Uitdrukking ‘Kop van Jut’ slaat niet op Jutland

Volgens het hoofdartikel van 11 februari fungeert Denemarken, sinds een dagblad aldaar het waagde zijn kolommen op te vrolijken met enkele cartoons met Mohammed in de hoofdrol, „als de bekende kop van – inderdaad – Jut; de moordenaar uit Jutland op wiens hoofd iedere kermisklant zijn gang mag gaan“. Boven het hoofdartikel prijkt als kop: ‘Het Westen als de kop van Jutland’. Dit tamelijk futloze aanknopen bij de veronderstelde etymologie van deze metafoor slaat de plank finaal mis.

Niet van een „berucht moordenaar uit Jutland“ (zoals trouwens ook Van Dale denkt) is de uitdrukking afkomstig, maar van een beruchte roofmoordenaar uit eigen land. Het is Hendrik Jacobus Jut (1851-1878) wiens naam voortleeft in de gelijknamige kermisattractie.

Op 13 december 1872 bracht Jut, aan de Bocht van Guinea in Den Haag en met hulp van zijn latere echtgenote Christina Goedvolk (1847-1926), de rijke weduwe Van der Kouwen-ten Cate en haar dienstbode Leentje Beeloo met dolkstoten bloedig om het leven. Hij werd daarvoor in 1876 door het gerechtshof in Den Haag veroordeeld tot levenslange tuchthuisstraf. Goedvolk kreeg twaalf jaar.

De moord op de weduwe en haar dienstbode, en het proces tegen Jut en zijn vrouw deden zoveel stof opwaaien dat er stemmen opgingen de in 1870 afgeschafte doodstraf weer in te voeren. Dat ging niet door, en zou voor Jut ook geen gevolgen hebben gehad, maar wie het speet dat Jut niet ter dood kon worden gebracht, kon inmiddels op de kermis terecht om zijn woede te koelen op zijn ‘kop’.