Oostenrijkers domineren skispringen

Het skispringen op de grote schans (120 meter) is zaterdag gedomineerd door Oostenrijk. Het glorieuze moment voor Thomas Morgenstern (goud) en Adreas Kofler (zilver) kwam als een grote verrassing.

Morgenstern zorgde onder de lichtmasten van Pragelato voor hem persoonlijk voor een gedenkwaardig moment, maar hij maakte ook een eind aan een era van sportieve droogte voor Oostenrijk. Op de grote schans was het zelfs dertig jaar geleden dat een Oostenrijker het verst vloog. Destijds won Karl Schnabl de gouden medaille bij de Winterspelen in Innsbruck met twee sprongen van 97 meter. Afstanden waar Morgenstern zijn neus voor ophaalt; zijn gouden sprongencombinatie bestond zaterdag uit 133 en 140 meter. Vooral de tweede, beslissende vlucht van de negentienjarige Oostenrijkers was fenomenaal.

Als olympisch kampioen trad Morgenstern ook in de voetsporen van zijn illustere landgenoten Toni Innauer en Ernst Vettori, twee grote skispringers die bij de Spelen van 1980 in Lake Placid (Innauer) en in 1992 in Albertville (Vettori) goud wonnen op de (kleine) schans van 90 meter.

Morgenstern en Kofler zorgden voor een spannende ontknoping van de eerste olympische wedstrijden bij kunstlicht. Nadat Morgenstern in zijn tweede beurt de onwaarschijnlijke afstand van 140 meter had gesprongen, leek hij verzekerd van goud, ook al had zijn landgenoot bij de eerste sprong een halve meter verder gesprongen. Maar ook Kofler, normaliter geen hoogvlieger in het circuit, kwam ver. Een halve meter minder ver dan Morgenstern, zodat de totaalafstanden exact gelijk waren en de jurybeoordelingen de doorslag gaf. Die viel met het kleinst mogelijke verschil van 0,1 punt in het voordeel van Morgenstern uit. De Noor Lars Bystoel, die eerder kampioen op kleine schans was geworden, werd derde.

De dominantie van de Oostenrijkers was onverwacht, gelet op hun prestaties. Zowel Morgenstern als Kofler heeft een wereldbekerwedstrijd gewonnen, maar in het klassement van de World Cup staat Morgenstern zesde en Kofler zevende. Grote favorieten waren de Tsjech Jakub Janda en de Fin Janne Ahonen, de nummers één en twee van het wereldbekerklassement en beiden gedeeld winnaar van het Vierschansentoernee. En de Noren Bystoel en Roar Roar Ljoekelsoey golden als gevaarlijke outsiders.

De Noren presteerden naar behoren, maar Janda en Ahonen stelden zwaar teleur. Dat was al het geval op de kleine schans en het herhaalde zich zaterdag op de grote schans. Met een negende plaats voor Ahonen en een tiende voor Janda sprongen beiden ver beneden hun niveau.

Onthutst gaven ze hun reactie, die er kort samengevat op neer: we hebben geen idee waar het aan lag.