Shell in Nigeria weer doelwit

Het Nederlands-Britse olieconcern Shell is in het zuidwesten van Nigeria opnieuw doelwit geworden van aanslagen en ontvoeringen. Als gevolg daarvan is de olieproductie van Nigeria, normaal de op zeven na grootste olieproducent ter wereld, gisteren met 20 procent teruggelopen.

De onlusten in Nigeria zorgden vanochtend voor een stijging van de wereldwijde olieprijzen, die de afgelopen weken juist waren gedaald tot onder de 60 dollar per vat. Op de termijnmarkt in Londen steeg de prijs voor een vat Noordzee-olie naar ruim 61 dollar.

De rebellen staken afgelopen zaterdag in de havenplaats Forcados een olieterminal van Shell in brand - vanaf deze terminal worden tankers met ruwe olie geladen. Verder bliezen ze een oliepijpleiding op die naar deze terminal voert. Negen medewerkers van het Amerikaanse bedrijf Willbros, dat voor Shell in het gebied aan het werk was, zijn ontvoerd. Het gaat om drie Amerikanen, een Brit, twee Egyptenaren, twee Thai en een Filippijn.

Shell heeft de olie-export vanuit zijn Forcados-terminal voorlopig stopgezet. 'Uit voorzorg', zo laat een woordvoerder van het concern weten. Ook de winning van een aantal olievelden, waarin Shell een aandeel van 30 procent heeft, is stopgezet.

De aanslagen zijn opgeëist door de Beweging voor de Emancipatie van de Niger-delta, die een groter deel van de Nigeriaanse olie-inkomsten opeist. Vanochtend heeft ze verdere aanslagen aangekondigd. 'Er blijven genoeg dingen om te vernietigen', zo liet een woordvoerder van de verzetsbeweging via een e-mail aan persbureau Bloomberg weten.

Dezelfde beweging pleegde begin vorige maand al aanslagen en ontvoeringen in de buurt van Warri, zo'n vijftig kilometer ten noordoosten van Forcados. In de Niger-delta, een gebied dat circa twee keer zo groot is als Nederland, strijden het regeringsleger en lokale stammen al jaren tegen elkaar.

Normaal produceert Nigeria 2,5 miljoen vaten olie per dag, maar door de aanslagen is dat nu 455.000 vaten per dag minder.