Britse gids herleeft verleden van India

Soms heeft Nigel Hankin spijt. Van zijn eigen onnozelheid, zijn gebrek aan historisch besef toen hij net in India aangekomen was. In 1945 leefde de Brit Hankin, toen een twintiger, als militair op een kazerne in New Delhi. Op loopafstand lag het befaamde Birla House, waar dagelijks massa's mensen naartoe stroomden om de gebedsbijeenkomsten van Mahatma Gandhi bij te wonen.

Nooit is hij er zelfs eens gaan kijken. Eigenlijk had hij geen flauw benul wie dat kleine magere mannetje met het kale hoofd was. Wat Gandhi betekende voor India, wist hij helemaal niet. 'Dat drong enigszins tot mij door toen hij voor mijn neus opgebaard lag op zijn begrafeniswagen in 1948. Ik zag al die duizenden mensen met tranen in hun ogen op straat, op weg naar Raj ghat [een herdenkingsplaats aan de oever van de Yamuna-rivier in Delhi, red.].'

Nadat hij later op die dag Lord Mountbatten, de voormalige Britse onderkoning in India, op een tapijt op de grond zag zitten, aan de oever van de Yamuna, kijkend naar de brandstapel waarop het dode lichaam van Gandhi lag, begreep Hankin pas echt van welke statuur Gandhi was.

In het huis van Indira Gandhi, de 1984 vermoorde premier van India, staat Hankin even stil voor een zwartwitfoto van Mahatma's begrafenisstoet. 'In die tijd woonden er ongeveer drie miljoen mensen in Delhi', zegt hij. 'De lucht was schoon en de straten waren leeg vergeleken met nu.' Met zijn 86 jaar moet Nigel Hankin wel de oudste reisgids van Delhi zijn. De Brit is per ongeluk en onuitgenodigd in India verzeild geraakt. 'Ik wachtte in 1945 in Bombay op transport naar Birma, maar toen werd de atoombom gegooid en was mijn missie voorbij. Ik ben in India gebleven.' Na Bombay vertrok Hankin naar New Delhi, waar hij ook na de opdeling in 1947 van de Britse kolonie in India en Pakistan als militair werkzaam bleef. De Indiase overheid vroeg hem te blijven.

Dagelijks leidt hij mensen rond door de hoofdstad van het land dat hij nu als het zijne beschouwt. Nee, Groot-Brittannië mist hij niet. 'In India krijg je elke morgen om zeven je kop thee geserveerd met de krant, terwijl je nog in bed ligt. Waar heb je dat nog?' Al meer dan vijftig jaar heeft hij dezelfde bediende, een moslim die inmiddels in de zeventig is.

De oud-militair is een lange, fitte man, met witgelig haar en zilveren Reeboks aan zijn voeten. Ziek is hij nooit. 'Lopen en het drinken van kraanwater houden me gezond', weet Hankin. Dagelijks loopt hij kilometers door Delhi om geïnteresseerden te vertellen over de geschiedenis van de stad en het land. 'De historie is rijk en ik blijf die interessant vinden.' Hij moet ook wel, want een pensioen heeft hij niet.

Indira Gandhi is zijn lievelingspremier, zegt Hankin terwijl hij door haar huis loopt, een museum dat meer weg heeft van een heiligdom. Zij had volgens hem persoonlijkheid, ballen, en was in staat om het land in moeilijke tijden bij elkaar te houden. Hij herinnert zich nog de periode van de noodtoestand die Indira Gandhi halverwege de jaren zeventig afkondigde. Censuur, avondklokken, arrestaties van bedelaars, twee jaar lang was India geen echte democratie meer. 'Veel mensen vergeten dat we toen wel voor het eerst prijslabels op de producten in de winkels hadden, wegens de schaarste. Dat is daarna snel weer verdwenen.'

Toen de premier op 31 oktober 1984 met 32 kogels om het leven werd gebracht, was Hankin 'in shock'. 'Ik kon het, net als de rest van het land, niet geloven.' In de tuin ligt nog het pad waarover Indira Gandhi liep op het moment dat zij vermoord werd. De Britse acteur Peter Ustinov wachtte op dat moment op haar in een ander deel van de tuin. Hij zou haar voor de camera gaan interviewen. Later op de dag zou de premier nog een ontmoeting hebben met de Britse prinses Anne.

In een van de vitrines in het huis hangt de doorzeefde oranje sari van de vermoorde premier. Er was na de moord niet veel meer van over. De lijfwachten van Indira Gandhi, sikhs, waren de daders. Met hun daad straften ze de premier voor haar goedkeuring van de bestorming van de gouden tempel in Amritsar in de Punjab. Indiase militairen waren in het belangrijkste gebedshuis van de sikhs in het land op jacht naar separatistische sikhs.

'Na haar moord veranderde Delhi in een slagveld. Overal werden sikhs gelyncht door woedende menigten', vertelt Hankin. Maar na zestig jaar India is hij vertrouwd geraakt met de dood. Na het uiteenvallen van de Britse kolonie waren moslims in Delhi vogelvrij en het doelwit van moordende hindoes. Hankin bleef zoveel mogelijk weg uit de moslimbuurten om geweld te vermijden, maar zag geregeld lijken liggen langs de weg.

In de jaren zeventig werkte hij voor de Britse ambassade, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de crematie van Britse reizigers, vaak hippies en junkies die gestorven waren aan een overdosis. 'Hun ouders hadden hen meestal al lang opgegeven en waren niet geïnteresseerd in hun lichamen', aldus Hankin. Als de oude Brit het huis van Indira Gandhi verlaat gaat hij in op het heden: 'De huidige premier is een eerlijke man, maar heeft geen persoonlijkheid. Natuurlijk, er is meer welvaart in India. Maar er is hier nog steeds veel armoede. De tegenstelling tussen arm en rijk lijkt groter te worden.'