'Trekvogels vooral niet opjagen'

Nederland staat op scherp voor de vogelgriep. Het pluimvee is opgehokt en trekvogels worden nauwlettend in de gaten gehouden.

De boswachter leunt over het kozijn en geniet van het uitzicht. 'Zo heb ik het graag', zegt Jelle Bais in de vogelkijkhut aan de rand van de Leersumse Plassen. 'Ganzen aan de randen van het water die rusten en foerageren.' Twee wandelaars stappen de hut binnen. 'Een en al vredigheid', verzucht de vrouw bij het zien van de plassen. 'Zonder vogelgriep.' Ze knikt naar de boswachter. 'Tenminste, dat hopen we.'

Boswachter Jelle Bais van Staatsbosbeheer heeft de afgelopen dagen geen dode vogels aangetroffen. Nog niet. Hij surveilleert in Nationaal Park De Utrechtse Heuvelrug, in de bossen van Leersum, en langs de uiterwaarden van de Nederrijn bij Amerongen. Doel is uitdrukkelijk niet om actief op zoek te gaan naar zieke of dode dieren, maar om de rust in het natuurgebied te bewaren. Zoals gebruikelijk. 'Ik moet ervoor zorgen dat mensen niet door de bossen sjezen en door de polders banjeren. Met de vogelgriep is dat extra belangrijk. Je moet nooit trekvogels verstoren. Die fladderen dan alleen maar op en wie weet waar ze dan weer neerstrijken.' Misschien vliegen ze wel naar een van de vele pluimveebedrijven in de Gelderse Vallei, niet ver van dit gebied vandaan, waar besmette trekvogels misschien het pluimvee ziek zouden kunnen maken.

Vanaf vandaag is de zogenoemde ophokplicht voor pluimvee van kracht. Vijf miljoen stuks pluimvee die buiten worden gehouden, moeten nu binnen blijven. Het afgelopen weekeinde heeft voor veel natuurvorsers en vogelaars in het teken gestaan van de vogelgriep. Toevallig hield SOVON, de organisatie van vrijwillige vogelaars, de maandelijkse telling van watervogels. Veel dode vogels hebben de vrijwilligers niet aangetroffen. 'Minder dan tien', zegt vogelonderzoeker Berend Voslamber, dezer dagen gebombardeerd tot 'woordvoerder vogelgriep' bij SOVON. 'We hebben niets alarmerends gezien. Aan het einde van de winter zie je doorgaans wat meer dode vogels dan normaal. Vogels die zijn verzwakt door de winter, of verwond bij het verdedigen van een territorium.' Niettemin: 'Het blijft zaak om goed op te letten.'

De dood van vogels die niet direct kan worden verklaard door bijvoorbeeld botsingen met hoogspanningsmasten of met verkeer moet worden gemeld in Rotterdam, bij het Dutch Wildlife Health Center van de Erasmus Universiteit. Viroloog Ab Osterhaus bevestigt dat er weinig sterfgevallen zijn gemeld. Ook de Algemene Inspectiedienst (AID), de controle- en opsporingsdienst van het ministerie van Landbouw, kan worden gebeld. Dat wil zeggen, bij sterfte van een grote vogel zoals een zwaan of reiger; bij twintig sterfgevallen of meer van meeuwen en spreeuwen; of bij ten minste vijf sterfgevallen van andere vogels, zoals eenden.

In de Amerongse Bovenpolder, in de uiterwaarden, zijn op het eerste gezicht weinig ganzen te zien. 'Dat kan morgen weer heel anders zijn', zegt boswachter Jelle Bais. Een stel wandelaars vertelt de boswachter dat zij zojuist een schaap dat op z'n rug lag hebben omgedraaid en daarmee van de dood hebben gered. Zij maken nu aanstalten om de fraaie polder in te trekken. Maar dat mag niet. 'Dan verstoort u de vogels.' De man vraagt: 'Kunt u voor ons geen uitzondering maken?' Bais: 'Daar begin ik niet aan.' De vrouw: 'En als we nu heel voorzichtig doen?' Bais: 'Ook dan verstoort u de vogels.' De wandelaars druipen af.

Bais kan er echt niet aan beginnen, zegt hij in de auto. 'Mensen denken altijd dat zij de enigen zijn in de natuur. Terwijl wij het gehele beeld zien. Wij zien dagelijks misschien wel twintig mensen die hetzelfde willen.' In het algemeen, vertelt hij, is recreatie een van de grote problemen bij het beheer van het zuidelijk deel van de Heuvelrug, drieduizend hectare groot. Er komen steeds meer mountainbikers, wandelaars en hondenbezitters. Bovendien zitten die elkaar in de weg. Boswachter Bais: 'We hebben laatst een draad aangetroffen die over een wandelpad was gespannen. Bedoeld om mountainbikers te laten vallen.'

Aan de boswachters de taak om de lieve vrede te bewaren, en om mensen die zich niet aan de regels houden, aan te spreken. 'Dat is heel lastig', zegt Bais. 'Mensen hebben tegenwoordig een erg kort lontje. Mensen willen niet meer geremd worden.'

De boswachter spitst zijn oren. In de verte hoort hij een crossmotor. Hij belt meteen een opzichter in de omgeving en stapt in zijn auto, een bospad inslaand om de sporen te volgen. Een zoektocht door het Zuylensteinse Bos begint. Wat doet Bais nu als de motorrijder ineens opduikt? Bais: 'Dan zet ik de auto dwars en houd hem aan. Hij krijgt een proces-verbaal en de motor nemen we in beslag.'

Het gebeurt niet. De motorrijder is ontsnapt. Maar vermoedelijk is hij niet bij de vredige Leersumse Plassen geweest. 'Gelukkig.'