Gewone man met twintig medailles

De Noorse veteraan Kjetil Andre Aamodt werd olympisch kampioen op de Super-G. Zijn twintigste medaille op Spelen of WK's. Een record van een uitzonderlijke sportman.

Kjetil Andre Aamodt (34) kon er de humor wel van inzien, dat hij bij de Winterspelen in Turijn een medaille won, nadat onlangs alle negentien vorige uit het huis van zijn ouders waren gestolen. 'Deze geef ik beslist niet aan mijn vader', zei de Noorse veteraan onder de alpineskiërs lachend, nadat hij gisteren op de moeilijke piste in Sestrière verrassend olympisch kampioen op de Super-G was geworden. Om er grappend aan toe te voegen: 'Hij zou ze ook wel verpatst kunnen hebben, want twee dagen na de diefstal zag ik hem in een Porsche rijden.'

De goedgemutste winnaar zette de toon tijdens de persconferentie; het werd een vrolijke bijeenkomst, vooral dankzij de onderkoelde humor van Aamodt, die zich niet druk had gemaakt om de diefstal en zijn vader Finn, die technisch directeur is van de Noorse schaatsbond, niets kwalijk nam. 'Ik geef niets om medailles, het is slechts een stuk metaal; daarom had ik ze ook aan mijn vader gegeven. Voor mij telt alleen de herinneringen aan dat speciale gevoel bij overwinningen. Misschien dat ik later, als ik opa ben, een medaille nog eens belangrijk ga vinden.'

Dat mag zo zijn, maar de twintigste medaille die Aamodt zaterdag won, geeft onmiskenbaar zijn grootsheid als skiër aan. De Amerikaanse strapatsenmaker Bode Miller mag dan bij het grote publiek meer tot de verbeelding spreken en Hermann Maier mag dan in skinatie Oostenrijk de status van onaantastbaarheid hebben bereikt, Aamodt heeft een grotere erelijst dan die twee mastodonten van het alpineskiën. Kenmerkend is dat Aamodt na de zege in 1992 bij de Spelen in Albertville en die van zaterdag bij de Spelen in Turijn nu zowel de jongste als oudste olympisch kampioen op de Super-G is.

Dat Aamodt desondanks buiten Noorwegen de uitstraling van een groot kampioen mist, is een gevolg van zijn presentatie. De Scandinaviër profileert zich het liefst als een gewone man. En zo ziet hij er met zijn naar corpulentie neigende postuur en vlassige baard ook uit; hij zou ieders buurman in een Vinexwijk kunnen zijn.

Aamodt doet niet ingewikkeld en houdt er evenmin van een aura van raadselachtigheid te creëren. Of het zou zijn standaardantwoord op veelgestelde vragen over zijn toekomst moeten zijn. En die luidt: 'Nee, ik weet niet wanneer ik stop.' Om de simpele reden, dat Aamodt geen plannen heeft om te afscheid te nemen.

Op serieuze toon: 'Ik word wel eens ziek van de zoveelste afdaling en de zoveelste training; vaak heb ik het idee in een cirkel rond te draaien. Maar dat gevoel na de finish van een race is zo speciaal en werkt zo verslavend, dat ik lang terug al heb besloten door te gaan tot het niet meer gaat. Bovendien is het leven van een skiër zo slecht nog niet.' Om zich vervolgens te wenden tot de naast hem zittende nummer twee en twee jaar jongere Maier om spottend te zeggen: 'Kom op Hermann, we gaan door tot en met de Olympische Spelen van 2014.'

Een verlenging van Aamodst carrière is overigens sterk afhankelijk van zijn fysieke gesteldheid. Hoe ernstig ook, vooralsnog weet de Noor alle malheur te overwinnen en de pijn te verbijten. Zoals afgelopen week in Sestrière, waar hij na de afdaling van vorige week zondag een week zoveel last van zijn kniebanden had, dat een start op de Super-G lang onzeker was.

Aamodt moest tot zijn teleurstelling afzeggen voor de combinatie, het onderdeel waarop hij vier jaar geleden in Salt Lake City nog olympisch kampioen werd. Maar er zat voor hem niets anders op dan zo veel mogelijk rust te nemen in de hoop dat hij tijdig hersteld zou zijn voor de Super-G van zaterdag. Van trainen kwam weinig. En als Aamodt zich al op ski's waagde, beperkte hij zich tot gefröbel op de kinderpiste.

En dan toch winnen. Hoe is dat mogelijk? 'Ach, zo erg was het nu ook weer niet', relativeerde hij. 'Ik bezeerde zondag tijdens de afdaling weliswaar mijn knie, maar ik werd desondanks vierde en miste een podiumplaats op zeshonderdste van een seconde. Als je dat kunt, kun je een week later ook de pijn verdragen tijdens de Super-G.' Wat niet wegneemt dat ook de skiër zelf de prestatie bijzonder vindt, omdat hij een week eerder met een zwaar ingezwachtelde knie strompelend de piste verliet. Wie hem toen zag hompelen, kon zich moeilijk voorstellen dat diezelfde man zes dagen later olympisch kampioen zou worden op een onderdeel dat bochtiger is dan de afdaling en een nog grotere aanslag op de kniegewrichten pleegt. Maar dat typeert Aamodt; de man weet wat zijn lichaam aankan en hij is in staat pijn te verbijten.

En zo werd de Noor voor de vierde keer olympisch kampioen, won hij zijn achtste medaille op de Spelen en gaf hij zijn zege cachet door Maier, dé specialist op de Super-G, met een verschil van dertienhonderdste seconde te verslaan. Derde werd Ambrosi Hoffmann, een jonge Zwitser die zelden op het podium verschijnt. En wat gebeurde met Miller? Die viel weer eens uit, nadat hij vol in een poortje was gegleden. En dat gaf ook het verschil aan tussen de man die zegt olympisch kampioen te kunnen worden en de man die dat nooit van tevoren roept, maar het wel wordt.