Canadese ijshockeysters kampioen van armoede

Canada is gisteren olympisch kampioen ijshockey voor vrouwen geworden door Zweden met 4-1 te verslaan. Een mooi resultaat, dat door de speelsters van het winnende team vanzelfsprekend uitbundig werd gevierd. Maar wat is die vreugde waard als je de beste bent van een Mickey-Mousetoernooi?

Sinds vrouwenijshockey in 1998 werd toegelaten tot de Olympische Spelen is de discussie over het niveau niet verstomd. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nam destijds vooral een politiek correct besluit, omdat het zich had voorgenomen meer vrouwen aan de Winterspelen te laten deelnemen. Maar door voor ijshockey te kiezen, haalde het IOC een sport binnen die wordt beoefend door 130.000 vrouwen, van wie 115.000 uit Canada en de Verenigde Staten.

Ook na acht jaar houdt de kritiek op de grote krachtsverschillen nog altijd aan. Heeft dit wel zin? Rene Fasel, de Zwitserse voorzitter van de internationale ijshockeyfederatie (IIHF) en tevens IOC-lid, voelde zich geroepen om in Turijn op de kritiek te reageren. Hij vroeg om begrip, maar vooral om geduld, omdat de sport nog volop in ontwikkeling is.

Fasel wees erop dat de dominantie van Canada en de Verenigde Staten bij de Winterspelen is doorbroken door Zweden. Tegenover de Amerikaanse krant USA Today trok hij een vergelijking met de Zweedse mannen die in 1920 voor het eerst tegen Canada speelden, maar er in 1984 pas in slaagden te winnen en tien jaar later in Lillehammer olympisch kampioen werden door met 6-5 te winnen van Canada. 'Ik beloof dat het geen 64 jaar gaat duren voordat de Zweedse vrouwen Canada verslaan', zei Fasel.

Wat niet wegneemt dat de federatievoorzitter maatregelen heeft aangekondigd om het niveau van het olympisch toernooi te verbeteren. Zo zal het organiserende land niet langer automatisch worden toegelaten. Met ingang van de komende Winterspelen in Vancouver (2010) moet een deelnemend land op de wereldranglijst tot de beste tien behoren, of een kwalificatietoernooi hebben gewonnen. Ook Fasel erkende dat de sport niet is gebaat bij een afgang, zoals het gastland die Turijn beleefde. Italië was kanonnenvoer voor de tegenstanders. De Italiaanse vrouwen speelden drie wedstrijden, kregen 32 doelpunten tegen en scoorden zelf slechts één keer.

Voor de ijshockeyfederatie was de finaleplaats van Zweden een opsteker, maar wel een die de werkelijke verhoudingen geweld aan deed. In de halve finale werd de Verenigde Staten met het nodige geluk - dankzij een shoot-out - verslagen, al moet gezegd worden dat er in die wedstrijd een heldenrol was weggelegd voor de negentienjarige keepster Kim Martin.

Zweden was op voorhand al dolgelukkig met een zilveren medaille en koesterde zich weinig illusies in de finale, die gisteravond in het voor de helft gevulde Palasport Olimpico werd gespeeld. Indachtig de afstraffing met 8-1 tegen Canada in de groepswedstrijd viel in Zweedse ogen de 4-1 nederlaag in de finale nog alleszins mee.

Maar Zweden is, naast Finland, wel een land waar de ontwikkeling van het vrouwenijshockey serieus wordt genomen. De Zweedse bondscoach Peter Elander heeft sinds de Olympische Spelen van vier jaar geleden in Salt Lake City een ontwikkelingsprogramma opgesteld. Hij begon met een landelijke test onder tachtig speelsters om inzicht te krijgen in het niveau. En voor de nationale selectie voerde hij zomertrainingen en extra trainingskampen in.

Elander wilde af van de vrijblijvendheid en eiste van zijn speelsters een onvoorwaardelijke keuze voor ijshockey. Zijn aanpak sorteerde effect in de populariteit, want in vier jaar is het aantal ijshockeysters in Zweden toegenomen van zo'n 2.000 naar 3.000.