Vliegdekschip met pretpark geveild

In de Chinese stad Shengzen gaat komende maand het vliegdekschip annex militair pretpark Minsk onder de hamer. De Chinese ondernemer die van het 275 meter lange en 42.000 ton zware vlaggeschip van de Sovjetvloot in de Stille Oceaan 'een harmonieuze combinatie van militair vertier en de typische levensstijl van de zuid-Chinese kust' maakte, is al enige tijd failliet.

Het vliegdekschip ligt in de Dapeng-baai in Shengzen, niet ver van Hong Kong. Bezoekers kunnen op de Minsk tientallen jaren oude raketten, kanonnen en torpedo's uit de Sovjettijd bewonderen en hebben toegang tot onder meer de controlekamer, de hangars en de cabines van waaruit de wapens werden gelanceerd. Ook zijn er een bioscoop en restaurants en worden er optredens van Russische volksdansgroepen en militaire parades verzorgd.

De Minsk dateert uit 1978 en is tot 1989 door het Sovjetleger gebruikt, onder meer om helikopters naar gevechtsmissies in Afghanistan te sturen. Nadat de Sovjetunie het schip in 1993 aan een Zuid-Koreaans bedrijf verkocht had, kwam het in handen van een Chinese ondernemer in oud ijzer. Die verkocht het op zijn beurt aan een amusementsbedrijf. Onder de naam Minsk World investeerde deze miljoenen in het schip, dat in 2000 als pretpark voor het grote publiek opende.

Ondanks het faillissement is het park nog in bedrijf. Het vliegdekschip, dat tijdens de nieuwjaarsvakantie nog 30.000 bezoekers trok, moet op de veiling in Shengzen op 22 maart ten minste 14,3 miljoen euro opbrengen.