Wreed verstoten uit het kinderparadijs

Tentoonstelling: Loretta Lux. T/m 28/5 in Fotomuseum Den Haag, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di-zo, 12-18u. Inl: 070 - 3381144, www.fotomuseumdenhaag.nl

Ze heeft de naam van een filmster en de looks van een fotomodel: Loretta Lux (1969). Maar ze is een Duitse kunstenaar die met haar foto's internationaal nogal in de belangstelling staat. Haar onlangs geopende solopresentatie in het Haagse Fotomuseum begint met een manshoog zelfportret. Het is in alle opzichten een plaatje. Lux' kapsel en make-up zijn onberispelijk en haar blik is zo leeg als die van een barbiepop. Toch draait de tentoonstelling niet om haar hoofd: op alle andere foto's, ruim vijftig in totaal, overigens allemaal stukken kleiner, staan alleen kinderen. Deze portretten vormen samen een overzicht van haar oeuvre van de laatste zes jaar.

Lux maakt bepaald geen vrolijke portretten. De kinderen dragen ouwelijke kleding en ze poseren even stijfjes als Lux deed in haar vroegere zelfportretten. Lachen is verboden. Het werk doet denken aan portretjes zoals die in de negentiende eeuw werden gemaakt in fotostudio's. Arme jongens en meisjes die in hun zondagse kleren zo lang stil moesten zitten dat ze vanzelf een strakke blik kregen die niet paste bij hun leeftijd.

Lux werkt vanuit een vooropgezet concept. In haar hoofd vormt zich een voorstelling, waar ze vervolgens een model bij zoekt. Na een fotosessie in het atelier bewerkt ze het beste beeld op de computer, soms maandenlang. De juiste achtergrond zoeken, scheve haartjes wegpoetsen. Her en der lijkt ze bekende beelden te citeren - de jonge Oskar uit de verfilming van Günter Grass' roman Die Blechtrommel, Diane Arbus' foto van identieke tweelingmeisjes - maar zelf noemt Lux alleen oude schilders als inspiratiebronnen: Bronzino, Velazquez, Goya en Runge.

Op zeventiende-eeuwse schilderijen zie je hoe kinderen werden opgedoft als kleine volwassenen. Die strengheid heeft Lux ook. Dat ze Runge noemt, is onverwachter. Deze Duitse schilder was twee eeuwen geleden een aanhanger van de pedagogische idealen van tijdgenoot Rousseau. Allebei vonden ze dat kinderen in vrijheid hun fantasie moesten ontwikkelen. Runges doeken tonen kinderen in hun eigen magische wereld, omgeven door natuur en speelgoed.

Lux gebruikt Runges lage gezichtspunt, waardoor je de kinderen recht in de ogen kijkt. Ook van Bronzino leent ze composities; die van zijn en profil-portretten. Ze kijkt dus voor vorm en stijl naar oude meesters, maar voor haar verhaal heeft ze geen kunstgeschiedenis nodig: daarvoor haalt ze alle ingrediënten uit haar eigen jeugd. Lux groeide op in Oost-Duitsland. Ze ervoer daar een kil, totalitair regime, dat zelfs lieve kleine meisjes vertelde stil te zijn, de regels te volgen. Daar gaat haar werk over: geen kind mogen zijn, of - zoals ze zelf zegt - het verloren paradijs. Zo lijkt het toch een logische keus dat de tentoonstelling begint met een zelfportret: eigenlijk gaat al haar werk over het kind dat Lux zelf ooit was.

Ondanks de historische parallellen is het vooral recente kunst waar Lux' werk aan doet denken. Modellen portretteren alsof er meer haarlak dan bloed door de aderen stroomt, deed Inez van Lamsweerde tien jaar geleden al. De plastic mens en het te volwassen kijkende kind doken nadien vaker op in de kunst- en modefotografie. Deze foto's gingen over de spanning tussen het menselijke en het kunstmatige - hetzelfde thema dat Lux gebruikt. Met haar minutieuze aandacht voor elk detail slaagt ze erin om het benauwde keurslijf te verbeelden waar haar werk om draait. Maar toch. Ze kiest slechts één benadering en na vijftig foto's vraag je je af wanneer ze eens iets nieuws gaat proberen.