdt de prijzen hoog. Kroes heeft aangekondigd daar binnenkort iets aan te gaan doen.

Gevestigde energiebedrijven bezitten in veel EU-landen zowel elektriciteitscentrales, netwerken (gasleidingen en hoogspanningskabels) als een klantenbestand. Omdat het netwerk een monopolie is - van een netwerk heeft elk land er maar één - kunnen de bedrijven bepalen wie toegang krijgt, en op welke voorwaarden. Nederland wil dat probleem oplossen door de netten af te splitsen en in onafhankelijk handen te brengen. Groot-Brittannië heeft dat al gedaan met zijn gasnetwerk, maar de meeste EU-landen gaan zo ver niet. Tot ergernis van Kroes.

Een ander probleem is dat gas hoofdzakelijk wordt aangevoerd via pijpleidingen, waarvan de aanleg duur is. Investeerders stappen alleen in een project als de afname van gas langdurig is gegarandeerd. De capaciteit van de meeste pijpleidingen is voor de komende tien jaar dan ook zo goed als volgeboekt. Door de gevestigde energiebedrijven. Voor nieuwe spelers is amper ruimte.

De markt zou iets flexibeler worden door de aanleg van meer opslagruimtes voor gas, en meer korte-termijn handel op beurzen. Nederland en Groot-Brittannië hebben zulke beurzen al. Maar wie handelen daar? Vooral de gevestigde bedrijven. Die ook het merendeel van de opslagruimtes bezitten.

Bij haar pogingen om de Europese energiemarkt verder open te breken zal Kroes de hulp van de nationale toezichthouders hard nodig hebben. Neem Italië. Daar kreeg energiebedrijf Eni vorige week een boete van 290 miljoen euro (tot nu toe de grootste bedrijfsboete ooit in het land) opgelegd wegens het tegenwerken van concurrenten die gas uit Afrika willen importeren. Maar zo streng zijn de toezichthouders lang niet overal.

De situatie in Groot-Brittannië is anders. Afgelopen winter moest het land voor het eerst gas importeren - tot dan was het zelfvoorzienend geweest met gas uit de Noordzee. Maar de pijpleiding die gas aanvoert vanaf Zeebrugge - nu nog de enige verbinding tussen Engeland en het vasteland - zou niet volledig gebruikt zijn. En dat zou de prijs hebben opgedreven, aldus de Britse toezichthouder Ofgem. Maar volgens de beheerder van de Interconnector-pijpleiding zou Engeland vooral slachtoffer zijn geworden van zijn eigen angst om over te weinig gas te beschikken, nu het afhankelijk is van anderen. 'Het land vroeg veel meer dan nodig was', zegt de woordvoerder.

Ook al lukt het Kroes de markt vergaand te liberaliseren, dan is nog de vraag hoeveel de consument daarvan merkt? De eindprijs voor gas en stroom wordt voor bijna de helft bepaald door belastingen, en voor een belangrijk deel door de internationale olieprijzen - waaraan de gasprijzen in Europa gekoppeld zijn. Vandaar dat nu, bij de hoge olieprijzen, ook de discussie over ontkoppeling van de olie- en gasprijzen oplaait.