Waarom ik de spotprenten heb laten maken

De rellen over Deense cartoons houden aan. In dit opiniestuk betoogt Flemming Rose, chef kunst van de Deense krant Jyllands-Posten, dat hij de tekeningen publiceerde uit bezorgdheid over zelfcensuur.

Kinderachtig, onverantwoordelijk gedrag. Haatzaaierij. Provoceren alleen maar om te provoceren. Een pr-stunt. Critici van de twaalf cartoons over de profeet Mohammed die in de Deense krant Jyllands-Posten zijn gepubliceerd, hebben geen blad voor hun mond genomen. Volgens hen betekent vrijheid van meningsuiting niet dat je mensen in hun religieuze gevoelens mag beledigen, en trouwens, voegen zij eraan toe, de media doen dagelijks aan zelfcensuur, dus kom alsjeblieft niet aan met onbeperkte vrijheid van meningsuiting.

Akkoord: de vrijheid om dingen te publiceren houdt niet in dat je alles maar publiceert. De Jyllands-Posten publiceert geen pornografische afbeeldingen, of close-ups van lijken; ook vloeken halen maar zelden onze pagina's. Wij zijn dus in onze steun aan de vrijheid van meningsuiting geen fundamentalisten.

Maar de spotprenten zijn een ander verhaal.

De genoemde voorbeelden hebben te maken met terughoudendheid wegens ethische normen en goede smaak - noem het persklaar maken. Maar die cartoons heb ik laten maken in reactie op ettelijke gevallen van zelfcensuur in Europa. Die zijn het gevolg van groeiende angst en het gevoel te worden geïntimideerd als het om islamitische kwesties gaat. Nog steeds vind ik dat een onderwerp dat wij, Europeanen, onder ogen moeten zien en waarover wij gematigde moslims een reactie moeten proberen te ontlokken. Het was geen vrijblijvende provocatie, en wij waren al helemaal niet van plan om in heel de islamitische wereld gewelddadige demonstraties uit te lokken. Ons doel was simpelweg om de zelfopgelegde grenzen aan de meningsuiting, die krapper leken te worden, te verruimen.

Eind september zei een Deense stand-upcomedian in een interview met de Jyllands-Posten dat hij zonder bezwaar voor de camera op een Bijbel zou plassen, maar dat hij dat niet zou wagen met de Koran.

Dat was de kroon op een reeks verontrustende gevallen van zelfcensuur. Vorig jaar september lukte het een Deense kinderboekenschrijver niet om een illustrator te vinden voor een boek over Mohammed. Drie mensen weigerden de opdracht, uit vrees voor de gevolgen. De persoon die hem ten slotte aannam, eiste anonimiteit, wat ik beschouw als een vorm van zelfcensuur. Ook wilden Europese vertalers van een kritisch boek over de islam niet dat hun namen op het omslag werden afgedrukt naast de naam van de auteur, een in Somalië geboren Nederlandse politica die zelf enige tijd heeft moeten onderduiken.

Rond die tijd verwijderde de Tate Gallery in Londen een installatie van avant-gardekunstenaar John Latham die uitbeeldde dat de Koran, de Bijbel en de Talmoed werden verscheurd. Het museum gaf als toelichting dat het na de bomaanslagen in Londen de gemoederen niet wilde verhitten. (Een paar maanden eerder had een museum in het Zweedse Gothenburg, om moslims niet te beledigen, een schilderij met een seksueel onderwerp en een Korancitaat weggehaald.)

Cartoonrel Deze spotprenten integreren de moslims

Ten slotte heeft eind september de Deense premier Anders Fogh Rasmussen een onderhoud gehad met een groep imams, van wie er één de premier opriep om de pers te manen tot positievere berichtgeving over de islam.

Zo waren wij binnen veertien dagen getuige van een half dozijn gevallen van zelfcensuur, waarbij de vrijheid van meningsuiting het moest opnemen tegen de angst om kwesties aangaande de islam aan de orde te stellen. Dat was een legitiem onderwerp om over te berichten, en de Jyllands-Posten besloot dat te doen aan de hand van het bekende journalistieke principe show, don't tell (niet beschrijven, maar laten zien). Ik vroeg leden van het genootschap van Deense cartoonisten 'om Mohammed te tekenen zoals u hem ziet'. Wij hebben hen beslist niet gevraagd de spot te drijven met de profeet. Twaalf van de 25 actieve leden reageerden daarop.

Wij hebben een satirische traditie wat betreft de omgang met de koninklijke familie en andere publieke figuren, en daar sluiten deze spotprenten bij aan. De cartoonisten behandelden de islam net zo als het christendom, het boeddhisme, het hindoeïsme en andere godsdiensten. En door de moslims in Denemarken als gelijken te behandelen stelden zij: wij integreren u in de Deense satirische traditie omdat u deel uitmaakt van onze samenleving, niet als vreemdelingen. Deze spotprenten integreren de moslims meer dan dat zij hen buitensluiten.

Het is volstrekt niet zo dat de cartoons de moslims demoniseren of als stereotypen afbeelden. Zij verschillen trouwens onderling zowel in de wijze waarop zij de profeet uitbeelden als in het voorwerp van hun kritiek. Een van de prenten drijft de spot met de Jyllands-Posten door de redactie cultuur uit te beelden als een stelletje reactionaire provocateurs. Een andere suggereert dat de kinderboekenschrijver die geen illustrator kon vinden voor zijn boek, de publiciteit heeft gezocht bij wijze van goedkope reclame. Een derde plaatst de leidster van de Deense Volkspartij - die tegen immigratie is - in een rijtje mensen, alsof zij een verdachte is die moet worden herkend.

Eén spotprent - die waarop de profeet is afgebeeld met een bom in zijn tulband - heeft de felste kritiek uitgelokt. Volgens boze tongen zou deze prent uitdrukken dat de profeet een terrorist is of dat iedere moslim een terrorist is. Ik lees het anders: bepaalde mensen hebben de islamitische godsdienst gegijzeld door uit naam van de profeet terroristische daden te plegen. Dát zijn de mensen die deze godsdienst een slechte naam hebben bezorgd. De cartoon zinspeelt bovendien op het sprookje over Aladdin en de sinaasappel die in zijn tulband viel en hem rijk maakte. Dat suggereert dat de bom van buitenaf komt en niet tot het wezen van de profeet behoort.

De Jyllands-Posten heeft weleens geweigerd spotprenten over Jezus af te drukken, maar niet omdat de krant met twee maten meet. De tekenaar van Mohammed met de bom in zijn tulband heeft trouwens ook eens een prent getekend van Jezus aan het kruis met dollartekens in zijn ogen, en een andere met een davidsster aan de lont van een bom. Toen wij die prenten publiceerden, zijn er geen ambassades in brand gestoken of doodsbedreigingen geuit.

Heeft de Jyllands-Posten de islam beledigd en deze godsdienst te weinig respect betoond? Dat was beslist niet de bedoeling. Maar wat is respect? Wanneer ik een moskee bezoek, toon ik respect door mijn schoenen uit te doen. Ik hou mij aan de gebruiken, net als in een kerk, een synagoge of een ander heiligdom. Maar als een gelovige eist dat ik, als niet-gelovige, in de openbare ruimte zijn taboes in acht neem, dan vraagt hij niet mijn respect maar mijn onderwerping. En dat is onverenigbaar met een seculiere democratie.

Dat is precies waarom Karl Popper er in zijn fundamentele boek De vrije samenleving en haar vijanden op hamerde dat je niet verdraagzaam mag zijn jegens de onverdraagzamen. Nergens bestaan zoveel religies in vrede naast elkaar als in een democratie waar de vrijheid van meningsuiting een grondrecht is. In Saoedi-Arabië kun je worden gearresteerd als je een kruisje draagt of een Bijbel in je koffer hebt, terwijl de moslims in het seculiere Denemarken hun eigen moskeeën, begraafplaatsen, scholen en televisie- en radiozenders kunnen hebben.

Ik erken dat sommigen zijn beledigd door de publicatie van de spotprenten, en de Jyllands-Posten heeft zich daarvoor verontschuldigd. Maar wij kunnen ons niet verontschuldigen voor ons recht om dingen te publiceren, ook niet als die beledigend zijn. Je kunt geen krant maken als je je voortdurend zorgen moet maken over alle mogelijke beledigingen.

Er staan dagelijks dingen in de krant waaraan ik aanstoot neem: teksten van toespraken van Osama bin Laden, foto's uit Abu Ghraib, mensen die eisen dat Israël van de aardbodem wordt weggevaagd, mensen die zeggen dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Maar dat betekent niet dat ik die zaken niet zou afdrukken, zolang ze binnen de grenzen van de wet en van de ethische normen van de krant vallen. Dat andere redacteuren andere keuzes zouden maken, behoort tot het wezen van het pluralisme.

Als voormalig correspondent in de Sovjet-Unie stoor ik mij snel aan de roep om censuur wegens belediging. Dat is een geliefd trucje van totalitaire bewegingen: plak iedere kritiek of oproep tot debat het etiket 'belediging' op, en straf de beledigers. Dat is mensenrechtenactivisten en schrijvers als Andrej Sacharov, Vladimir Boekovski, Alexander Solzjenitsyn, Natan Sharanski en Boris Pasternak overkomen. Zoals het regime hen beschuldigde van antisovjetpropaganda, zo bestempelen sommige moslims twaalf spotprenten in een Deense krant als anti-islamitisch.

De les uit de Koude Oorlog is dat als je eenmaal voor totalitaire druk zwicht, er nieuwe eisen volgen. Het Westen heeft de Koude Oorlog gewonnen omdat wij onze fundamentele waarden hooghielden en niet toegaven aan totalitaire dictators.

Sinds de publicatie van de cartoons op 30 september is in Denemarken en Europa een constructief debat gevoerd over vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie, en respect voor immigranten en de overtuigingen van mensen. Nooit eerder hebben zoveel Deense moslims deelgenomen aan een publieke dialoog - op bijeenkomsten in stadhuizen, in ingezonden brieven, in columns en in discussies op radio en tv. Er hebben hier geen anti-islamitische rellen plaatsgevonden, er zijn geen moslims het land ontvlucht en er hebben geen moslims geweld gepleegd. De radicale imams die hun collega's in het Midden-Oosten onjuist hebben voorgelicht over de toestand van de moslims in Denemarken, zijn naar de marge verdrongen. Zij spreken niet meer namens de Deense islamitische gemeenschap, want gematigde moslims hebben de moed gevonden om zich tegen hen uit te spreken.

In januari heeft de Jyllands-Posten drie hele pagina's gevuld met interviews en foto's van gematigde moslims die zich niet vertegenwoordigd voelen door de imams. Zij stellen dat hun geloof verenigbaar is met een moderne, seculiere democratie. Er is een netwerk gevormd van gematigde moslims die de grondwet steunen, en de anti-immigratiepartij heeft haar leden opgeroepen om onderscheid te maken tussen radicale en gematigde moslims, dat wil zeggen tussen moslims die de sharia propageren en moslims die de seculiere wetten accepteren. Het islamitische gezicht van Denemarken is veranderd, en het begint duidelijk te worden dat het debat niet gaat tussen 'hen' en 'ons', maar tussen de mensen die de democratie in Denemarken zijn toegedaan en hen die dat niet zijn.

Dat is het soort discussie dat de Jyllands-Posten hoopte uit te lokken toen mijn krant besloot de grenzen van de zelfcensuur op te zoeken door cartoonisten te vragen een islamitisch taboe te schenden. Hebben wij ons doel bereikt? Ja en nee. Er zijn enkele pittige, inspirerende pleidooien voor onze vrijheid van meningsuiting gehouden. Maar de tragische demonstraties overal in het Midden-Oosten en Azië hadden wij niet verwacht, laat staan gewenst.

Bovendien heeft de krant 104 gedocumenteerde bedreigingen ontvangen, zijn er tien mensen gearresteerd, hebben cartoonisten moeten onderduiken omdat hun leven werd bedreigd, en heeft de Jyllands-Posten herhaaldelijk wegens bommeldingen zijn redactiekantoren moeten ontruimen. Dat is niet bepaald een sfeer waarin versoepeling van zelfcensuur kan gedijen.

Toch denk ik dat deze spotprenten nu een plaats hebben in twee verschillende debatten, een in Europa en een in het Midden-Oosten. Zoals Ayaan Hirsi Ali stelde, is de integratie van de moslims in de Europese samenlevingen dankzij de cartoons met driehonderd jaar versneld; misschien hoeven wij nu niet in heel Europa de strijd om de Verlichting nogmaals te voeren. In het Midden-Oosten ligt de zaak ingewikkelder, maar met de spotprenten heeft dat weinig te maken.

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het artikel Waarom ik de spotprenten heb laten maken (20 februari, pagina 1 en 9) ontbrak de vermelding dat het copyright berust bij de Washington Post. In die krant verscheen het artikel op 19 februari.