Calefax virtuoos in complexiteit

Complexe ritmes zijn niet voorbehouden aan moderne muziek. Dat componisten pas in de twintigste eeuw weer echt durfden af te wijken van rechttoe rechtaan ritmiek, neemt niet weg dat er ook in de middeleeuwen al hevig geëxperimenteerd werd met verschuivende polyritmes, tempocanons en andere fratsen.

Het rietblazerskwintet Calefax en het Doelenensemble speelden zaterdag in Rotterdam en gisteren in Amsterdam dan ook een prachtig programma waarin gearrangeerd werk van middeleeuwse meesters fris en broederlijk klonk naast twee wereldpremières van eigentijdse componisten. Memorabel was ook een uitvoering door het Doelensensemble van het verrassend lieflijke Piece nr. 2 for small orchestra (1986) van Conlon Nancarrow (1912-1997), de kampioen van de complexe ritmes, die vooral onspeelbare stukken voor pianola schreef.

Van Sander Germanus (1972) klonk het nieuwe Lunapark. Behalve op het gebied van de ritmiek, breidt Germanus zijn klanktaal ook uit op tonaal vlak: tussen de bekende hele en halve tonen gebruikt hij ook kwarttonen. In het programmaboekje zei hij: 'Iemand moet het een keer proberen', maar kwarttonen zijn toch minstens zo oud als de weg naar Rome. Mainstream zijn ze nooit geworden, dus Germanus heeft wel een béétje gelijk als hij zegt het wiel nog te moeten uitvinden.

In Lunapark blijkt hij als kwarttoondichter nog sterk zoekende. Vaak zet hij ze puur in als effect: zeeziekmakende glijers in de blazers, quasi-valse deuntjes in de strijkers - het past prima in het cartooneske karakter van het stuk. Vruchtbaarder is echter het gebruik ervan in 'spectraal' gedachte passages, waar met nauwkeurig gestapelde samenklanken een nieuw klankspectrum wordt gecomponeerd. In tonen die uitstuiteren als omgekeerde pingpongballetjes - steeds sneller, zachter en lager - vond Germanus een leuk effect, maar vooral vanuit ritmisch oogpunt. Over het algemeen is de ritmische kant van Germanus' stuk dan ook intrigerender, met virtuoze ritmische mutaties en modulaties, een beetje à la Elliott Carter, maar minder academisch.

Idée fixe, een nieuw werk van Ron Ford (1959), bestaat ook bij de gratie van een sterke ritmische basis, die polyritmisch pompend binnenvalt, en wordt afgewisseld met langzamere passages. Solo-altviool en solofagot wisselen tegelijk energiek en meer elegisch materiaal uit. De apart betitelde coda Arrière-pensée begint met een sterk staaltje van klankkleurmelodiek, waarboven de solisten weer swing, soms wat ragtimeachtig, en energie introduceren.

Calefax, dat onlangs nog groot zijn twintigjarig bestaan vierde, beschikt niet alleen over uitstekende musici, maar ook over groot arrangeertalent. Dat was allebei te horen in de zeer geslaagde bewerking die Raaf Hekkema maakte van Steve Reichs New York Counterpoint, waarmee het concert zinderend werd afgesloten.

Concert: Calefax en Doelenensemble o.l.v. Arie van Beek. Gehoord: 19/2 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam.