Europa ontkomt niet meer aan de vogelgriep

Het voor mensen gevaarlijk vogelgriep H5N1 virus trekt nu snel door Europa. De verspreiding onder wilde vogels doet vermoeden dat het virus overal 'sluimert'.

De gevaarlijke variant van het vogelgriepvirus H5N1 maakt een opmars door Europa. Het aantal gevallen onder wilde vogels neemt toe en zij breiden zich uit in noordwestelijke richting.

Dit weekeinde maakten de Franse autoriteiten melding van het eerste geval in Frankrijk; een dode wilde tafeleend, gevonden in het dorpje Joyeux in de buurt van Lyon, bleek besmet met H5N1. Tegelijkertijd meldde het Duitse referentielaboratorium voor vogelgriep in Greifswald de besmetting van tientallen wilde vogels, waaronder knobbelzwanen, wilde zwanen, Canadese ganzen, kuifeenden en een havik. Vandaag bleek dat ook op het Duitse vasteland in de buurt van Rügen, in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, dode vogels met het virus zijn aangetroffen, een zilvermeeuw en een buizerd.

Deze grootschalige sterfte van wilde dieren aan de vogelgriep doet denken aan de sterfte van waterwild rond het Chinese Qinghai-meer in mei 2005 en later rond het Erkhulmeer in Mongolië. Aanvankelijk werden er op verschillende plaatsen in Europa dode knobbelzwanen met H5N1-besmetting gemeld. Het virus duikt nu ook in andere vogelsoorten op. Dat wijst erop dat de infectie wijder verspreid is en mogelijk op andere plaatsen in Europa al onder de oppervlakte sluimert.

Uit de genetische analyse van het H5N1-virus van de wilde vogels van Rügen blijkt dat het genetisch verwant is aan de virusstammen die recent in Roemenië werden gezien. Het Duitse virus is tevens in de verte verwant met een virusvariant die eerder gezien is bij wilde ganzen rond het Erkhulmeer.

Viroloog Ab Osterhaus van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam gaat ervan uit dat het bij de meldingen in Europa nu allemaal gaat om één virusvariant, 'maar dat is nog speculatie, want de definitieve laboratoriumuitslagen zijn er nog niet.' Volgens Osterhaus wordt op dit moment druk onderzocht welke vogelsoorten bevattelijk zijn voor het virus en zo ja, hoe lang de dieren het virus kunnen uitscheiden. Ook hier zijn de definitieve resultaten nog niet van bekend, maar Osterhaus zegt dat zwanen waarschijnlijk niet de belangrijkste bron van de virusverspreiding zijn. 'Hun actieradius is te gering om de snelle verspreiding te verklaren. Maar zwanen zitten vaak op meren en vijvers waar ook veel andere vogels zitten. Mogelijk hebben zwanen daar de infectie opgelopen.'

Bekend is dat met name watervogels griepvirussen bij zich dragen en het ook in grote hoeveelheden via de poep uitscheiden. Waterrijke gebieden trekken veel vogels, waardoor het virus makkelijk van de ene op de andere soort kan overgaan. De besmette roofvogels en meeuwen in Duitsland zouden de besmetting opgelopen kunnen hebben door het eten van dode of verzwakte watervogels.

Nog niet besmette Europese landen, zoals Nederland en Groot-Brittannië, maken zich geen illusies dat zij aan de vogelgriep onder wilde vogels zullen ontkomen. Vooralsnog heeft het virus binnen de Europese Unie het pluimvee nog niet besmet. Verschillende landen hanteren nu een ophokplicht voor pluimvee. Overigens vormen besmette wilde vogels geen directe bedreiging voor de menselijke gezondheid. Volgens Osterhaus is er slechts één slecht gedocumenteerd geval bekend van een mens die direct door een wilde vogel geïnfecteerd raakte.