Crisislogeren

Wat te doen in situaties waar nog geen gedragsregels voor bestaan? Vandaag de laatste aflevering van de korte serie 'de jungle', met daarin aandacht voor de regels waaraan een logé zich dient te houden tijdens het crisislogeren.

Illustratie Michiel van de Pol Pol, Michiel van de

'En dan blijf je gewoon lekker logeren!' Die zin klinkt zo leuk, zo gezellig, zo uitnodigend ook. Lekker. Logeren. Dat moet wel prettig zijn. Maar dat is het natuurlijk niet.

Als je er even over nadenkt, kun je het al zien aankomen. Behalve als de vrienden of familieleden bij wie het lekkere logeren dient te gebeuren, een logeerkamer met eigen badkamer hebben (ik heb één Amerikaanse zus die dat heeft, maar het komt maar zelden voor) is logeren een moeilijke aangelegenheid. Soms nog moeilijker dan kamperen, waar je tenminste de beschikking hebt over een eigen tent en een soort grasveldje eromheen waar je je eigen troep in het rond kunt slingeren.

Nee, dan logeren: een bed dat eigenlijk een bank, een yogamat of een soort grote ballon is. Een deken met een rits eraan (een slaapzak, dus). Lakens van onbestemde frisheid. Het bioritme van de gastheer, waar jij je aan dient te houden ('Om zes uur 's ochtends Cruesli eten? Tuurlijk!').

Crisislogeren is niet makkelijk. Maar je hebt die uitnodiging nu eenmaal geaccepteerd, want het leek je zo leuk een weekendje Groningen/Londen te doen. En al lijkt het soms alsof gastheer zijn zo moeilijk is - daar zijn tenslotte allerlei boeken en tijdschriften over volgeschreven -, gast zijn is eigenlijk veel moeilijker. Hoe druk je je dankbaarheid uit voor dat matje, voor die kalende handdoek, voor die koude hoek waar je in bent gelegd? Niet makkelijk, maar het kán.

Het begint al bij het binnenkomen. Pak je koffer niet uit. Je koffer is jouw kleine eiland, jouw privé-domein, de enige plek waar je kunt doen en laten wat je wilt de komende dagen (hopelijk zijn het geen weken). Ga niet overal spulletjes van jezelf neerleggen, je eigen geurkaarsen aansteken, dat werk. Beperk je leefgebied. Mensen zijn dieren, en gastheren ook, en ze vinden het niet prettig als je hun hele territorium beplast (of je roestige scheermesje op hun eettafel laat slingeren).

Voor de nacht geldt: aanpassing aan de gastheer. Ga op dezelfde tijd naar bed - hij mag dan wel gezegd hebben dat je nog rustig tv kunt kijken, erg prettig vindt hij het echter niet als je tot in de kleine uurtjes zit te zappen. Slaap je bij de gastheer in bed, kies dan het minst begeerlijke plekje uit. Drink niet te veel in dit geval, want je wilt niet 's nachts over de gastheer heen kruipen, allerlei lichten aanknippen en langdurig plassen. Daar wordt hij namelijk wakker van. O, en draag een allesbedekkende pyjama. De gastheer heeft gevraagd of je komt logeren, niet of je allerlei rare onderdelen van je lichaam aan hem wilt laten zien.

Bij het wakker worden is het belangrijk om alle dromen van de gastheer aan te horen. Hij heeft waarschijnlijk onrustig gedroomd omdat jij in zijn huis was, dus het kunnen nachtmerries zijn. Doe eventueel aan droomduiding, maar hou je interpretaties wel positief. Verwijder daarna alle sporen van je geslaap. Klap het oninklapbare futonbed weer in, vouw lakens op, klop kussens uit en doe die vieze oordopjes onmiddellijk terug in je toilettas. Al blijf je meerdere nachten: overdag moet het lijken alsof je alleen maar op de thee bent.

Benut overdag ook een van je talenten bij het logeren. Kun je heel snel fruit snijden? Melk voor cappuccino zo lekker lobbig kloppen? Honden of kinderen uitlaten zodat de gastheer even rust heeft? Doen! Als je niks kunt, zwaai dan met de pinpas. Neem de gastheer mee uit eten. Maar: niet te duur. Anders gaat hij zich nog schamen dat hij je op de badmat met een oud vliegtuigdekentje te slapen heeft gelegd.