Vulkaanuitbarsting remt opwarming en stijging van oceanen

De opwarming van het oceaanwater en de stijging van de zeespiegel zijn de afgelopen eeuw afgeremd door de uitbarsting van de Krakatau in Indonesië in 1883. Een team van klimatologen onder leiding van P.J. Glecker van Livermore National Laboratory in Californië heeft dat aangetoond door twaalf verschillende klimaatmodellen met elkaar te vergelijken. (Nature, 9 februari).

De vulkaan Anak Krakatau (kind van de Krakatau) in de Straat Soenda, tussen Sumatra en Java. Deze vulkaan verrees nadat de veel grotere vulkaan Krakatau bij de uitbarsting in 1883 bijna volledig van de kaart verdween. Die uitbarsting ging met zoveel stof gepaard dat de oceaan minder opwarmde. foto afp Brown and almost barren, Anak Krakatau rises out of the Sunda Strait, the narrow band of the Indian Ocean that separates the Indonesian islands of Sumatra and Java. This detailed image received 30 June, 2005 courtesy of Space Imaging of the young volcano was taken by the Ikonos satellite 11 June. The volcano’s circular crater sits southwest of the center of the island and is surrounded by fresh lava flows and ash. The black shores of the island are scalloped where the flows have solidified in the ocean. Anak Krakatau emerged from the sea less than 80 years ago, and is a natural laboratory to watch the development of an ecosystem. Since the soil is new, it was uncontaminated with seeds. All of the plants seen growing on the island came from seeds that drifted in on the sea or blew across the ocean on the wind. As a result, the plants are clumped on the shallowly sloped eastern shores of the volcano where loose ash and volcanic sand cover the ground. In contrast to the solid rock seen elsewhere on the island, these loose soils allow plants to take root easily. AFP PHOTO/HO/SPACE IMAGING AFP

Een vulkaanuitbarsting gaat gepaard met de uitstoot van gassen en stofdeeltjes waaruit makkelijk hoge sluierbewolking ontstaat die zonnestralen tegenhoudt. Daardoor koelt het oceaanoppervlak af na een grote vulkaanuitbarsting.

Glecker vergeleek twaalf moderne klimaatmodellen waarvan de ene helft wel en de andere helft geen rekening houdt met de gevolgen van vulkaanuitbarstingen. Alleen de modellen die rekening hielden met de gigantische uitbarsting van de Krakatau in 1883 (en kleine uitbarstingen daarna) konden verklaren dat de opwarmingen van de oceanen tussen 1955 en 1998 slechts bescheiden was. Modellen die geen rekening hielden met de uitbarsting berekenden een veel te grote opwarming.

Ook voor de verklaring van trends in de zeespiegelrijzing van de afgelopen eeuwen zou het vulkaan-effect moeten worden meegerekend, concluderen de onderzoekers. Koud water neemt minder volume in beslag dan warm water. Volgens de modellen van Glecker zou, doordat de uitbarsting het oceaanwater aan het oppervlak deed afkoelen, de mondiale zeewaterspiegel circa één centimeter dalen. Het koude oppervlaktewater is daarna langzaam maar zeker naar grotere diepten gezakt, maar volgens Glecker duurde het vele decennia voordat de effecten van de uitbarsting (zeespiegelstijging en opwarming) geheel waren weggeëbd.

In hoeverre vulkaanuitbarstingen het klimaat veranderen is al enige tijd onderwerp van debat. De onderzoekers geloven dat de vergelijkbare klimaateffecten van recente grote uitbarstingen (zoals die van de Filippijnse vulkaan Pinatubo in 1991) verloren zijn gegaan in een tegengestelde trend: de opwarming van de oceaan als gevolg van het door mensen versterkte broeikaseffect. Volgens Glecker heeft dat opwarmende effect de afkoeling van oceaanwater door de vulkaanuitbarsting uitgewist. Michiel van Nieuwstadt