Giddings zwierige decoraties

Iedereen kent het interieur van de Amsterdamse bioscoop Tuschinski, maar wie was de ontwerper? Jaap Gidding was in het interbellum een nationaal bekende 'sierkunstenaar'. Ter gelegenheid van zijn vijftigste sterfjaar wijdt Museum Boijmans van Beuningen nu de eerste overzichtstentoonstelling en een monografie aan de Rotterdammer (1887-1955).

Gidding werd opgeleid als decoratieschilder in het bedrijf van zijn vader en ontwikkelde zich tot een veelzijdig toegepast kunstenaar. Zoals veel van zijn generatiegenoten bestreek hij bijna alle materialen en technieken, van ontwerpen voor tapijten, glaswerk en porselein tot glas-in-lood ramen. Ook tekende en schilderde hij. Zijn veelzijdigheid bracht hem een lange reeks opdrachten.

In 1930 kreeg Gidding de prestigieuze opdracht om het Rotterdamse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Antwerpen in te richten. Hij maakte hiervoor onder meer de twintig meter lange diorama-schildering De Nieuwe Waterweg, waarvan op de tentoonstelling een projectie te zien is.

Behalve Tuschinski richtte Gidding maar liefst twaalf bioscopen en diverse cafés, theaters en winkelpanden in. Hij decoreerde ze in zijn flamboyante, kleurrijke en weelderige stijl die dicht tegen de Amsterdamse School aan zit. Bijna al deze gebouwen zijn tijdens het bombardement van 1940 op Rotterdam vernield. Ook vrijwel het gehele tekeningenarchief van Jaap Gidding en het familiebedrijf Gidding & Zonen is tijdens de oorlog verloren gegaan.

Terwijl hij zijn oude opdrachtgever Abraham Tuschinski aanbood bij hem onder te duiken, werd Gidding lid van de Kultuurkamer om opdrachten te krijgen.. Niet alleen zijn culturele collaboratie was de oorzaak van de verminderde waardering voor Giddings werk. Tijdens de Wederopbouw was het zaak het huizenbestand zo snel en goedkoop mogelijk op peil te brengen. De interieurs waren sober en strak; er was tijd noch geld voor de zwierige ornamentiek van het interbellum.

Jaap Gidding was geen pionier, maar verkeerde wel in kringen van baanbrekende kunstenaars. Zo gaf hij de Nieuwe Zakelijkheid-architecten Brinkman & Van der Vlugt kleuradviezen voor 'hun' Van Nellefabriek in Rotterdam. Gidding kan dus beslist niet louter tot de art deco gerekend worden, zoals de ondertitel van de tentoonstelling suggereert.

Als een echte decorateur paste hij zich aan de elkaar opvolgende modes en stijlen aan. Zijn keramische ontwerpen - onder meer voor De Porceleyne Fles en Goedewaagen - zaten dicht tegen die van Colenbrander aan, die hem ook geïnspireerd lijkt te hebben bij sommige vloerkleden.

Toch is Gidding steeds te herkennen aan een eigen beeldtaal. Vooral zijn kleurencombinaties vallen op, met soms felle contrasten, zoals in Tuschinski: rood, groen, paars, oranje en geel in grillige, vlamvormige patronen. Voor de verffabriek Molijn (nu onderdeel van Sikkens) ontwikkelde hij zelfs een eigen kleurenwaaier met een scala aan tinten en halftonen. Ze zijn terug te vinden in diverse grote tapijten met ongewone kleurstellingen, die in Boijmans één monumentale wand vormen.

De belangrijkste opdracht die Gidding voor een particulier woonhuis kreeg, is tegenwoordig open voor publiek. In de villa van de familie Van Buuren bij Brussel is een origineel Gesamt-ontwerp van toen te zien, met tapijten, gordijnen, wand-en meubelbekleding en zelfs glas-in-lood ramen. Alles is op elkaar afgestemd en vormt een vloeiend, weldadig geheel. In Boijmans is uit de villa onder meer een prachtig geborduurde vleugelkleed te vinden. Net als de oplopende veilingprijzen voor zijn werk geeft deze privé-collectie aan dat de kunstgeschiedenis Jaap Gidding inmiddels heeft teruggevonden en omhelsd.

Jaap Gidding, Art Deco in Nederland. T/m 19 maart in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Met monografie.